9 september 2019

Beroep op ketenregeling verworpen

Door GMW advocaten

Een verkeerde aanzegging leidt niet per se tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Ook niet als er één dag te veel door de medewerker is gewerkt. Een beroep op de ketenregeling kan onder omstandigheden onaanvaardbaar zijn, zo oordeelde het gerechtshof Den Haag recent.

Het ging in de zaak om een medewerker die in de periode 26 mei 2015 tot en met 25 mei 2017 op basis van tijdelijke arbeidsovereenkomsten in dienst was bij de Verzekeringsbank. Het laatste tijdelijke contract zou automatisch eindigen op 25 mei 2017. De werkgever deelde de medewerker een maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst schriftelijk mee dat de laatste dag van de arbeidsovereenkomst 26 mei 2017 zou zijn in plaats van 25 mei 2017. Op 26 mei 2017 heeft de medewerker conform deze aanzegging, en met wetenschap van de werkgever, nog gewerkt. Vervolgens is de medewerker naar de rechter gestapt om de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever te vernietigen. Volgens de medewerker was de maximale duur van tijdelijke contracten, zoals voorgeschreven in de ketenregeling (artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek) met één dag overschreden. De medewerker stelde dat er daardoor op 26 mei 2017 een overeenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan.

Gelijk

Technisch gezien had de medewerker gelijk: op grond van de ketenregeling was er na het overschrijden van 24 maanden een contract voor onbepaalde tijd ontstaan. Toch wees de kantonrechter het verzoek tot vernietiging van de opzegging af. Ook bij het hof ving de medewerker bot. Het gerechtshof deelde de mening van de kantonrechter dat het beroep op de ketenregeling in dit geval op basis van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, omdat er geen sprake was van een stilzwijgende verlenging van de arbeidsovereenkomst. Dit is het geval als de medewerker uit de gedragingen van de werkgever heeft kunnen afleiden dat de arbeidsovereenkomst zal worden voortgezet. Dat was in deze zaak volgens het hof niet zo. Uit de laatste arbeidsovereenkomst bleek namelijk dat het contract van rechtswege zou eindigen op 25 mei 2017. Het einde van de overeenkomst werd daarnaast tijdig door de werkgever bevestigd en aangezegd per e-mail. De medewerker was volgens het hof dus al geruime tijd op de hoogte van het aflopen van de arbeidsovereenkomst. Dat hierover geen misverstand bestond, bleek ook uit het feit dat de medewerker op de laatste dag afscheid had genomen van collega’s en de kluissleutel had ingeleverd. Bovendien was zij daarna niet meer op het werk verschenen en had zij een WW-uitkering aangevraagd. Ondanks de bedoeling om de termijn van 24 maanden niet te overschrijden, maakte HR een vergissing bij de aanzegging van het einde van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Afscheid

Onder deze omstandigheden kon en mocht de medewerker niet aannemen dat de arbeidsovereenkomst zou worden voortgezet. Een beroep op de ketenregeling achtte het hof onaanvaardbaar.

Heeft u een vraag over dit onderwerp? Neem dan gerust contact met ons op.

Gerechtshof Den Haag, 8 januari 2019, ECLI (verkort): 26

Dit artikel verscheen eerder in Rendement.

GMW-advocaten

GMW advocaten

Advocaat

Onze advocaten hebben ieder hun eigen specialistische expertise en ervaring. Wat zij met elkaar delen, is hun gedrevenheid en service gerichte aanpak. Met als doel: de beste oplossing voor onze cliënten bereiken.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

11 februari 2026

Liefde op de werkvloer: grenzeloos?

Valentijnsdag is weer in aantocht, dus dat roept de vraag op: wat te doen als er door een liefdesrelatie tussen collega’s spanningen en problemen op de werkvloer ontstaan? Als het nadelige effecten heeft op de inhoud van het werk of de sfeer, mag de werkgever een liefdesrelatie tussen medewerkers dan verbieden, of daar grenzen aan stellen? Deze vragen komen regelmatig aan de orde in rechtszaken.

Lees meer

Lees meer over

15 januari 2026

Mededelingsplicht bij sollicitaties

Het is essentieel dat zowel werkgevers als werknemers open en eerlijk communiceren over belangrijke zaken die de werkrelatie kunnen beïnvloeden. Uit een recente uitspraak blijkt dat die openheid al bij aanvang van de arbeidsovereenkomst wordt verwacht

Lees meer

Lees meer over

7 januari 2026

Werkt een werknemer niet mee aan re-integratie? Wat kan de werkgever doen?

Wanneer een werknemer (langdurig) ziek is, is re-integratie een gezamenlijke verplichting van zowel werknemer als werkgever. Maar wat als de werknemer weigert mee te werken aan dit proces? Wat mag u doen volgens de wet? Welke stappen zijn vereist?

Lees meer

Lees meer over

21 december 2025

Werkgever, mag ik overstappen naar de concurrent?

Veel werkgevers nemen in hun arbeidsovereenkomst een concurrentie- en/of relatiebeding op. Als een werknemer aan de slag wil bij een klant of een concurrent van de werkgever en de werkgever staat dit niet toe, dan kan een werknemer zich genoodzaakt zien zich tot de rechter te wenden. Zo ook in de zaak van de kantonrechter Zeeland West-Brabant in mei 2025.

Lees meer

Lees meer over

16 december 2025

Ontbinding met een prijskaartje van €350.000

Sinds de invoering van de WWZ wordt er veel geprocedeerd over de toekenning van een billijke vergoeding. Volgens de wet kan de rechter die toekennen als de arbeidsovereenkomst eindigt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever. Hoewel rechters doorgaans terughoudend zijn in de toekenning van (hoge) billijke vergoedingen, hebben we in de zaak van de kantonrechter Amsterdam eind juni 2025 een uitschieter te pakken.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen