Casino Royale: inzage in manuscript?

De rechtbank Rotterdam deed onlangs een interessante uitspraak in een geschil tussen Holland Casino en één van haar ex-werknemers. Het casino had een kort geding aangespannen tegen de ex-werknemer, waarin zij inzage in het manuscript van een door hem te publiceren boek vorderde.

Geschil

Holland Casino vermoedt dat de ex-werknemer met de publicatie van het boek een tussen partijen overeengekomen geheimhoudingsbeding zal schenden. Haar vermoeden is voornamelijk gebaseerd op een Facebook-bericht van de ex-werknemer, waarin hij suggereert in het boek te zullen uitwijden over sollicitatieprocedures en witwaspraktijken van zijn voormalige werkgever. Holland Casino wil inzage in het manuscript om te onderzoeken of zij een publicatieverbod kan afdwingen. De ex-werknemer verweert zich met een beroep op de vrijheid van meningsuiting. Hij voert aan dat een inbreuk op dit recht slechts in uitzonderlijke gevallen is toegestaan, en nimmer in de vorm van censuur (vooraf).

Oordeel rechtbank Rotterdam

De rechtbank volgt grotendeels het verweer van de ex-werknemer. Zij overweegt dat iedereen die daarbij een rechtmatig belang heeft, op grond van artikel 843a Rv inzage kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij partij is. De rechtbank is van mening dat de dreigende schending van het geheimhoudingsbeding geen rechtmatig belang in de zin van artikel 843a Rv oplevert. De rechtbank sluit ter onderbouwing van haar oordeel aan bij artikel 7 van de Grondwet, waarin expliciet staat vermeld dat niemand van tevoren toestemming nodig heeft om zijn mening – in druk – openbaar te maken. De achterliggende gedachte van het artikel is volgens de rechtbank dat moet worden voorkomen, dat de wetenschap dat een tekst van tevoren zal worden bekeken, leidt tot een maatschappelijk ongewenst geachte terughoudendheid bij de schrijver (het zogenoemde ‘chilling’-effect). De rechtbank overweegt dat kennisname vooraf op zich geen directe belemmering van de vrijheid van meningsuiting inhoudt. De kennisname wordt immers slechts gevraagd om een eventueel publicatieverbod – die wel degelijk een belemmering inhoudt – mogelijk te maken. Echter, nu het doel van de kennisname vooraf een eventueel publicatieverbod is, strekt de inzage indirect wel tot belemmering van de vrijheid van meningsuiting. Om die reden kan de ex-werknemer niet worden verplicht tot inzage vooraf.

Conclusie

Zowel in de politiek als in de media staan de grenzen van de vrijheid van meningsuiting ter discussie. De rechtbank Rotterdam geeft met bovenvermelde uitspraak een duidelijk signaal af. Aan de vrijheid van meningsuiting van de schrijver wordt in casu niet getornd. Zelfs wanneer het vermoeden bestaat dat de schrijver in zijn publicatie onrechtmatige uitlatingen zal doen, staat zijn recht om zonder toestemming zijn mening openbaar te maken voorop. Holland Casino kan slechts optreden tegen de – mogelijk – onrechtmatige uitlatingen van de schrijver op het moment dat het boek daadwerkelijk is gepubliceerd. De vraag is of dit niet te laat is, gelet op de dan al ontstane reputatie- en imagoschade.