Dubbele ambtelijke petten in Schinnen

Regels over integriteit en de ambtseed prenten de ambtenaar in geen misbruik te maken van zijn positie om zaken voor zichzelf te regelen. Bij een gemeenteambtenaar van Schinnen is naar het oordeel van de gemeente juist wel sprake van verwevenheid tussen zijn optreden als burger en dat als ambtenaar. Dit houdt verband met grond(ver)koop. Dit is voor de gemeente aanleiding voor strafontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Het ontslagbesluit van 2 februari 2011 heeft inmiddels geleid tot een voorlopig oordeel van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op 26 juni 2012. Wat speelt daar in Schinnen?

Grondspeculatie

De ambtenaar werkte meer dan 40 jaar voor de gemeente. Hij is hoofd van de afdeling ruimtelijke ordening die zich bezig houdt met gronduitgifte en -verkoop. Vanuit die hoedanigheid is hij betrokken bij een bepaald perceel in Amstenrade dat de gemeente te koop aanbiedt. Als privépersoon is hij daar ook bij betrokken: hij koopt dat namelijk van de gemeente, waarmee het College akkoord gaat. Hij verkoopt het direct door aan een derde, met winst. De gemeente spreekt van verboden grondspeculatie, (schijn van) belangenverstrengeling, verrijking, misbruik van positie.

Gemeentelijke rechtspositieregeling (CAR/UWO)

Van een nauwgezet en ijverig vervullen van de functie als goed ambtenaar in de zin van artikel 15:1 CAR/UWO is geen sprake volgens de gemeente. Er is daarentegen sprake van zeer ernstig plichtsverzuim omdat de ambtenaar zijn verplichtingen niet nakomt (art. 16:1:1 CAR/UWO). Als mogelijke én zwaarste straf wegens plichtsverzuim, kan strafontslag worden gegeven. Dat is wat de gemeente in februari 2011 doet ex artikel 8:13 CAR/UWO.

Uitspraak 8 april 2011

De ambtenaar maakt tegen dit ontslagbesluit bezwaar en vraagt een voorlopige voorziening bij de Rechtbank Maastricht. De rechter oordeelt de handelwijze van de ambtenaar “op zijn zachtst gezegd onhandig”. Maar als verzachtende omstandigheid geldt dat dergelijke handelingen rond betrokkenheid bij perceelaankoop “niet ongebruikelijk” waren in de gemeente. Omdat er volgens de rechtbank geen expliciet anti-speculatiebeding was opgenomen in het Collegebesluit over de verkoop van het perceel, mocht de ambtenaar de grond zonder toestemming van de gemeente weer doorverkopen. De rechtbank kwalificeert de handelwijze niet als ernstig plichtsverzuim en vindt dat de gemeente met een lichtere straf had moeten volstaan.

Ernstig plichtsverzuim

De gemeente blijft desondanks bij haar besluit en handhaaft bij beslissing op bezwaar van 19 juli 2011 het strafontslag. Daar tegen stelt de ambtenaar beroep in en met succes. De Rechtbank Maastricht vernietigt dit ontslagbesluit op 14 maart 2012. Hoewel de rechtbank de gang van zaken rond de koop, levering en doorverkoop van het perceel door de ambtenaar wel kwalificeert als plichtsverzuim. Hij had de schijn van belangenverstrengeling, de twee petten, moeten vermijden. De combinatie van dit alles kwalificeert de rechtbank als “ernstig plichtsverzuim”. Desondanks acht de rechtbank de opgelegde sanctie opnieuw te zwaar.

Verzachtende omstandigheden

De rechtbank houdt rekening met het dienstverband van 42 jaar en ook met de informele cultuur binnen de gemeente, waardoor het binnen de gemeente ook ontbrak aan een “signaalfunctie” voor dit soort zaken. Omdat de rechtbank over “ernstig” en niet over “zeer ernstig” plichtsverzuim spreekt, oordeelt zij dat het strafontslag een onevenredig zware sanctie is. Dus in principe: ontslagbesluit van tafel, ambtenaar herstellen in zijn functie mét doorbetaling van bezoldiging. De gemeente heeft echter naar aanleiding van deze uitspraak (nog) geen nieuwe beslissing op bezwaar genomen, met bijvoorbeeld een mildere straf. Duidelijk is dus dat de gemeente vasthoudt aan de zwaarste sanctie van strafontslag.

Uitspraak 26 juni 2012

Terwijl zowel de ambtenaar als de gemeente tegen die uitspraak hoger beroep hebben ingesteld bij de CRvB, vraagt de gemeente intussen aan de CRvB een voorlopige voorziening. De gemeente wil namelijk dat de werking van die uitspraak van 14 maart 2012 wordt geschorst en de ambtenaar dus thuis moet blijven, tot dat de CRvB inhoudelijk op die hoger beroepen heeft beslist. Volgens de gemeente zou terugkeer het integriteitsbeleid en de geloofwaardigheid van het College aantasten en nog verder schade toebrengen aan de gemeente.

De CRvB moet in deze voorlopige voorziening oordelen of de uitspraak van 14 maart 2012 naar alle waarschijnlijkheid in die hoger beroepszaak in stand blijft. De CRvB vindt de zaak te complex om daarop vooruit te lopen in een voorlopige voorziening. Wel willigt de CRvB het verzoek van de gemeente in tot schorsing van de werking van de uitspraak van 14 maart 2012, om verdere escalatie te voorkomen en omdat de hoger beroepen spoedig worden behandeld. Daarbij speelt een rol dat er bij de ambtenaar geen sprake is van een financiële noodsituatie, hoewel hij geen salaris van de gemeente ontvangt.

20 september 2012

Op 20 september 2012 behandelt de CRvB inhoudelijk de hoger beroepen tegen de uitspraak van de rechtbank. Dan zal blijken of ook de CRvB vindt dat “slechts” sprake is van gewoon of ernstig plichtsverzuim waarbij niet een zware sanctie als strafontslag past. Mogelijk echter volgt de CRvB meer de lijn van de gemeente dat de gang van zaken rond de perceel(ver)koop heeft geleid tot belangenverstrengeling, misbruik van positie en ernstige integriteitschendingen waarbij alleen de zwaarste rechtspositionele maatregel past.