Vergoedingsrechten tussen echtgenoten en (geregistreerd) partners
Vergoedingsrechten tussen echtgenoten en (geregistreerd) partners

Vergoedingsrechten tussen echtgenoten en (geregistreerd) partners

Binnen de meeste huwelijken en geregistreerd partnerschappen is wel sprake van gezamenlijke eigendommen. Partners hebben bijvoorbeeld vaak samen een woning gekocht. Wanneer het huwelijk of partnerschap eindigt, moet gemeenschappelijk eigendom worden verdeeld. Indien de ene partner meer heeft geïnvesteerd dan de ander, kan dat leiden tot het toekennen van ‘vergoedingsrechten’.

Hoe ontstaat een vergoedingsrecht?

Indien partij A met eigen middelen investeert in het vermogen van partij B, of in gezamenlijk vermogen een groter deel heeft geïnvesteerd dan partij B, leidt dat tot een scheve (economische) eigendomsverhouding. Partijen kopen bijvoorbeeld samen een woning van € 400.000,-, waarbij Partij A € 100.000,- betaalt uit eigen middelen, en € 300.000,- wordt gefinancierd door een gezamenlijke hypotheeklening. Partij A zal bij het uiteen gaan van partijen in veel gevallen zijn (meerdere) inleg terug willen krijgen. Zo ontstaat een ‘vergoedingsrecht’.

Wat zijn eigen middelen?

‘Eigen middelen’ zijn middelen die uitsluitend aan één partij toebehoren. Bij echtgenoten en geregistreerd partners kan dit bijvoorbeeld bij huwelijkse voorwaarden zijn vastgelegd. Ook is het mogelijk dat één van de partijen een schenking of erfenis ontvangen heeft onder uitsluitingsclausule (dat is een voorwaarde die de schenker of erflater heeft gesteld, die inhoudt dat de schenking of de erfenis niet in de goederengemeenschap valt).

Hoe bereken ik de omvang van mijn vergoedingsrecht?

Voor investeringen die zijn gedaan vóór 1 januari 2012 geldt de ‘nominaliteitsleer’. Dat wil zeggen dat het ‘terug te krijgen’ vergoedingsrecht even groot is als het bedrag dat is ingelegd uit eigen middelen. Voor investeringen die zijn gedaan op of na 1 januari 2012 geldt de ‘beleggingsleer’; de waarde van het vergoedingsrecht wordt bepaald naar evenredigheid met de deelverhouding tussen de inleg en de totale waarde op het moment van inleg. In ons voorbeeld is die deelverhouding dus (100.000/400.000=) 25%. Wordt bij het einde van het huwelijk de woning verkocht voor € 500.000,-, bedraagt het vergoedingsrecht dus € 125.000,-.

Hebben samenwoners ook vergoedingsrechten?

De regeling over vergoedingsrechten is voor echtgenoten en geregistreerd partners expliciet in de wet opgenomen. Voor samenwoners niet. Voor hen geldt het algemeen vermogensrecht. Het bestaan van een vergelijkbaar vergoedingsrecht wordt voor samenwoners wel aangenomen, maar in beginsel geldt voor hen ook voor investeringen na 1 januari 2012 de nominaliteitsleer.

Wanneer kan ik mijn vergoedingsrecht opeisen?

Het vergoedingsrecht ontstaat al op het moment van investeren en is in principe direct opeisbaar. Wacht niet te lang; voor gehuwden en geregistreerd partners kan de vordering al verjaren 6 maanden na ontbinding van het huwelijk of partnerschap. Voor samenwoners verjaart de vordering in beginsel al na vijf jaar na het doen van de investering. Slechts in uitzonderingsgevallen kan deze vijf jaar worden verlengd. In de huwelijkse voorwaarden, partnervoorwaarden of het samenlevingscontract kunnen over de opeisbaarheid nadere afspraken worden gemaakt. Doorgaans zal worden vastgelegd dat het vergoedingsrecht verschuldigd is bij het einde van de relatie of bijvoorbeeld verkoop van de woning.

Denkt u aanspraak te hebben op een vergoedingsrecht of heeft u vragen over de vaststelling, berekening of opeisbaarheid van een vergoedingsrecht, dan kunt u uiteraard contact met mij opnemen.