16 februari 2015

Het dwangbevel van een bedrijfstakpensioenfonds

Door GMW advocaten

Veel bedrijfstakpensioenfondsen verkeren in een financieel lastige situatie.

Dat kan reden zijn voor een pensioenfonds om actiever te zoeken naar ondernemers wier werknemers eigenlijk ook verplicht zouden moeten deelnemen aan het bedrijfstakpensioenfonds, en dus pensioenpremie moeten afdragen.

Dwangbevel wegens (vermeende) verplichting tot premiebetaling

Een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds kan een ondernemer door middel van een via de deurwaarder uitgebracht dwangbevel dwingen om (achterstallige) pensioenpremies te betalen. Via een procedure bij de rechter kan de ondernemer onder het dwangbevel uitkomen. Zo’n procedure tussen ondernemer en een bedrijfstakpensioenfonds – in dit geval het Bakkersbedrijf – speelde bij de Rechtbank Limburg. De uitspraak is van 11 februari 2015.

Dwangbevel van Bpf Bakkersbedrijf

Een eenmanszaak dreef een patisserie en cateringbedrijf. Op zich is dat een bedrijfsactiviteit die valt onder de werkingssfeer van de verplichtstelling zoals die geldt voor het Bpf Bakkersbedrijf. Echter er kan pas sprake zijn van een plicht voor een ondernemer om bij dat fonds aangesloten te zijn, en pensioenpremie af te dragen als er ook personeel in dienst is. Het patisserie en cateringbedrijf had echter geen werknemers, anders dan de eigenaar.

Rechter vernietigt dwangbevel

De rechter concludeerde in deze zaak dan ook vrij eenvoudig dat het Bpf Bakkersbedrijf ten onrechte een dwangbevel voor premiebetaling had uitgevaardigd. Ondanks dat de ondernemer hier in contact met het Bpf Bakkersbedrijf al vaak op had gewezen, hield het bedrijfstakpensioenfonds vol dat de ondernemer aangesloten moest zijn, dan wel – als dat al niet zo is – verplicht is om (uitvoerings)kosten van het bedrijfstakpensioenfonds te vergoeden die waren gemaakt omdat de “bakker” niet aan zijn informatieplichten had voldaan. Ook die vordering wees de rechter af. Het oordeel van de rechter komt er kortweg op neer dat Bpf Bakkersbedrijf zelf niet voldoende onderzoek had gedaan naar de aard van deze onderneming, en of die wel kwalificeert als een onderneming die onder de verplichtstelling valt. Het fonds heeft volgens de rechter zelf nodeloos kosten gemaakt en kan die niet vorderen van dit “bakkersbedrijf”.

Les voor de praktijk

De les uit deze uitspraak is dat van bedrijfstakpensioenfondsen de nodige zorgvuldigheid wordt gevraagd alvorens over te gaan tot het uitvaardigen van een dwangbevel jegens een ondernemer, ter zake van (achterstallige) pensioenpremies. En voor aangeschreven ondernemers geldt dat het de moeite loont om – via de rechter – tijdig (binnen 30 dagen) in verzet te komen tegen een dwangbevel.

GMW-advocaten

GMW advocaten

Advocaat

Onze advocaten hebben ieder hun eigen specialistische expertise en ervaring. Wat zij met elkaar delen, is hun gedrevenheid en service gerichte aanpak. Met als doel: de beste oplossing voor onze cliënten bereiken.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

11 maart 2026

De vof, de vennoten en aansprakelijkheid voor vorderingen

Naast de bekende besloten vennootschappen en eenmanszaken wordt er vaak ook ondernomen in een vennootschap onder firma (vof), waarbij er twee of meer vennoten zijn.

Lees meer

Lees meer over

2 maart 2026

Operational en financial lease: wat zijn de verschillen in het kader van bedrijfsfinanciering?

Het onderscheid tussen operational lease en financial lease is van belang binnen het kader van bedrijfsfinancieringen. Beide vormen bieden ondernemingen de mogelijkheid om bedrijfsmiddelen te gebruiken zonder direct grote investeringen te hoeven doen, maar de juridische, economische en fiscale consequenties verschillen wezenlijk. In deze blog worden de verschillen en de praktische implicaties voor bedrijven uiteengezet.

Lees meer

Lees meer over

17 februari 2026

WHOA-afkoelingsperiode: rechter eist harde realiteit

De afkoelingsperiode is een belangrijk instrument binnen de WHOA, bedoeld om schuldenaren met liquiditeitsproblemen tijdelijk rust te geven om een akkoord voor te bereiden. Recente rechtspraak laat echter zien dat rechters dit instrument streng toepassen. Drie recente uitspraken uit 2025 maken duidelijk: zonder realistische en uitvoerbare onderbouwing strandt het verzoek.

Lees meer

Lees meer over

4 februari 2026

Volmacht aan een bank geven: wat houdt dit in?

Inmiddels is het standaard dat de bank aan haar klant bij het aangaan van een financieringsovereenkomst een volmacht vraagt. Maar waarom doet een bank dat en op basis waarvan? In deze blog ga ik in op deze vragen en de implicaties voor klanten van de bank.

Lees meer

Lees meer over

3 februari 2026

Verrekening en faillissement: wat mag wél en wat niet?  

Verrekening is een juridisch middel waarbij twee partijen die elkaar iets verschuldigd zijn, hun vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen wegstrepen. Dit is in een gewone handelsrelatie in beginsel geen probleem. Zodra er sprake is van een faillissement, gelden er echter andere spelregels.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen