22 januari 2021

Besturen tijdens de coronacrisis

Door Lucie Burggraaff

Een schuldeiser kan een bestuurder aanspreken als de bestuurder namens de vennootschap verplichtingen aangaat, terwijl hij wist dat de vennootschap die niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden voor de schade die daardoor ontstaat (de Beklamel-norm).

Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 3 maart 2020 de Beklamel-norm toegepast in een zaak die zich afspeelde ten tijde van de kredietcrisis. Het arrest geeft daarmee informatie over hoe u zich als bestuurder dient te gedragen op het moment van een crisis en is daarmee uiterst relevant voor de huidige coronacrisis.

Feiten arrest 3 maart 2020

Mixi Mode BV (hierna: Mixi) heeft in 2002 een huurovereenkomst van vijf jaar gesloten met World Fashion Centre Amsterdam Vastgoed BV (hierna: WFC). Partijen hebben de huurovereenkomst meerdere keren verlengd. Eind 2009 heeft de bestuurder van Mixi (hierna: A) WFC geïnformeerd dat Mixi de huur mogelijk niet zal kunnen betalen. Vanaf 2010 heeft Mixi ook daadwerkelijk de huur niet meer volledig betaald. Vanaf 2010 hebben Mixi en WFC meerdere keren overleg gehad over de betalingsproblemen en zelfs gesproken over een verhuizing naar een kleinere bedrijfsruimte. Mixi ging vervolgens op 29 juli 2014 failliet. WFC sprak nadien A aan voor de door haar geleden schade. A had volgens WFC immers als bestuurder van Mixi de huurovereenkomst tussen partijen moeten opzeggen nu hij wist van de penibele financiële situatie bij Mixi.

Oordeel Gerechtshof Amsterdam

Het gerechtshof oordeelde dat A niet aansprakelijk is voor de door WFC geleden schade. De kern is dat WFC beschikte over uitgebreide kennis van de financiële situatie van Mixi en dus wist van de financiële problemen bij Mixi. Het gerechtshof baseerde het oordeel op volgende punten:

  1. de schuldeiser was op de hoogte van de slechte financiële positie van de vennootschap;
  2. de branche waarin de vennootschap opereerde bevond zich in een penibele situatie vanwege de kredietcrisis;
  3. de schuldeiser had moeten begrijpen dat de vennootschap ernstig te lijden had onder onder de crisis en er dus financieel slecht voor stond;
  4. de schuldeiser had zelf de mogelijkheid om het oplopen van de vorderingen op de vennootschap te beëindigen (door middel van opzegging huurovereenkomst), maar heeft dit niet gedaan;
  5. de bestuurder mocht erop vertrouwen dat de vennootschap een reële kans had op een verbetering van de financiële situatie;
  6. het feit dat de vennootschap een negatief eigen vermogen had en jaren aanzienlijke verliezen leed, bracht op zichzelf nog niet mee dat de bestuurder onrechtmatig handelde tegenover de schuldeisers; en
  7. het oordeel van het gerechtshof was anders geweest indien de bestuurder uitdrukkelijke garanties had versterkt ter zake de huurbetalingen.

Conclusie en advies

Uit het bovenstaande blijkt dat transparantie over financiële problemen loont. Verkeert een vennootschap in zwaar weer en wil de bestuurder de vennootschap verbinden aan verdere verplichtingen met een huidige of andere partij in de bestaande coronacrisis, dan loont het om transparant te zijn over de financiële situatie binnen de vennootschap. De geboden transparantie kan ertoe leiden dat de schuldeiser de bestuurder niet achteraf kan aanspreken op grond van bestuurdersaansprakelijkheid.

Mocht u bestuurder zijn van een vennootschap die in zwaar weer verkeert en nog mogelijkheden zien om uw vennootschap verder voort te zetten in de huidige coronacrisis, dan adviseer ik u uw huidige en nieuwe contractspartijen te informeren over de financiële situatie binnen de vennootschap. Hiermee kunt u zich indekken tegen mogelijke latere bestuurdersaansprakelijkheidsclaims. Heeft u vragen? Neem gerust contact met mij op.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

4 februari 2026

Volmacht aan een bank geven: wat houdt dit in?

Inmiddels is het standaard dat de bank aan haar klant bij het aangaan van een financieringsovereenkomst een volmacht vraagt. Maar waarom doet een bank dat en op basis waarvan? In deze blog ga ik in op deze vragen en de implicaties voor klanten van de bank.

Lees meer

Lees meer over

3 februari 2026

Verrekening en faillissement: wat mag wél en wat niet?  

Verrekening is een juridisch middel waarbij twee partijen die elkaar iets verschuldigd zijn, hun vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen wegstrepen. Dit is in een gewone handelsrelatie in beginsel geen probleem. Zodra er sprake is van een faillissement, gelden er echter andere spelregels.

Lees meer

Lees meer over

20 januari 2026

De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag

Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?

Lees meer

Lees meer over

19 januari 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid: veel geroepen, moeilijk bewezen

Bestuurdersaansprakelijkheid klinkt dreigend. In de praktijk blijkt een claim van een curator echter moeilijk te winnen. De lat voor bestuurdersaansprakelijkheid ligt namelijk hoog. Het loont dus om kritisch naar deze aansprakelijkheidsvordering te kijken, en daartegen goed verweer te voeren.

Lees meer

Lees meer over

2 december 2025

Verpanding van vorderingen, heeft de pandhouder het laatste woord?

Banken vragen bij elke zakelijke financiering om verstrekking van zekerheidsrechten op activa van uw onderneming. Deze zekerheidsrechten willen zij van u krijgen zodat, in het geval dat u de financiering niet kan betalen, die in zekerheid gegeven activa te gelde kunnen worden gemaakt en de bank zich als schuldeiser met voorrang op andere schuldeisers, zich kan verhalen op de opbrengst.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen