Update: vrije advocaatkeuze

Update Op 7 april 2016 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat het wettelijk recht op vrije advocaatkeuze óók geldt in een ontslagprocedure bij het UWV. Het hof heeft daarbij zowel naar de taalkundige uitleg als naar de strekking van de richtlijn gekeken en heeft op die basis de volgende conclusie getrokken: Gelet op het voorgaande moet op de gestelde vragen worden geantwoord dat artikel 4, lid 1, onder a), van richtlijn 87/344 aldus moet worden uitgelegd dat het in die bepaling bedoelde begrip „administratieve procedure” mede omvat een procedure die ertoe leidt dat een bestuursorgaan de werkgever vergunning verleent, de voor rechtsbijstand verzekerde werknemer te ontslaan.” Ook in een ontslagprocedure bij het UWV heeft de verzekerde dus recht op vergoeding van de kosten van een externe advocaat. De zaak wordt nu weer terugverwezen naar de Hoge Raad. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat de Hoge Raad het oordeel van het Europese Hof één op één zal overnemen. Klik hier voor de uitspraak. Onze advocaten Laura Zuydgeest en Lis van Engelen verdedigen het recht op vrije advocaatkeuze in een procedure tegen DAS Rechtsbijstand. De (op een Europese Richtlijn gebaseerde) Nederlandse wet schrijft voor dat een verzekerde het recht toekomt om op kosten van de rechtsbijstandverzekering een externe advocaat naar keuze in te schakelen zodra er sprake is van een “gerechtelijke of administratieve procedure”. DAS meent echter dat een ontslagprocedure bij het UWV niet onder de reikwijdte van voormeld begrip valt en weigert kostendekking van een externe advocaat in dergelijke procedures. Vanwege dit standpunt van DAS heeft de verzekerde in kort geding vergoeding van de advocaatkosten gevorderd. De voorzieningenrechter in eerste aanleg heeft vervolgens middels een prejudiciële vraag de Hoge Raad verzocht om duidelijkheid te scheppen over de reikwijdte van het begrip “gerechtelijke of administratieve procedure”. Vandaag heeft de Hoge Raad die prejudiciële beslissing genomen (NL:HR:2014:2901). Op voorhand is de Hoge Raad van oordeel dat de vrije advocaatkeuze ook in de ontslagprocedure voor het UWV zou moeten gelden. Argumenten hiervoor zijn de vertalingen van de Europese Richtlijn die een breed bereik impliceren (niet alleen voor rechterlijke instanties maar ook voor bestuursorganen) en het doel van de Richtlijn (ruime bescherming van belangen van verzekerden). Toch zijn er volgens de Hoge Raad ook enkele grammaticale en wetshistorische aanknopingspunten die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden  Daar komt bij dat een ruime uitleg van het begrip aanzienlijke financiële en bedrijfseconomische gevolgen kan hebben voor de in de lidstaten bestaande stelsels van rechtsbijstandverzekering en voor de toegankelijkheid van die stelsels voor huidige en toekomstige verzekeringnemers. Vanwege deze argumenten heeft de Hoge Raad geoordeeld de vraag niet zonder redelijke twijfel te kunnen beantwoorden. Daarom –en vanwege het feit dat het begrip waarop de Nederlandse wet is gebaseerd, afkomstig is uit een Europese Richtlijn- heeft de Hoge Raad de kwestie nu voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dit Hof zal de knoop moeten doorhakken, waarmee duidelijkheid zal worden gegeven over de vrije advocaatkeuze in ontslagprocedures voor het UWV.