1 mei 2025

De beloning van uitzendkrachten onder de ABU-cao

Door Mark Dijkstra

Volgens een belangrijke uitspraak van de Hoge Raad hebben uitzendkrachten recht op dezelfde beloning als medewerkers die direct in dienst zijn bij de feitelijke werkgever. Dit geldt op basis van Europees recht voor alle essentiële arbeidsvoorwaarden.

Inlenersbeloning

Op grond van artikel 16 van de ABU-cao hebben uitzendkrachten recht op verschillende toeslagen zoals die gelden bij de werkgever waarvoor zij feitelijk werken (de inlener). Deze ‘inlenersbeloning’ omvat een aantal loonbestanddelen die minimaal gelijk moeten zijn aan de beloning van een werknemer in een gelijkwaardige functie bij de inlener. Echter, deze opsomming in de ABU-cao is niet volledig. Zo ontbreekt bijvoorbeeld het individueel of persoonlijk keuzebudget (‘IKB’ of ‘PKB’) dat sommige werkgevers aan hun eigen werknemers bieden. Dit kan ertoe leiden dat de uitzendkracht financieel slechter af is dan zijn collega’s die wel in dienst zijn bij de inlener.

Dosign uitspraak Hoge Raad

Op 27 september 2024 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan over dit onderwerp (zie ECLI:NL:HR:2024:1303). In deze zaak werkte de werknemer via Dosign Staffing B.V. bij AkzoNobel en ontving hij, in tegenstelling tot zijn collega’s, minder toeslagen. Dit betrof onder andere een resultaatsafhankelijke bonus (RAB), een PDD-prestatievergoeding en de zogenaamde Akzo-bonus.

De Hoge Raad oordeelde dat de uitzendkracht ook recht had op deze toeslagen, op basis van artikel 8 lid 1 van de Waadi en artikel 5 lid 1 van de Europese Uitzendrichtlijn. Hierin is vastgelegd dat de uitzendkracht recht heeft op gelijke beloning met betrekking tot de “essentiële arbeidsvoorwaarden”. Uit het eerdere Randstad/Empleo-arrest van het Europese Hof van Justitie (zie ECLI:EU:C:2024:156) blijkt dat dit begrip breed moet worden geïnterpreteerd.

Gevolgen voor de praktijk

De gevolgen voor de praktijk zijn aanzienlijk. Tot nu toe is de ABU-cao niet algemeen verbindend verklaard door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bronnen in Den Haag suggereren dat dit te maken heeft met de uitspraak van de Hoge Raad, waardoor is vastgesteld dat de ABU-cao niet meer voldoet aan de Europese wetgeving.

Bovendien is de laatste ABU-cao tot stand gekomen zonder medewerking van de grote vakbonden (FNV, CNV en De Unie). Alleen met de instemming van een kleinere vakbond (LBV) kon de cao worden afgesloten. FNV is echter van mening dat LBV geen onafhankelijke vakbond is en daarom niet bevoegd is om cao’s af te sluiten. Hoewel de rechtbank Rotterdam in een uitspraak van 17 april 2025 (zie ECLI:NL:RBROT:2025:4472) heeft bepaald dat LBV niet onrechtmatig handelt jegens FNV, wordt verwacht dat FNV niet zal opgeven – hoger beroep is nog mogelijk.

Advies nodig?

Bent u uitzendwerkgever of werknemer en heeft u advies nodig over deze kwestie? Neem dan contact op met een van de arbeidsrechtadvocaten van GMW advocaten; zij denken graag met u mee.

Mark Dijkstra

Advocaat/associate partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

11 februari 2026

Liefde op de werkvloer: grenzeloos?

Valentijnsdag is weer in aantocht, dus dat roept de vraag op: wat te doen als er door een liefdesrelatie tussen collega’s spanningen en problemen op de werkvloer ontstaan? Als het nadelige effecten heeft op de inhoud van het werk of de sfeer, mag de werkgever een liefdesrelatie tussen medewerkers dan verbieden, of daar grenzen aan stellen? Deze vragen komen regelmatig aan de orde in rechtszaken.

Lees meer

Lees meer over

15 januari 2026

Mededelingsplicht bij sollicitaties

Het is essentieel dat zowel werkgevers als werknemers open en eerlijk communiceren over belangrijke zaken die de werkrelatie kunnen beïnvloeden. Uit een recente uitspraak blijkt dat die openheid al bij aanvang van de arbeidsovereenkomst wordt verwacht

Lees meer

Lees meer over

7 januari 2026

Werkt een werknemer niet mee aan re-integratie? Wat kan de werkgever doen?

Wanneer een werknemer (langdurig) ziek is, is re-integratie een gezamenlijke verplichting van zowel werknemer als werkgever. Maar wat als de werknemer weigert mee te werken aan dit proces? Wat mag u doen volgens de wet? Welke stappen zijn vereist?

Lees meer

Lees meer over

21 december 2025

Werkgever, mag ik overstappen naar de concurrent?

Veel werkgevers nemen in hun arbeidsovereenkomst een concurrentie- en/of relatiebeding op. Als een werknemer aan de slag wil bij een klant of een concurrent van de werkgever en de werkgever staat dit niet toe, dan kan een werknemer zich genoodzaakt zien zich tot de rechter te wenden. Zo ook in de zaak van de kantonrechter Zeeland West-Brabant in mei 2025.

Lees meer

Lees meer over

16 december 2025

Ontbinding met een prijskaartje van €350.000

Sinds de invoering van de WWZ wordt er veel geprocedeerd over de toekenning van een billijke vergoeding. Volgens de wet kan de rechter die toekennen als de arbeidsovereenkomst eindigt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever. Hoewel rechters doorgaans terughoudend zijn in de toekenning van (hoge) billijke vergoedingen, hebben we in de zaak van de kantonrechter Amsterdam eind juni 2025 een uitschieter te pakken.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen