Retentierecht op eigendom van derden?
Retentierecht op eigendom van derden?

Retentierecht op eigendom van derden?

Faillissementen van bekende bedrijven krijgen veel aandacht. Alhoewel het afgelopen jaar het herstel van de economie heeft ingezet, zijn er enkele grote ondernemingen failliet gegaan, zoals V&D, Imtech, Macintosh (van Manfield, Dolcis, e.a.), en DA drogist. Deze faillissementen hebben in de media, bij publiek en stakeholders als personeel en leveranciers, veel vragen opgeworpen. Bijvoorbeeld over leveringsvoorwaarden, de bevoegdheden van de curator, pandrechten, enz. Afgelopen weekend kwam in het nieuws de vraag op, of leveranciers die goederen aan de webshop V&D hebben geleverd wel een beroep toekomt op hun geldig overeengekomen eigendomsvoorbehoud, omdat die goederen liggen opgeslagen bij het externe distributiecentrum Docdata die een retentierecht heeft ingeroepen. Waar deze leveranciers aanvankelijk dachten hun eigendommen te kunnen terugvorderen uit het faillissement, lijkt het door Docdata ingeroepen retentierecht op die zaken roet in het eten te gooien. Maar is dat wel zo?

Retentierechten in het kort

Het retentierecht geeft schuldeisers het recht zaken van de schuldenaar – in dit geval V&D – onder zich te houden, totdat zijn vordering geheel betaald is. Ook in geval van faillissement. Voorwaarde is dat de schuldeiser de betreffende zaken in zijn feitelijke macht heeft. Bij faillissement geldt bovendien dat de betreffende zaken een verkoopwaarde moeten hebben zodat executie mogelijk is; retentie van bijvoorbeeld een advocatendossier of administratie is dan dus vaak niet mogelijk. Wel van onroerend goed, voorraden, auto’s. en dergelijke. Het retentierecht geeft een voorrangspositie: in het normale geval dient de curator dan ofwel 1) de vordering van de retentor – in dit geval: Docdata – in te lossen, danwel 2) de betreffende zaken op te eisen. In dat geval moet de curator die zaken verkopen, maar de retentor heeft voorrang boven de overige schuldeisers op toedeling van de verkoopprijs. Hij krijgt dus als eerste betaald, nog voor de Belastingdienst of de bank. Als de curator de achtergehouden zaken niet opeist of inlost, kan de retentor die zaken verkopen, zelfs zonder een vonnis of juridische procedure. Ook de kosten van uitoefening van het retentierecht kunnen op de betreffende zaken worden verhaald. In dit geval is V&D echter niet de eigenaar van de betreffende zaken, waardoor de curator de zaken niet kan opeisen. Het is een kwestie geworden tussen de leverancier en de retentor, waar V&D en de curatoren geheel buiten staan.

Eigendom van derden

In deze zaak is het net even anders. V&D is niet de eigenaar van de zaken waarop Docdata een retentierecht heeft ingeroepen, maar de leveranciers. Kan dit eigendom de leveranciers ontnomen worden door Docdata? Anders gezegd: wat gaat voor, het eigendom van de leveranciers of het retentierecht van Docdata? De hoofdregel is dat de eigenaar zijn spullen bij ‘eenieder’ kan opeisen. Dit is bepaald in art. 5:2 Burgerlijk Wetboek. Docdata kan het retentierechter echter inroepen tegen andere partijen die een recht op de zaak hebben. Als dit andere recht jonger is dan het retentierecht, gaat het retentierecht altijd voor. Als het andere recht ouder is dan het retentierecht, zoals het geval is bij een voorbehouden eigendom van de leveranciers van V&D, gaat het retentierecht alleen dan voor, als V&D ten opzichte van de leveranciers bevoegd was om met Docdata een overeenkomst tot opslag te maken, of als Docdata daarvan die bevoegdheid uit mocht gaan. Bovendien dient er een voldoende verband te bestaan tussen de vordering die Docdata heeft op V&D en de betreffende opgeslagen goederen. Het eerste vereiste lijkt geen probleem op te leveren voor Docdata. Er mag van worden uitgegaan dat V&D ten opzichte van de leveranciers bevoegd was de goederen po te slaan bij Docdata. Sterker nog, de leveranciers hebben waarschijnlijk die spullen zelf afgeleverd bij het pakhuis van Docdata. Het tweede vereiste is lastiger. Alhoewel ik de details van deze zaak niet ken, en ook de overeenkomst tussen V&D en Docdata niet, lijkt het te gaan om een (raam)overeenkomst tussen V&D en Docdata met betrekking tot soortzaken die in eigendom toebehoren aan een aantal leveranciers. In dat geval kan het retentierecht alleen worden uitgeoefend voor zover het gaat om zaken waarop de vordering van Docdata betrekking heeft, en niet op andere zaken die onder de overeenkomst vallen. De eigenaren van deze laatste zaken behoeven immers geen rekening ermee te houden dat hun zaken zullen worden gebruikt voor het verhaal van vorderingen die betrekking hebben op opgeslagen zaken van andere leveranciers. Van degene die zaken van anderen ter bewaring onder zich krijgt, mag worden verwacht dat hij ermee rekening houdt dat deze zaken aan anderen dan zijn contractuele wederpartij kunnen toebehoren en dat hij met het oog op die mogelijkheid een deugdelijke registratie bijhoudt van de per zaak verrichte werkzaamheden. Dit betekent dat per leverancier / eigenaar Docdata moet nagaan en bewijzen dat V&D voor opslag en handling van de producten van die specifieke leverancier een achterstand heeft in betaling. Als dat voor een specifieke leverancier het niet geval is, dient Docdata de zaken aan die leverancier terug te geven. Maar als Docdata kan aantonen dat V&D kosten onbetaald laat, die zijn gemaakt voor opslag en handling van goederen die door de bewuste leverancier zijn geleverd, dan gaat het retentierecht voor. Als gevolg daarvan mag Docdata (nadat zij een vonnis tegen V&D danwel een proces-verbaal van de crediteurenvergadering heeft verkregen) de betreffende zaken verkopen en zich verhalen op de verkoopprijs. Het retentierecht van Docdata blijft in dat geval dus bestaan, ook al is niet te verwachten dat zij haar vordering zal kunnen verhalen op haar schuldenaar V&D. Daarmee komt de “pijn” van het retentierecht te liggen bij de leveranciers als derde-eigenaar van de bewuste zaken. Dat kan onredelijk lijken, omdat de leveranciers niet de schuldenaren van de vordering van Docdata zijn, maar het is wel in lijn met het wettelijk systeem van retentierechten.