9 juni 2021

Contractuele vervaltermijnen en faillissement

Door Mechteld van Veen-Oudenaarden

Op 1 april 2021 is er een arbitraal vonnis gewezen tussen een aannemer en een opdrachtgever. Dit is aanleiding om eens dieper in te gaan op een faillissement en contractuele vervaltermijnen, contractuele verjaring, wettelijke vervaltermijnen en wettelijke verjaring.

Aanmelden van vordering bij curator

Als een onderneming failliet is verklaard, heeft het voor een schuldeiser geen zin om een procedure te beginnen tegen de curator of het failliete bedrijf om betaling van de openstaande vordering af te dwingen. De weg die dan gevolgd moet worden is het aanmelden van de vordering bij de curator. De curator plaatst de vordering op de lijst van voorlopig erkende vorderingen (of betwist de vordering). Mocht het tot uitkering uit het faillissement komen, dan zal er een verificatievergadering worden gehouden. Bij erkenning van de vordering door de curator en de failliete onderneming, zal het verslag van die vergadering dezelfde status hebben als een vonnis. Het is een executoriale titel. De failliete onderneming kan een vordering inhoudelijk en onderbouwd betwisten, wat er voor zorgt dat er geen executoriale titel komt. Als de curator de vordering betwist dan komt er een renvooi-procedure, waarna al dan niet nog een uitbetaling volgt.

Geen middelen om uit te keren

Als er geen middelen zijn om uit te keren aan schuldeisers, dan heft de rechtbank het faillissement op bij gebrek aan baten. De openstaande vordering worden niet geverifieerd (vastgesteld). Een schuldeiser kan na faillissement de failliet aanschrijven om weer tot betaling over te gaan. Let erop dat dit alleen kan bij faillissementen van natuurlijke personen. Een rechtspersoon wordt geliquideerd en houdt na het faillissement op te bestaan.

 

Wat gebeurt er als een vordering verjaart?

Als een vordering gedurende faillissement, of binnen 6 maanden na opheffing van het faillissement, verjaart, dan bepaalt art. 36 lid 1 Faillissementswet dat de verjaringstermijn door loopt tot zes maanden na faillissement. De schuldeiser moet binnen die zes maanden de vordering stuiten, door een stuitingsbrief te sturen of een vordering in te stellen bij de rechtbank. Art. 36 lid 2 Fw bepaalt dat dit ook geldt voor van rechtswege aangevangen vervaltermijnen. Van “rechtswege aangevangen vervaltermijnen” zijn alleen wettelijke vervaltermijnen. Dit artikel ziet dus niet op contractueel overeengekomen vervaltermijnen. Tussen veel partijen wordt regelmatig in de contracten een vervaltermijn opgenomen, zoals in aannemings- of verzekeringsovereenkomsten.

Wat gebeurt er als een contractuele termijn vervalt gedurende faillissement?

Duidelijk is dat  geen beroep kan worden gedaan op art 36 Fw, omdat dat artikel niet ziet op contractuele vervaltermijnen. De contractuele vervaltermijn kan dus gedurende het faillissement van de schuldenaar aflopen; er geldt geen automatische verlenging. Men zal een contractuele vervaltermijnen dus moeten stuiten tijdens het faillissement. Hier komt weer een probleem om de hoek kijken. Vervaltermijnen kunnen niet worden gestuit door middel van een stuitingsbrief. Er moet dus vóór het verlopen van de termijn een ‘daad van rechtsvervolging’ worden ingesteld. Dat is het starten van een procedure. Hierboven gaf ik nou juist aan dat het starten van een procedure in faillissement tot verkrijgen van een vordering niet mogelijk is. Om de termijn van een contractuele vervaltermijn te redden is het echter wel een verplichting. Om dit op te lossen, kan gedacht worden om wel een dagvaarding uit te brengen, zodat in ieder geval de termijn wordt gered, maar op een termijn van een jaar of langer. Na het faillissement van de natuurlijke persoon kan er dan verder geprocedeerd worden.

Het is onduidelijk of ook het aanmelden van een vordering bij de curator een daad van rechtsvervolging is. Mocht er namelijk een verificatievergadering volgen en de vordering wordt niet betwist dan levert dit immers een executoriale titel op. Maar als het niet tot verificatie komt (en dat is in 95% van de gevallen zo) dan komt er geen executoriale titel en is de vervaltermijn verstreken. Dat is dus veel te riskant.

Let goed op bij de contractuele vervaltermijn

Kortom, de contractuele vervaltermijn is een gevaarlijke bepaling als het aankomt op faillissement. Wees daarop bedacht en zorg ervoor dat deze niet verstrijkt. In een recente uitspraak van de Raad van Arbitrage voor de Bouw was de vervaltermijn tijdens het faillissement verstreken, en moest de Raad de ingestelde vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Heeft u een vraag over dit onderwerp? Neem gerust contact met mij op.

Mechteld van Veen-Oudenaarden

Advocaat/associate partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

4 februari 2026

Volmacht aan een bank geven: wat houdt dit in?

Inmiddels is het standaard dat de bank aan haar klant bij het aangaan van een financieringsovereenkomst een volmacht vraagt. Maar waarom doet een bank dat en op basis waarvan? In deze blog ga ik in op deze vragen en de implicaties voor klanten van de bank.

Lees meer

Lees meer over

3 februari 2026

Verrekening en faillissement: wat mag wél en wat niet?  

Verrekening is een juridisch middel waarbij twee partijen die elkaar iets verschuldigd zijn, hun vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen wegstrepen. Dit is in een gewone handelsrelatie in beginsel geen probleem. Zodra er sprake is van een faillissement, gelden er echter andere spelregels.

Lees meer

Lees meer over

20 januari 2026

De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag

Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?

Lees meer

Lees meer over

19 januari 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid: veel geroepen, moeilijk bewezen

Bestuurdersaansprakelijkheid klinkt dreigend. In de praktijk blijkt een claim van een curator echter moeilijk te winnen. De lat voor bestuurdersaansprakelijkheid ligt namelijk hoog. Het loont dus om kritisch naar deze aansprakelijkheidsvordering te kijken, en daartegen goed verweer te voeren.

Lees meer

Lees meer over

2 december 2025

Verpanding van vorderingen, heeft de pandhouder het laatste woord?

Banken vragen bij elke zakelijke financiering om verstrekking van zekerheidsrechten op activa van uw onderneming. Deze zekerheidsrechten willen zij van u krijgen zodat, in het geval dat u de financiering niet kan betalen, die in zekerheid gegeven activa te gelde kunnen worden gemaakt en de bank zich als schuldeiser met voorrang op andere schuldeisers, zich kan verhalen op de opbrengst.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen