Een opsteker voor bedrijven

24 juli 2024

Een opsteker voor bedrijven!

Door Wladimir Schmidt

Onlangs heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Opheffing Verpandingsverboden aangenomen. Deze wet regelt met een kleine aanpassing van art. 3:83 BW dat het niet langer mogelijk is om voor financieringsdoeleinden verpanding van debiteurenvorderingen uit te sluiten.

Het grote voordeel van deze wet is dat vorderingen van bedrijven in veel ruimere mate kunnen worden gebruikt om als onderpand te geven voor financiering. En daarmee zijn financieringsmogelijkheden van bedrijven ook toegenomen.

Wat is een verpandingsverbod?

Met name afnemers/opdrachtgevers die grote hoeveelheden producten van vele leveranciers afnemen, spreken met hun leveranciers graag af dat het de leverancier verboden is diens vordering op de afnemer te verpanden. Denk hierbij aan leveranciers van supermarktketens, maar ook leveranciers aan zorgbedrijven, grote aannemers, overheden, etc. Het voordeel hiervan voor de afnemer, is dat zij niet tegen haar zin met een pandhouder (zoals een bank of factoring-maatschappij) geconfronteerd kunnen worden, wat administratieve lasten scheel, en er voor zorgt dat zij niet – per ongeluk – aan de verkeerde partij kunnen betalen.

Voor financiers is dit echter beperkend. Een financier wenst immers zekerheid dat haar lening wordt terugbetaald. In veel gevallen zijn debiteurenvorderingen het belangrijkste bezit van een onderneming. Als die niet verpand kan worden, is het verkrijgen van financiering nagenoeg onmogelijk. Dit beperkt de ondernemer in zijn mogelijkheden voor investeringen en het runnen van de onderneming.

Het werkt in het algemeen ook zo dat hoe meer waarde een onderneming in zekerheid kan geven aan een financier, hoe ruimer het krediet is. Vaak komt een hogere zekerheidswaarde ook tot uitdrukking in een lagere rente voor het krediet.

Beperkingen

Het is duidelijk dat als vorderingen niet kunnen worden verpand of overgedragen omdat een afnemer dat niet wenst, dit de mogelijkheden beperkt voor een leverancier om meer kredietruimte te krijgen van financiers. De afgelopen jaren werden verpandingsverboden steeds vaker in Algemene Voorwaarden opgenomen of in overeenkomsten zelf. Financiers zagen het risico op het waardeloos worden van een verpanding op vorderingen toenemen. Ook de administratieve lasten namen daardoor toe, omdat de ondernemer en de financier bij aanvraag van financiering alle contracten met afnemers en hun algemene voorwaarden moesten nalopen op mogelijke verpandingsverboden.

Nieuwe mogelijkheden?

Met deze nieuwe wet worden alle verpandingsverboden ongeldig. Dit geldt voor alle vorderingen die ontstaan vanaf de inwerkingtreding van de Wet Opheffing Verpandingsverboden, ook als die voortkomen uit bestaande leveringscontracten die nog een verpandingsverbod bevatten. Ondernemersorganisaties MKB-Nederland en VNO-NCW zijn blij met deze wetswijziging, en al hebben aangegeven dat de nieuwe wet zal zorgen voor nodige extra kredietruimte. Met name geeft het leveranciers de mogelijkheid om bij hun bestaande bank de mogelijkheden te verkennen en niet in voorkomende gevallen verplicht te zijn dure financieringsproducten van alternatieve financiers dan banken (denk aan factorbedrijven, crowdfundingsplatforms etc.) aan te gaan.

Een verbod op verpanding of overdracht van vorderingen blijft mogelijk, als deze niet plaatsvindt in het kader van een bedrijfsfinanciering.

Meer informatie

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of bent u benieuwd waar mogelijkheden voor u liggen? Neem contact met ons op!

 

Dit artikel is geschreven in samenwerking met Christiaan Mensink.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

4 februari 2026

Volmacht aan een bank geven: wat houdt dit in?

Inmiddels is het standaard dat de bank aan haar klant bij het aangaan van een financieringsovereenkomst een volmacht vraagt. Maar waarom doet een bank dat en op basis waarvan? In deze blog ga ik in op deze vragen en de implicaties voor klanten van de bank.

Lees meer

Lees meer over

3 februari 2026

Verrekening en faillissement: wat mag wél en wat niet?  

Verrekening is een juridisch middel waarbij twee partijen die elkaar iets verschuldigd zijn, hun vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen wegstrepen. Dit is in een gewone handelsrelatie in beginsel geen probleem. Zodra er sprake is van een faillissement, gelden er echter andere spelregels.

Lees meer

Lees meer over

20 januari 2026

De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag

Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?

Lees meer

Lees meer over

19 januari 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid: veel geroepen, moeilijk bewezen

Bestuurdersaansprakelijkheid klinkt dreigend. In de praktijk blijkt een claim van een curator echter moeilijk te winnen. De lat voor bestuurdersaansprakelijkheid ligt namelijk hoog. Het loont dus om kritisch naar deze aansprakelijkheidsvordering te kijken, en daartegen goed verweer te voeren.

Lees meer

Lees meer over

2 december 2025

Verpanding van vorderingen, heeft de pandhouder het laatste woord?

Banken vragen bij elke zakelijke financiering om verstrekking van zekerheidsrechten op activa van uw onderneming. Deze zekerheidsrechten willen zij van u krijgen zodat, in het geval dat u de financiering niet kan betalen, die in zekerheid gegeven activa te gelde kunnen worden gemaakt en de bank zich als schuldeiser met voorrang op andere schuldeisers, zich kan verhalen op de opbrengst.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen