17 april 2016

Afspraken met ondernemingsraad naast cao

Door GMW advocaten

Werkgevers hebben soms behoefte aan meer flexibiliteit rond arbeidsvoorwaarden dan de cao, of het overleg met vakbonden, biedt.

Overleg met de ondernemingsraad kan dan uitkomst bieden. Het voorbeeld daartoe van onderneming APTR in de Rotterdamse haven wordt wellicht nagevolgd.

Aanvullende ontslagafspraken, zoals C = 2

APMTR heeft met FNV en CNV een ondernemings-cao. Die heeft grotendeels een standaard-karakter. Dat betekent, in tegenstelling tot de veel gebruikelijker minimum-cao, dat afwijking niet is toegestaan: ook gunstiger arbeidsvoorwaarden mogen niet. APMTR doet dat toch, en wel met de ondernemingsraad (OR). Zij maakt onder meer de afspraak dat bij ontslag ná einde cao-looptijd de medewerker een ontslagvergoeding krijgt van kantonrechtersformule 2008 met C = 2. Ook maakte APMTR met de OR afspraken over een werkgelegenheidsgarantie en een seniorenregeling – die beiden deels vielen binnen de looptijd van de standaard-cao.

Kort geding door vakbonden

De vakbonden klagen bij de rechter over deze aanvullende afspraken, hoewel die van een afstand bekeken gunstig zijn voor de werknemers (deels ook vakbondsleden). De vakbonden hebben echter het grotere plaatje voor ogen: overleg binnen de hele havensector, waarbinnen de (aanvullende) arbeidsvoorwaarden niet te zeer uiteen moeten lopen. Hoe oordeelt de rechter op 6 april in kort geding op de vakbondseis om de werkgever te verbieden de aanvullende arbeidsvoorwaarden ter goedkeuring aan de werknemers voor te leggen?

Mogelijkheden binnen en na(aast) standaard-cao

Interessante overwegingen bezien vanuit het caorecht en het vakbondswerk:

  1. In de APMTR-cao zijn onderwerpen niet uitputtend geregeld. Vrijwel geen enkele cao is helemaal uitputtend, bijvoorbeeld als daarin niets is geregeld over een concurrentiebeding, gebruik van zakelijke telefoon en de plaats waar moet worden gewerkt. Over zaken die niet zijn geregeld, mag de werkgever met de werknemer of OR afspraken maken, aldus de rechter. De vraag is of dit wel klopt. De Ktr Zutphen oordeelde in 2014 juist dat het standaardkarakter betekent dat een werkgever geen afspraken mag maken over “überhaupt” niet in de cao geregelde zaken, zoals in die zaak een maaltijdvergoeding. Op basis van de cao-tekst kan een werkgever nagaan of een volledig uitputtende regeling in de cao is beoogd, of dat er daarnaast tóch wel zaken mogen worden afgesproken.
  2. De werkgever mag al afspraken maken met de OR die pas gelden ná de looptijd van de cao, uitgaande van het idee dat er geen nieuwe cao volgt. Vergelijk wat dit betreft de situatie in de horeca. Daar is de laatste cao al jaren geleden afgelopen, en werken werkgevers en werknemers nu zonder cao en zonder betrokkenheid van vakbonden op basis van een door de branchevereniging opgesteld arbeidsvoorwaardenreglement.
  3. Zelfs mag APMTR afspraken met de OR maken over onderwerpen die betrekking hebben op wél in de standaard-cao geregelde zaken én die hun werking hebben tijdens de looptijd.

Misbruik van bevoegdheid vakbonden

De rechter oordeelt namelijk dat het gevorderde buiten toepassing laten van de afgesproken aanvullende arbeidsvoorwaarden naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit vanwege de grote onrust in  de haven rond werkgelegenheid vanwege de komst van geautomatiseerde terminals. APMTR wil rust creëren en sloot daarom de aanvullende arbeidsvoorwaarden. En de vakbonden hadden geweigerd met APMTR te praten over aanpassing van de APMTR-cao zolang de kwestie rond werkgelegenheid niet sectorbreed was besproken. Die weigering, waardoor de vakbonden het belang van de werknemers in de sector stellen boven dat van de APMTR-werknemers, acht de rechter zelfs misbruik van bevoegdheid door de vakbonden (art. 3:13 BW). Dat is een vergaand oordeel, want dit wordt niet snel aangenomen.

