8 februari 2016

Van VAR naar modelovereenkomst

Door GMW advocaten

Van schijnzekerheid naar schijnzekerheid. Dat had ook de titel kunnen zijn van deze blog over de praktische gevolgen van de transitie van de VAR naar de modelovereenkomst per mei 2016.

De onderliggende wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) kreeg van de Eerste Kamer op 2 februari 2016 “het voordeel van de twijfel”. Opdrachtgevers en zzp’ers zullen in de praktijk ervaren of inderdaad sprake is van voordeel, of tóch meer nadeel.

Zekerheid op basis van de VAR

De VAR geeft een werkverschaffer, opdrachtgever, zekerheid dat geen sprake is van een fiscale dienstbetrekking zodat geen loonbelasting hoeft te worden ingehouden. De VAR geeft de werkverschaffer dus een fiscale vrijwaring. Anderzijds geeft de VAR aan de de opdrachtnemer, de zzp’er, freelancer, in die zin zekerheid dat hij geen aanspraak kan maken op uitkeringen. Daarmee houdt de zekerheid op. De VAR maakt op 1 mei 2016 plaats voor modelovereenkomsten, per opdracht te sluiten tussen de opdrachtgever en zzp’er (ik gebruik voor het gemak die benamingen, hoewel zij beiden van kleur kunnen verschieten als de relatie toch arbeidsrechtelijk blijkt te zijn). Ondernemers, branche-organisaties en zelfstandigen kunnen de Belastingdienst (model)overeenkomsten ter goedkeuring voorleggen. Gebruiken opdrachtgever en opdrachtnemer die vooraf goedgekeurde modelovereenkomst dan hebben zij op papier de zekerheid dat geen sprake is van een fiscale dienstbetrekking. Papier is echter geduldig…

Door modelovereenkomst geen vrijwaring meer

De modelovereenkomst geeft de opdrachtgever minder zekerheid dan de VAR: er is geen sprake meer van fiscale vrijwaring. Als opdrachtgever en opdrachtnemer in de praktijk toch een meer arbeidsrechtelijke relatie hebben, dus anders dan op papier in de getekende modelovereenkomst benoemd, dan kan de fiscus zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer met een heffing confronteren. Dus net als met de VAR kan de fiscus achteraf, dus op basis van de feitelijke situatie op de werkvloer, beoordelen of sprake is van een dienstbetrekking. Én net als onder de VAR-regeling kan een kantonrechter nog steeds oordelen dat in feite sprake is van een arbeidsovereenkomst in plaats van de op papier afgesproken opdrachtovereenkomst. Met alle positieve en negatieve arbeidsrechtelijke gevolgen voor respectievelijk werker (werknemer) en werkverschaffer (werkgever).

Gebruik modelovereenkomsten

De modelovereenkomsten die op dit moment beschikbaar zijn op de website van de Belastingdienst zijn vrij summier. Het gebruik van de (kernbepalingen van de) modelovereenkomsten is niet verplicht. Als ze worden gebruikt, dan is er dus nog steeds ruimte en soms ook reden om meer afspraken met elkaar te maken en contractueel vast te leggen. De individuele overeenkomst biedt bijvoorbeeld nog mogelijkheden voor de opdrachtgever om toch een soort fiscale vrijwaring in te bouwen, door een eventuele fiscale claim door te schuiven naar de opdrachtnemer. Daar zitten overigens wel (fiscale) grenzen aan. En bij het sluiten van een (model)overeenkomst blijft het van belang dat de eventueel ook gebruikte algemene voorwaarden daarmee in overeenstemming zijn.

Handreiking beoordeling modelovereenkomst

De VAR verdwijnt definitief op 1 mei 2017. Er geldt dus een overgangsperiode van één jaar, waarin opdrachtgevers en zzp’ers hun werkwijze kunnen aanpassen om met de nieuwe overeenkomsten te gaan werken. Voor opdrachtgevers een grote verandering omdat de volledige fiscale vrijwaring is verdwenen. En voor zzp-ers een extra papieren rompslomp om steeds opnieuw een (model)overeenkomst af te sluiten. De Belastingdienst maakt via de website, in de “Handreiking beoordeling modelovereenkomst” nog bekend hoe zij de modelovereenkomsten gaat toetsen. Ook onder de regels van de DBA en de modelovereenkomsten blijft het dus zaak de overeenkomst zorgvuldig op te (laten) stellen, en in de praktijk daar naar te werken.

GMW-advocaten

GMW advocaten

Advocaat

Onze advocaten hebben ieder hun eigen specialistische expertise en ervaring. Wat zij met elkaar delen, is hun gedrevenheid en service gerichte aanpak. Met als doel: de beste oplossing voor onze cliënten bereiken.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

4 februari 2026

Volmacht aan een bank geven: wat houdt dit in?

Inmiddels is het standaard dat de bank aan haar klant bij het aangaan van een financieringsovereenkomst een volmacht vraagt. Maar waarom doet een bank dat en op basis waarvan? In deze blog ga ik in op deze vragen en de implicaties voor klanten van de bank.

Lees meer

Lees meer over

3 februari 2026

Verrekening en faillissement: wat mag wél en wat niet?  

Verrekening is een juridisch middel waarbij twee partijen die elkaar iets verschuldigd zijn, hun vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen wegstrepen. Dit is in een gewone handelsrelatie in beginsel geen probleem. Zodra er sprake is van een faillissement, gelden er echter andere spelregels.

Lees meer

Lees meer over

20 januari 2026

De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag

Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?

Lees meer

Lees meer over

19 januari 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid: veel geroepen, moeilijk bewezen

Bestuurdersaansprakelijkheid klinkt dreigend. In de praktijk blijkt een claim van een curator echter moeilijk te winnen. De lat voor bestuurdersaansprakelijkheid ligt namelijk hoog. Het loont dus om kritisch naar deze aansprakelijkheidsvordering te kijken, en daartegen goed verweer te voeren.

Lees meer

Lees meer over

2 december 2025

Verpanding van vorderingen, heeft de pandhouder het laatste woord?

Banken vragen bij elke zakelijke financiering om verstrekking van zekerheidsrechten op activa van uw onderneming. Deze zekerheidsrechten willen zij van u krijgen zodat, in het geval dat u de financiering niet kan betalen, die in zekerheid gegeven activa te gelde kunnen worden gemaakt en de bank zich als schuldeiser met voorrang op andere schuldeisers, zich kan verhalen op de opbrengst.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen