19 juni 2014

Geen baten? Geen faillissement!

Door GMW advocaten

Wil een verzoek van een besloten vennootschap om zelf failliet te worden verklaard, slagen dan moet er op grond van de Faillissementswet niet alleen sprake zijn van meerdere crediteuren.

De besloten vennootschap dient ook ‘te verkeren in de toestand te hebben opgehouden te betalen’. Als er geen geld meer in de onderneming zit en er ook niet snel geld vrijkomt, eist de rechtbank dat de aanvrager een redelijk belang moet hebben bij de faillietverklaring. Maar wat is een redelijk belang?

Redelijk belang bij faillissement

Een dergelijk redelijk belang van de aangever van het faillissement moet worden afgewogen tegen het belang dat de te benoemen curator heeft om de faillissementskosten te kunnen voldoen. Indien er een dergelijk zwaarwegend belang ontbreekt kan er sprake zijn van misbruik van bevoegdheid op grond van artikel 3:13 BW, wat in dat geval leidt tot afwijzing van het faillissementsverzoek.

Uitspraak rechtbank Rotterdam

In de kwestie die recent aan de rechtbank Rotterdam is voorgelegd (ECLI:NL:RBROT:2014:4427) bleek uit de stukken die de aangeefster had overgelegd bij de aangifte tot faillietverklaring, dat de vennootschap een schuldenlast had van ca. € 7.700. Ook bleek uit haar aangifte en uit hetgeen de bestuurder tijdens de mondelinge behandeling had verklaard, dat de besloten vennootschap niet over enig actief beschikte en dat ook niet werd verwacht dat de onderneming in de toekomst over enig actief zou kunnen beschikken, aangezien de werkzaamheden reeds waren gestaakt en er geen debiteuren of activa aanwezig waren.

Geen geld, geen faillissement maar vereffening of liquidatie

Daarmee staat, aldus de rechtbank, op voorhand vast dat de faillissementskosten niet zullen kunnen worden voldaan. De curator, die de rechtbank moet aanwijzen als zij het faillissement van aangeefster uitspreekt, weet dus ook op voorhand al dat de door hem te verrichten werkzaamheden en te maken verschotten niet worden vergoed. In deze situatie kan in redelijkheid van aangeefster gevergd worden, dat haar algemene vergadering van aandeelhouders op grond van het bepaalde in artikel 19 lid 1 BW besluit aangeefster te ontbinden en haar bestuurder(s) aan te stellen tot vereffenaar, die op grond van het bepaalde in lid 3 van genoemd artikel aan het handelsregister opgaaf van de ontbinding doet. Op grond van lid 4 van genoemd artikel kan de vereffenaar tevens opgaaf doen van het feit dat aangeefster op het moment van de ontbinding geen baten meer heeft. Aangeefster houdt alsdan op te bestaan. Mocht er toch nog een bate zijn, zo vermeldt de rechtbank in haar uitspraak, dan biedt artikel 23a lid 4 BW de vereffenaar uitkomst. Overtreffen de schulden de baten, met andere woorden: er zijn baten, dan dient de vereffenaar alsnog aangifte tot faillietverklaring te doen, tenzij alle bekende schuldeisers desgevraagd instemmen met voortzetting van de vereffening buiten faillissement.

Gedwongen vereffening/liquidatie

Soms heb je dus als vennootschap helemaal niet de mogelijkheid om het eigen faillissement aan te vragen. Je bent dan ‘gedwongen’ voor een liquidatie te gaan, of zelfs voor een turboliquidatie. Niet iedereen realiseert zich dat (tijdig). Zie ook: Turbo-liquidatie: alternatief voor faillissement.

GMW-advocaten

GMW advocaten

Advocaat

Onze advocaten hebben ieder hun eigen specialistische expertise en ervaring. Wat zij met elkaar delen, is hun gedrevenheid en service gerichte aanpak. Met als doel: de beste oplossing voor onze cliënten bereiken.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

4 februari 2026

Volmacht aan een bank geven: wat houdt dit in?

Inmiddels is het standaard dat de bank aan haar klant bij het aangaan van een financieringsovereenkomst een volmacht vraagt. Maar waarom doet een bank dat en op basis waarvan? In deze blog ga ik in op deze vragen en de implicaties voor klanten van de bank.

Lees meer

Lees meer over

3 februari 2026

Verrekening en faillissement: wat mag wél en wat niet?  

Verrekening is een juridisch middel waarbij twee partijen die elkaar iets verschuldigd zijn, hun vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen wegstrepen. Dit is in een gewone handelsrelatie in beginsel geen probleem. Zodra er sprake is van een faillissement, gelden er echter andere spelregels.

Lees meer

Lees meer over

20 januari 2026

De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag

Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?

Lees meer

Lees meer over

19 januari 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid: veel geroepen, moeilijk bewezen

Bestuurdersaansprakelijkheid klinkt dreigend. In de praktijk blijkt een claim van een curator echter moeilijk te winnen. De lat voor bestuurdersaansprakelijkheid ligt namelijk hoog. Het loont dus om kritisch naar deze aansprakelijkheidsvordering te kijken, en daartegen goed verweer te voeren.

Lees meer

Lees meer over

2 december 2025

Verpanding van vorderingen, heeft de pandhouder het laatste woord?

Banken vragen bij elke zakelijke financiering om verstrekking van zekerheidsrechten op activa van uw onderneming. Deze zekerheidsrechten willen zij van u krijgen zodat, in het geval dat u de financiering niet kan betalen, die in zekerheid gegeven activa te gelde kunnen worden gemaakt en de bank zich als schuldeiser met voorrang op andere schuldeisers, zich kan verhalen op de opbrengst.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen