Een onenigheid tussen aandeelhouders kan soms zó ver gaan dat samenwerken niet langer mogelijk is. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de continuïteit van uw onderneming.
Bijvoorbeeld, als twee 50% aandeelhouders door het staken van hun stemmen geen besluiten meer kunnen nemen over de onderneming. Ook wel een ‘deadlock-situatie’ genoemd.
Ook kan het zo zijn dat een meerderheidsaandeelhouder misbruik maakt van zijn meerderheidsbelang, en u als minderheidsaandeelhouder niet (meer) wordt gehoord. Of, als derde voorbeeld: u wilt uw aandelen verkopen aan iemand anders, maar uw mede-aandeelhouder blokkeert dat. Terwijl hij tegelijkertijd zelf uw aandelen niet voor een goede prijs wil overnemen.
Hoe kunt u uit deze deadlock-situatie komen? De uitkomst is de wettelijke geschillenregeling. Hoe die werkt, leg ik uit aan de hand van twee voorbeelden. Lees hieronder verder, of bekijk de video aan het einde van dit bericht.
Voorbeeld 1: aandelenoverdracht/uitstoting
De rechtbank kan op uw vordering uw mede-aandeelhouder dwingen om zijn aandelen te verkopen aan u, tegen een door de rechter vast te stellen prijs. Dit heet een “gedwongen aandelenoverdracht” of “uitstoting”. De rechter wijst zo’n vordering toe als uw mede-aandeelhouder door zijn handelen het belang van de vennootschap schaadt. Bijvoorbeeld als deze aandeelhouder weigert in te stemmen met de benoeming van een nieuw bestuur of noodzakelijke investeringen tegenhoudt.
Een vordering tot uitstoting kan worden ingesteld door een aandeelhouder die ten minste één derde van de aandelen houdt. Of door meerdere aandeelhouders samen, als zij samen ten minste een derde van de aandelen houden.
Voorbeeld 2: vordering tot uittreding
Andersom kan ook. Wanneer u als aandeelhouder door het gedrag van één of meer mede-aandeelhouders in uw rechten of belangen bent geschaad, kunt u van deze mede-aandeelhouders vorderen dat zij uw aandelen van u kopen. U bent dan degene die zelf uittreedt, waarbij de achterblijvende aandeelhouders voor overname van uw aandelen een door de rechter vastgestelde prijs moeten betalen.
Iedere aandeelhouder is bevoegd om een vordering tot uittreding in te stellen. Er hoeft hier geen sprake te zijn van het schaden van het vennootschappelijk belang. Het gaat om het schaden van het belang van de individuele aandeelhouder. Bijvoorbeeld als de meerderheidsaandeelhouders de minderheidsaandeelhouder als bestuurder hebben ontslagen of als ten onrechte geen winst wordt uitgekeerd.
Zowel bij uitstoot en uittreding benoemt de rechtbank deskundigen die adviseren over de waarde van de aandelen zullen. De rechter bepaalt vervolgens tegen welke prijs de mede-aandeelhouder voor overname van de aandelen moeten betalen.
Heeft u een geschil met uw mede-aandeelhouder? Neem gerust contact met mij op. Ik bekijk graag samen met u of het mogelijk is om in overleg met uw mede-aandeelhouder een oplossing te vinden, of dat een procedure de te bewandelen route is.
Inmiddels is het standaard dat de bank aan haar klant bij het aangaan van een financieringsovereenkomst een volmacht vraagt. Maar waarom doet een bank dat en op basis waarvan? In deze blog ga ik in op deze vragen en de implicaties voor klanten van de bank.
Verrekening en faillissement: wat mag wél en wat niet?
Verrekening is een juridisch middel waarbij twee partijen die elkaar iets verschuldigd zijn, hun vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen wegstrepen. Dit is in een gewone handelsrelatie in beginsel geen probleem. Zodra er sprake is van een faillissement, gelden er echter andere spelregels.
De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag
Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?
Bestuurdersaansprakelijkheid: veel geroepen, moeilijk bewezen
Bestuurdersaansprakelijkheid klinkt dreigend. In de praktijk blijkt een claim van een curator echter moeilijk te winnen. De lat voor bestuurdersaansprakelijkheid ligt namelijk hoog. Het loont dus om kritisch naar deze aansprakelijkheidsvordering te kijken, en daartegen goed verweer te voeren.
Verpanding van vorderingen, heeft de pandhouder het laatste woord?
Banken vragen bij elke zakelijke financiering om verstrekking van zekerheidsrechten op activa van uw onderneming. Deze zekerheidsrechten willen zij van u krijgen zodat, in het geval dat u de financiering niet kan betalen, die in zekerheid gegeven activa te gelde kunnen worden gemaakt en de bank zich als schuldeiser met voorrang op andere schuldeisers, zich kan verhalen op de opbrengst.