Scheiden in het buitenland
Scheiden in het buitenland

Omgang na een mislukt co-ouderschap

Een co-ouderschapsregeling vergt veel van gescheiden ouders. Ondanks alle goede voornemens mislukt 25% van de co-ouderschappen. De frustraties over het mislukken van een regeling leiden regelmatig tot een felle juridische strijd. Voor de kinderen zou het soms beter zijn geweest, als de rechter direct een regeling had vastgesteld. Wat is nu de waarde van een co-ouderschap?

Gezamenlijk gezag

Co-ouderschap is geen juridische term. Juristen spreken van gezag, wat inhoudt dat partijen het recht en de plicht hebben om de kinderen te verzorgen en op te voeden. Bij co-ouderschap is sprake van gezamenlijk gezag. Deze gezagsconstructie legt op zich geen voorwaarden op over de wijze waarop het wordt ingericht.

Overeenkomst en nakoming

Co-ouderschap is een in de praktijk ontwikkelde term. Het betekent veelal dat ouders ook na echtscheiding het gezamenlijk gezag op gelijkwaardige wijze willen vormgeven. Meestal komt het erop neer dat men de zorg voor het kind bij helfte deelt. Het vereist een intensieve samenwerking tussen de ouders, een samenwerking die niet altijd gedurende lange tijd kan worden opgebracht. Als het co-ouderschap schriftelijk is overeengekomen (bijvoorbeeld bij convenant) is het een overeenkomst waarvan nakoming gevorderd kan worden.

Voor de rechter

Bij een mislukt co-ouderschap komt de rechter voor een dilemma te staan. Aan de ene kant is er de ouder die, op basis van de overeenkomst, nakoming van het co-ouderschap eist. De andere ouder is tot de conclusie gekomen dat het co-ouderschap niet of niet meer uitvoerbaar is en wil een nieuwe regeling.

Belang kinderen

Sommige rechters kiezen een makkelijke uitweg: zij concluderen dat de oplopende spanningen niet langer in het belang van de kinderen zijn en beëindigen het co-ouderschap om die reden. Het gezag wordt vervolgens meestal op de klassieke manier ingericht: het kind heeft hoofdverblijf bij de ene ouder en omgang met de ander. Andere rechters laten zich hier niet zomaar toe verleiden: zij stellen dat er zwaarwegende redenen moeten zijn om deze overeenkomst te verbreken. De verbrekende ouder moet dan met een steekhoudend verhaal komen. Als hij of zij dit niet doet, moet het co-ouderschap gewoon worden voortgezet, ook al betekent dit dat verhuizingen moeten worden afgezegd of zelfs teruggedraaid.

Deze wisselende jurisprudentie maakt de uitkomst van procedures uiterst onzeker. Veel ouderparen nemen daarom hun toevlucht tot mediation. Pas als dit mislukt, wordt er alsnog geprocedeerd, waarbij de kans op “succes” voor beiden even groot is.