Internationale echtscheidingen
Internationale echtscheidingen

Samenwerken tijdens samenwoning; en wat als de liefde over is?

Je bent verliefd, de toekomst is roze en dus kom en wil je geen afspraken maken over de situatie dat het misschien allemaal niet meer zo goed gaat. Zolang het goed gaat is alles eerlijk delen vaak geen probleem. Dat eerlijk delen staat vaak niet meer voorop als de situatie verandert. Dan wordt gekeken op wiens naam iets staat, wie het betaald heeft en ontbreken vaak ook bewijzen daarvan.

Samenwonen, samenwerken: de feiten

In april 2012 heeft het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch zich over zo’n verbroken relatie gebogen. Wat was het geval. Partijen hebben 5 jaar een affectieve relatie gehad en samengewoond in de woning van de vrouw, eerst in de woning van de vrouw daarna in een andere woning. In die laatste woning werd op een tweetal etages een bedrijf uitgeoefend, een makelaarskantoor, op naam van de man. De vrouw werkte mee in dit bedrijf maar ontving geen salaris. Wel betaalde zij nagenoeg alle kosten van het bedrijf, de huisvestingskosten, de telefoonkosten, de advertentiekosten, verzekeringskosten maar ook de hypotheekrente van de woning waarin het bedrijf was gevestigd. De vrouw verkeerde in de veronderstelling dat alles “van hen samen was”. Wel ontving de vrouw maandelijks uit het bedrijf een bedrag dat varieerde, net wat de vrouw dacht die maand nodig te hebben. Partijen duiden deze betalingen aan als “provisie”. Over een periode van ongeveer 2 jaar is onder die noemer een bedrag van € 37.800,– betaald.

Vorderingen vrouw na beëindiging relatie

De vrouw stelt nadat de relatie is beëindigd een vordering in, niet alleen tegen het bedrijf, maar ook tegen de man privé. Dit doet zij op grond van ongerechtvaardigde verrijking en zij wenst een vergoeding te ontvangen voor de door haar gemaakte kosten en een vergoeding voor de door haar verrichte werkzaamheden alsmede verrekening. De rechtbank wijst beide vorderingen af. De vordering in privé op de man, is op grond van het feit dat geen sprake is van verrijking van de man, afgewezen.
In hoger beroep wijzigt de vrouw haar eis. Zij vordert een bedrag van rond de € 45.000,– van de man privé, dan wel van de onderneming van de man, voor door haar betaalde kosten en verrichte werkzaamheden. De man maakt bezwaar tegen de eiswijziging maar het hof wijst dit af.
Het hof overweegt dat de grondslag voor wat betreft de man in privé ontbreekt. Dat tussen partijen sprake zou zijn van een overeenkomst is door de vrouw niet gesteld en is ook niet gebleken. De man is ook niet in privé verrijkt, aldus het hof en de vrouw wordt verweten dat zij haar standpunt onvoldoende heeft onderbouwd.

Dan de vordering van de vrouw jegens de onderneming van de man. De vrouw vordert hierbij de door haar betaalde kosten voor het bedrijf gedurende 3 jaar. Het hof overweegt dat met de betaling van het bedrag van € 37.800,– onder de noemer “provisie”de vrouw alle door haar betaalde kosten betaald heeft gekregen. De vordering wat betreft vergoeding van de kosten wordt dan ook afgewezen.

Wel is het hof van oordeel dat de vrouw, omdat over honorering voor haar werkzaamheden nimmer tussen partijen is gesproken en de vrouw daarvoor ook niets heeft ontvangen, de onderneming van de man ongerechtvaardigd is verrijkt. De vrouw heeft voor de onderneming omzet gegenereerd en de vrouw is van haar kant “verarmd” daar zij inkomen heeft gederfd. Echter de grondslag ontbreekt en een berekening van het schadebedrag kan niet worden gemaakt. De vrouw tracht aan te knopen wat betreft de berekening bij het bedrag dat een medewerkster in de betreffende periode heeft ontvangen en brengt daarop in mindering het bedrag dat zij reeds uit hoofde van de noemer “provisie” had ontvangen. Het hof acht deze berekening van de vrouw niet bruikbaar. Het gaat immers om een berekening van de verrijking van de onderneming en de verarming van de vrouw. Het hof rest niets anders dan het bedrag te schatten en dat doet het Hof op een bedrag van € 15.000,–.

Tot slot

Deze uitspraak laat weer meer dan eens zien dat het verstandig is, ondanks de verliefdheid toch duidelijke afspraken te maken. Overigens speelt de kwestie van de meewerkende partner ook in het geval van een huwelijk en het blijkt moeilijk ook in dat geval een vergoeding te ontvangen. Maar goed daarover meer in een volgend weblog.

Voor nadere informatie omtrent dit onderwerp of overige onderwerpen op het gebied van personen- en familierecht treft u hier aan. U kunt vanzelfsprekend ook contact met mij opnemen.