Uitgerookt
Uitgerookt

Uitgerookt

Niemand kon ontkennen dat het winkelcentrum aan een grondige renovatie toe was. De zes winkels in een vergrijsde Haagse wijk verdienden eigenlijk niet eens de naam winkelcentrum. Het waren bij elkaar gekropen buurtwinkels. Een kleine supermarkt, een slager, een drogist. Nee, dat er iets moest gebeuren, was duidelijk , het ging meer om de manier waarop eigenaar Don Tromp de huurders van de winkels behandelde. Tegenover mij zat de bejaarde banketbakker Frans Kessels. “De suikerbakkerij is sinds 1910 in handen van onze familie. Generaties hebben in de winkel gewerkt. En nu dit.” Kessels vertelde dat zijn huisbaas zes maanden geleden de huur had opgezegd in verband met de ophanden zijnde renovatie. Vier winkeliers hadden met een verhuisvergoeding hun heil elders gezocht, de overgebleven twee hadden zich op huurbescherming beroepen. Kessels: “Toen wij Don Tromp vertelden dat wij niet van plan waren om te vertrekken, kregen wij een brief van zijn advocaat. Er zou een rechtszaak aangespannen worden. Maar zover is het niet gekomen.” De vastgoedman had voor een praktische aanpak gekozen. Van de ene op de andere dag haalde hij de twintig parkeerplaatsen voor het winkelcentrum weg. En er werd een aanvang gemaakt met de sloop van de leeggekomen winkels. “Het is een drama,” vertelde Frans Kessels. “Veel van onze klanten zijn oud en slecht ter been. Zij kunnen ons niet meer bereiken omdat er geen parkeerplaatsen meer zijn. En dan die stof en het lawaai. Het publiek blijft massaal weg.”

Namens mijn cliënt startte ik een kort geding en eiste dat de sloop werd stilgelegd. Ik betoogde dat Don Tromp het recht in eigen hand had genomen, in plaats van de normale, juridische weg te volgen. Kantonrechter mr. Elske Pruim wees de vorderingen af. Haar vonnis was een dooddoener. “Het staat Tromp vrij om voorbereidingen te treffen voor de renovatie. Dat de bodemrechter de opzegging van de huurovereenkomst nog niet heeft kunnen beoordelen, doet daaraan niet af.”

Nauwelijks had Frans Kessels deze uitspraak verwerkt of hij werd opnieuw op de proef gesteld. “Bij de sloopwerkzaamheden in de winkel naast ons hebben ze een rioolbuis geraakt. Onze hele kelder is volgestroomd met bagger. De lucht is niet om te harden. Nu komt er helemaal geen hond meer in onze zaak.” Kessels besloot de handdoek te gooien en ontruimde zijn winkel. Maar nog was de gifbeker niet leeg. Don Tromp begon op zijn beurt een kort geding en eiste dat Kessels zijn winkel weer opende en huur betaalde. De huurovereenkomst was immers nog niet geëindigd.

Kantonrechter mr. Pruim kreeg de zaak opnieuw op haar bureau. Toen Don Tromp tijdens de zitting het woord nam en betoogde dat ‘die koekenbakker gewoon de huurovereenkomst moet nakomen’, overspeelde hij zijn hand. “Zo gaan wij in Nederland niet met elkaar om,” zei de magistraat met een zuur mondje. Het leek mij geen sluitende juridische redenering, maar dat deerde Frans Kessels niet. Hij kon met pensioen.

Deze column is geschreven voor Den Haag Centraal, waarin Raymond de Mooij maandelijks schrijft over wat hij meemaakt in zijn praktijk.