Draagvlak binnen onderneming

Uiteraard speelt voor de rechter ook een rol dat de aanvullende afspraken een aanmerkelijke verbetering zijn. En last but not least: van belang is dat al 80% van de werknemers had ingestemd met de aanvullende arbeidsvoorwaarden. De rechter kent hier in feite ook waarde toe aan het ook binnen het cao-proces opkomende belang van “draagvlak” binnen de organisatie. Kortom: deze werkgever mag de met de OR gemaakte afspraken ter goedkeuring voorleggen aan de (overige 20% van de) werknemers en vervolgens doorvoeren. De uitspraak laat dus zien dat een werkgever, mede vanwege de opstelling van een vakbond, mogelijkheden heeft om buiten de vakbonden en zelfs buiten een standaard-cao om, aanvullende – betere – arbeidsvoorwaarden af te spreken voor de eigen werknemers.

GMW-advocaten

GMW advocaten

Advocaat

Onze advocaten hebben ieder hun eigen specialistische expertise en ervaring. Wat zij met elkaar delen, is hun gedrevenheid en service gerichte aanpak. Met als doel: de beste oplossing voor onze cliënten bereiken.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

11 februari 2026

Liefde op de werkvloer: grenzeloos?

Valentijnsdag is weer in aantocht, dus dat roept de vraag op: wat te doen als er door een liefdesrelatie tussen collega’s spanningen en problemen op de werkvloer ontstaan? Als het nadelige effecten heeft op de inhoud van het werk of de sfeer, mag de werkgever een liefdesrelatie tussen medewerkers dan verbieden, of daar grenzen aan stellen? Deze vragen komen regelmatig aan de orde in rechtszaken.

Lees meer

Lees meer over

15 januari 2026

Mededelingsplicht bij sollicitaties

Het is essentieel dat zowel werkgevers als werknemers open en eerlijk communiceren over belangrijke zaken die de werkrelatie kunnen beïnvloeden. Uit een recente uitspraak blijkt dat die openheid al bij aanvang van de arbeidsovereenkomst wordt verwacht

Lees meer

Lees meer over

7 januari 2026

Werkt een werknemer niet mee aan re-integratie? Wat kan de werkgever doen?

Wanneer een werknemer (langdurig) ziek is, is re-integratie een gezamenlijke verplichting van zowel werknemer als werkgever. Maar wat als de werknemer weigert mee te werken aan dit proces? Wat mag u doen volgens de wet? Welke stappen zijn vereist?

Lees meer

Lees meer over

21 december 2025

Werkgever, mag ik overstappen naar de concurrent?

Veel werkgevers nemen in hun arbeidsovereenkomst een concurrentie- en/of relatiebeding op. Als een werknemer aan de slag wil bij een klant of een concurrent van de werkgever en de werkgever staat dit niet toe, dan kan een werknemer zich genoodzaakt zien zich tot de rechter te wenden. Zo ook in de zaak van de kantonrechter Zeeland West-Brabant in mei 2025.

Lees meer

Lees meer over

16 december 2025

Ontbinding met een prijskaartje van €350.000

Sinds de invoering van de WWZ wordt er veel geprocedeerd over de toekenning van een billijke vergoeding. Volgens de wet kan de rechter die toekennen als de arbeidsovereenkomst eindigt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever. Hoewel rechters doorgaans terughoudend zijn in de toekenning van (hoge) billijke vergoedingen, hebben we in de zaak van de kantonrechter Amsterdam eind juni 2025 een uitschieter te pakken.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen