Samenwoners-en-overlijden
Samenwoners-en-overlijden

Samenwoners en overlijden; wat u erfrechtelijk gezien in ieder geval moet regelen

Stel u woont samen en u wilt graag dat uw partner na uw overlijden goed verzorgd achterblijft. Anders dan gehuwde mensen, komen ongehuwde samenwoners er in het Burgerlijk Wetboek niet goed van af: de wet kent deze laatste groep slechts in geval van hun samenwonen – en dan nog sporadisch – rechten toe. Ook in het erfrecht krijgt degene die tot het overlijden van de erflater ‘met hem een duurzame gemeenschappelijke huishouding hadden’ een minuscuul recht; namelijk het gedurende zes maanden voortgezette recht op bewoning (van de aan de erflater in eigendom toebehorende woning) en inboedel.

>> Heeft u een vraag over dit onderwerp? Laat hier uw gegevens achter. <<

Samenlevingscontract

Indien u samenwoont en u heeft de wens dat er bij het overlijden van een van u beide bepaalde zaken geregeld worden, dan doet u er goed aan om een samenlevingscontract op te laten stellen. Alhoewel het niet verplicht is om een samenlevingscontract in notariële vorm op te laten maken, is dit evenwel aan te raden. Dit komt omdat bepaalde juridische en belastingtechnische zaken alleen geregeld kunnen worden door middel van het opstellen van een notarieel samenlevingscontract. Een notarieel samenlevingscontract wordt opgesteld bij de notaris.

Testament

Het advies aan samenwoners is om zelf de gevolgen van hun overlijden te regelen. Het (contractuele) erfrecht in de vorm van het opmaken van het testament biedt hiertoe legio mogelijkheden, waarbij een belangrijk punt vormt dat samenwoners met behulp van het opnemen van de niet-opeisbaarheidsbepaling in het testament, de opeising van het erfdeel in de nalatenschap door (niet) onterfde kinderen kunnen laten beschermen. Om een dergelijk testament op te kunnen laten maken is ingevolge de wet een notarieel samenlevingscontract vereist.

Verblijvingsbeding

Een belangrijk onderwerp dat u als samenwoner kunt regelen in een samenlevingscontract is het zogenaamde verblijvingsbeding. Dit is een bepaling waarmee u kunt regelen dat gemeenschappelijke bezittingen (denk bijvoorbeeld aan een eigen woning en inboedelgoederen) bij het overlijden van een van de partners bij de langstlevende partner terechtkomt. Hij of zij wordt na het overlijden als het ware ook eigenaar van de andere helft van de gemeenschappelijke bezittingen. Door het verblijvingsbeding gaat de eigendom van de gemeenschappelijke goederen niet automatisch over op de langstlevende partner. De gemeenschappelijke goederen moeten nog geleverd worden aan de langstlevende partner onder de verplichting om de daaraan verbonden schulden voor eigen rekening te nemen. Erfgenamen kunnen zich tegen deze levering verzetten. Een mogelijke oplossing om de erfgenamen buiten de deur te houden ter zake de levering van de gemeenschappelijke goederen is het koppelen van een onherroepelijke volmacht aan het verblijvingsbeding. De langstlevende kan dan zelfstandig bewerkstelligen dat de gemeenschappelijke goederen geleverd worden aan hem, ook als de erfgenamen hier niet mee akkoord gaan. U kunt eventuele kinderen met een verblijvingsbeding hun recht op een wettelijk minimum gedeelte van de erfenis niet ontnemen. Als zij door het verblijvingsbeding in hun rechten geschaad worden, dan kunnen zij het tekort bij de langstlevende partner opeisen. De rechten van de kinderen kunt u beperken door een testament op te laten maken.

Verschil verblijvingsbeding en testament

Het verblijvingsbeding is uitsluitend een erfrechtelijke regeling op het vlak van de gemeenschappelijke goederen. Het testament leidt er toe dat de erfgenaam in vermogensrechtelijk opzicht de persoon van de overledene voortzet zonder nadere handelingen te verrichten. De langstlevende partner kan dus eigenaar worden van het gehele vermogen. De consequentie hiervan is in ieder geval dat niet met een verblijvingsbeding kan worden volstaan als er veel privévermogen is dat aan de langstlevende partner dient toe te komen.

Zoals u heeft kunnen lezen is het van wezenlijk belang dat u een regeling treft om erfrechtelijke problemen te voorkomen. Indien u geen regeling hiervoor heeft getroffen en uw partner overlijdt, kan het onder omstandigheden toch mogelijk zijn om toch aanspraak te kunnen maken op een (gedeelte) van de erfenis van uw partner. Dit zal van geval tot geval bekeken dienen te worden.

De afwikkeling van nalatenschappen van samenwoners kan behoorlijk ingewikkeld zijn. Als u hiermee te maken krijgt, is advies van een ter zake deskundig adviseur geen overbodige luxe. Ik ben u graag van dienst hierbij.