Permanent bewoonde vakantiehuisjes in de EU

In een eerdere blog kwam het verbod op permanente bewoning van vakantiehuisjes als eens aan de orde (zie: Permanente bewoning van recreatiewoning). Omdat de armen van Brussel ver strekken, is het goed die veelvoorkomende verboden en de handhaving daarvan ook langs de Europeesrechtelijke meetlat te leggen. Een artikel in de nieuwsbrief Europa Ster is de aanleiding.

Grensoverschrijdend?

In die altijd lezenswaardige nieuwsbrief stelt een (onbekende) gemeente de vraag of verschillende makelaars het juist zien als zij stellen dat een verbod in strijd is met het Europees recht. Het antwoordt is een strak Ja. de nuances komen later: “In dit geval gelden de vrij verkeersbepalingen in het Europese werkingsverdrag (VWEU). Echter, dat geldt alleen voor een niet-Nederlander die zijn in Nederland gekochte vakantiehuisje permanent wil bewonen. In zo’n geval is namelijk sprake van een grensoverschrijdende situatie. Alleen dan zal een eventueel beroep op het verdrag slagen. Dus voor een landgenoot die zijn bungalow op de Veluwe permanent wil gaan bewonen, gaat dit niet op. Het vergunningstelsel van de gemeente kan in zo’n geval in stand blijven.”

Vrij verkeer

Terecht wordt in de Europese Ster het uitgangspunt genoteerd dat er daarmee in principe dus niets aan de hand is zolang er geen buitenlander-Europeaan is die bezwaar maakt tegen de verbodsmaatregel. Maar ook de nieuwsbrief wijst op het belang om het gemeentelijk beleid vooraf te toetsen aan (en af te stemmen op) de Europese regels. De aap uit de mouw is in dit geval het risico dat de Europese Commissie een inbreukprocedure begint. Voorbeelden genoeg dat de EC bepaalde regels of beleid in strijd acht met de regels van het vrij verkeer.

En dan?

Gelukkig schetst de nieuwsbrief ook het vervolg: “Wordt een dergelijke zaak uiteindelijk aanhangig gemaakt bij het Europese Hof van Justitie, dan houden ook de rechters in beginsel vast aan het uitgangspunt dat er sprake moet zijn van een grensoverschrijdende situatie. Binnen het Hof bestaat echter de discussie over deze ‘omgekeerde discriminatie’ (een Nederlander kan zich in een interne situatie niet op de vrij verkeersbepalingen beroepen terwijl een niet-Nederlander dat wel kan). Het komt echter veelvuldig voor dat het Hof in een prejudiciële procedure die wordt gevolgd door een nationale rechter, bereid is een algemene uitleg te geven van de Europese regels ook al is er in concreto sprake van een interne situatie. Door zo’n prejudiciële uitleg is de kans dan aanwezig dat de nationale rechter bij het oplossen van het geschil toch het Europese recht toepast.”.

Oh oh Tirol

De nieuwsbrief haalt een interessante uitspraak aan met de zaak Konle (C-302/97). Die speelde zich af op het gebied van grensoverschrijdend kapitaalverkeer. In Tirol bestond een vergunningsstelsel dat ervoor zorgde dat onroerend goed alleen verkregen kon worden indien men er permanent ging wonen. Dit stelsel kwam aan het licht toen een Duitse ondernemer zich wilde vestigen in een vakantiehuisje in Tirol, maar een vergunning daarvoor werd geweigerd. De heer Konle ging in beroep bij de nationale rechter, die om een prejudiciële procedure verzocht bij het Hof. Het Hof stelde vervolgens dat het stelsel in strijd was met het Europees recht. Volgens het Hof kan een gemeente met geldboeten hetzelfde bereiken als met een bovengenoemd vergunningstelsel, zonder dat dit in strijd is met het Europees recht. Wanneer de gemeente dus niet kiest voor een vergunning vooraf, maar voor een dwangsom achteraf, voldoet de maatregel aan de eisen zoals gesteld in het Konle-arrest en heeft de gemeente alle risico’s vermeden, aldus de Europese Ster.

Onbekend en onbemind

Europees recht komt nogal eens om de hoek kijken. Zelf grasduinen is niet lastig met een goede site voor rechtspraak: curia.europa.eu. En dan is er nu ook de sterk verbeterde databank voor Europese wet- en regelgeving eUR-lex.europa.eu met een nieuwe zoekmachine ‘European Union law at your fingertips’.