14 augustus 2014

Een nieuwe kans voor verhuurders met all-in prijs

Door GMW advocaten

Op grond van artikel 7:258 BW is het aan verhuurders van sociale woningen verboden om een all-in prijs overeen te komen met de huurder. I

Indien naast het gebruik van de woning ook nog servicediensten worden overeengekomen, dient er in de huurovereenkomst een splitsing gemaakt te worden tussen het deel dat betrekking heeft op de kale huurprijs en het overige. Zonder die uitsplitsing is het immers onmogelijk om de kale huurprijs te toetsen (artikel 7:249 of 7:254 BW) en kan bijvoorbeeld dus ook niet vastgesteld worden of de huurder recht heeft op extra huurprijsbescherming, of een huisvestingsvergunning benodigd is, en of de huurder recht heeft op huurtoeslag. Ook de juistheid van het doorberekende bedrag aan servicekosten blijft oncontroleerbaar (artikel 7:259 BW).

Sanctie door Huurcommissie

De Huurcommissie kan de all-in huurprijs na een verzoek daartoe uitsplitsen. Dat is niet gunstig voor de verhuurder: Op grond van de Uitvoeringswet Huurprijzen Woonruimte (UHW) wordt de huurprijs dan vastgesteld op 55% van de maximale huurprijsgrens en wordt het voorschot op de servicekosten 25% van die huurprijs.

Nieuw wetsvoorstel vanwege onduidelijkheid

Op grond van het oude recht (artikel 11a van de oude Huurprijzenwet) was het voor de verhuurder mogelijk om de sanctie te voorkomen. Het verzoek aan de Huurcommissie moest “met redenen omkleed” geschieden, en uit de wetsgeschiedenis bleek uitdrukkelijk dat het de voorkeur verdiende dat de huurder eerst de verhuurder om uitsplitsing van de prijs gevraagd had. In (de wetsgeschiedenis van) artikel 7:258 BW is dit niet overgenomen, waardoor onduidelijkheid is of deze bedoeling nog geldt. Wetsvoorstel 33698 (Kamerstukken II, 2012/2013, nr.2) moet deze onduidelijkheid opheffen. Het voorstel betreft een wijziging van artikel 7:258 BW in die zin dat de huurder pas naar de Huurcommissie kan stappen nadat hij tevergeefs de verhuurder een voorstel tot uitsplitsing van de all-in prijs heeft gedaan.

Kantonrechter Amsterdam, 27 februari 2014

In afwachting van de wetswijziging bedacht de Kantonrechter Amsterdam in februari van dit jaar een tussenoplossing in haar vonnis (ECLI:NL:AMS:2014:2283).  Het betrof een verhuur met all-in prijs, waar de verhuurder binnen een maand na de aanvang van de huurovereenkomst reeds zelf een uitsplitsing had gemaakt. Huurder daagde hem echter voor de rechter met als doel een gesanctioneerde huurprijs. De kantonrechter overwoog dat uit de wetsgeschiedenis van artikel 7:258 BW niet valt op te maken dat de eerdere bedoelingen van de wetgever nu niet meer zouden gelden. In het licht hiervan én gezien het aanhangige wetsvoorstel zou het toepassen van de zware sanctie onredelijk zijn. De kantonrechter stelde de huurprijs vast op de maximale huurprijsgrens en de servicekosten op 25% daarvan. Dit vonnis is relatief gunstig voor de verhuurder, maar is ook opmerkelijk omdat zij de thans nog geldende wettelijke sanctie van artikel 7:258 BW negeert. Voor de gevallen waarin verhuurders nu nog geconfronteerd worden met een procedure op grond van het huidige artikel 7:258 BW, verdient het echter aanbeveling om zich te beroepen op bovengenoemde uitspraak. Indien u nog vragen heeft over het bovenstaande, wendt u zich dan gerust tot mij.

GMW-advocaten

GMW advocaten

Advocaat

Onze advocaten hebben ieder hun eigen specialistische expertise en ervaring. Wat zij met elkaar delen, is hun gedrevenheid en service gerichte aanpak. Met als doel: de beste oplossing voor onze cliënten bereiken.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

9 februari 2026

De rechten van het kind bij ontruiming van een woning

Op 28 november 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de rol van de rechten van het kind bij een vordering tot ontruiming van een huurwoning. Dit artikel behandelt de aanleiding voor deze vragen, de kernoverwegingen van de Hoge Raad en de gevolgen voor de (rechts)praktijk.

Lees meer

Lees meer over

27 januari 2026

De werking van een omzettingsverklaring bij aanneming van werk

Stel dat een aannemer is ingehuurd voor een aanneming van werk, maar dat bij de uitvoering daarvan een probleem ontstaat. Dit komt helaas vaak voor. Als het vervolgens samen niet lukt om de kwestie op te lossen, is het aan te raden om juridische stappen te overwegen. Hieronder een praktische uitleg en vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

9 december 2025

Overlast door huurders: wat is de rol van de verhuurder?

In dit artikel wordt nader ingegaan op de verantwoordelijkheden van een verhuurder in geval van overlast, de aanpak die hij kan hanteren en de maatregelen die hij kan nemen. Zie ook: vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

26 november 2025

Schadevergoeding na verjaring van eigendom

Na het verstrijken van een verjaringstermijn vervalt een vordering. In het geval van verjaring in eigendomskwesties houdt dit in dat een eigenaar zijn vastgoed niet langer kan opeisen van de bezitter. Het eigendomsrecht gaat in zo’n geval over van de eigenaar op de bezitter. In sommige gevallen is er echter toch nog een mogelijkheid om alsnog aanspraak te maken op het vastgoed. Het schadevergoedingsrecht biedt in die gevallen een oplossing.

Lees meer

Lees meer over

11 november 2025

Kun je in het vastgoed- en huurrecht aanspraak maken op een immateriële schadevergoeding?

De laatste jaren krijgen wij steeds meer vragen over de vergoeding van immateriële schade. Met name expats zijn gewend dat er naast een materiële schadevergoeding ziend op de daadwerkelijk gemaakte kosten, ruimte bestaat voor een vergoeding van minder concrete schade.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen