weigeren uitvaart
weigeren uitvaart

Ophef over schending WNT

Deze zomer was er media- en politieke aandacht voor het hoge salaris van een bestuurder bij netwerkbeheerder Alliander. Een bestuurder verdient daar volgens mediaberichten meer dan het onder de Wet Normering Topinkomens (WNT) toegestane salaris. De vraag of dat wel of niet is toegestaan, is aanleiding om stil te staan bij de grenzen en mogelijkheden van de WNT.

WNT I, II en III

De WNT maximaliseert het salaris en de ontslagvergoeding van zogeheten topfunctionarissen van kortweg instellingen die een publieke taak vervullen. Bovendien geldt er een openbaarmakingsplicht van alle gegevens van de topfunctionarissen én ook van andere medewerkers die meer verdienen dan het maximum salaris of de maximum ontslagvergoeding. Het maximum salaris bedraagt in 2015 € 178.000,- bruto (per 2016 is dit € 179.000,- bruto). Dit is op basis van de per 1 januari 2015 voor de meeste instellingen ingevoerde norm van 100% van het ministerssalaris (WNT II). Voor functionarissen die vanaf 2013 vielen onder WNT I gold nog een norm van 130%. De maximale ontslagvergoeding is nog steeds één jaarsalaris met als maximum € 75.000,- bruto. Dit lijkt overzichtelijk, maar de casus Alliander laat zien dat over al deze elementen discussie kan bestaan, én dit biedt dus ook kansen voor de werkgever en de topfunctionaris.

Instellingen met publieke taak

De WNT is o.a. van toepassing op gemeenten, op de rijksoverheid, onderwijsinstellingen, zorginstellingen, woningcorporaties. Daarnaast nog een hele reeks instellingen die een publieke taak vervullen, of die in belangrijke mate subsidie ontvangen. Maar ook private rechtspersonen (stichtingen, verenigingen, bv’s) met een publiekrechtelijke taak, vallen onder de WNT, zoals DNB en AFM. Via dit stappenschema is het mogelijk na te gaan of een instelling onder de WNT valt. Alliander voert als netbeheerder een publieke taak uit en valt volgens Minister Plasterk, die over de kwestie Kamervragen moest beantwoorden, onder de WNT.

Topfunctionarissen

Aan personen die niet kwalificeren als topfunctionarissen, kan een hoger salaris worden toegekend én een hogere ontslagvergoeding. Een topfunctionaris is kortweg degene die behoort tot de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een instelling, de hoogste ondergeschikte aan dat orgaan, en degene die (mede) belast is met de dagelijkse leiding van de gehele rechtspersoon of instelling. Het gaat hierbij om de feitelijke situatie en niet om de formele situatie zoals die op papier staat. In de praktijk zal dus beoordeeld moeten worden of iemand bijvoorbeeld feitelijk de dagelijkse leiding van de hele organisatie heeft. Volgens antwoord op Kamervragen vindt de Minister de feitelijke situatie bij Alliander onduidelijk om vast te stellen of de bestuurder die méér verdient dan de WNT-norm wel of niet kwalificeert als topfunctionaris. Nader onderzoek zal nog volgen. Overigens zal de reikwijdte van de WNT worden uitgebreid tot veel meer medewerkers dan alleen de topfunctionaris, zodat ook medewerkers lager in de organisatie niet meer kunnen verdienen dan een Minister, én ook hun ontslagvergoeding wordt gelimiteerd. Ook komen er strengere bezoldigingsregels voor ingehuurde krachten, consultants, in de (semi) publieke sector, waardoor het inkomen van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking al direct vanaf het begin van de functievervulling wordt genormeerd.

Bezoldiging en ontslagvergoeding

Salaris of ontslagvergoeding boven de genoemde maxima geldt als onverschuldigd betaald. Dit kan de Minister van BZK – via de instelling – terughalen van de topfunctionaris. Dus in het simpele voorbeeld van de werkgever die met een topfunctionaris een ontslagvergoeding van € 150.000,- afspreekt, is de topfunctionaris verplicht om de helft daarvan als onverschuldigd terug te betalen. Over die maximale ontslagvergoeding kan overigens ook discussie ontstaan. In de eerste plaats zegt de wet dat een hogere vergoeding mag, mits die voortvloeit uit een wettelijk voorschrift of een algemeen verbindend verklaarde cao. Denk hierbij aan een in de avv cao opgenomen bovenwettelijke uitkering die niet onder de WNT-limitering valt, zoals bijvoorbeeld op 20 augustus 2015 beslist door de Kantonrechter Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2015:5481). Ook de afkoop van een bovenwettelijke uitkering valt volgens de Centrale Raad van Beroep niet onder het maximum van de WNT (zie hierover mijn blog). Die vergoedingen mogen dus cumuleren met de maximale € 75.000,-. De met de Wwz geïntroduceerde transitievergoeding is een vergoeding die voortvloeit uit een wettelijk voorschrift en kan dus in principe cumuleren met de maximale WNT-vergoeding, mits door de rechter toekent. De vraag is wel of dat beoogd is. Minister Plasterk heeft daarom vlak voor de zomer onderzoek aangekondigd naar de wenselijkheid van die cumulatie.

Uitzonderingen en mogelijkheden

Vanwege de ruimte is bovenstaande slechts een globaal inzicht in de WNT. De WNT-regelgeving is complex, en biedt daardoor óók mogelijkheden voor de topfunctionaris en de instelling. Zoals over:

  • De afbakening van de functie van topfunctionaris; ook t.o.v. de “adviseur” en de interimmer
  • De door rechters verschillend beantwoorde vraag of bij vaststellingsovereenkomst mag worden afgeweken van de WNT
  • Het (moeten) meetellen van bepaalden vergoedingen, zoals advocaatkosten en compensatie van lagere pensioenpremie, bij bezoldiging en/of ontslagvergoeding
  • Verschillende regimes overgangsrecht voor topfunctionarissen die al voor WNT I, respectievelijk WNT II afspraken hadden gemaakt over een (hogere) bezoldiging en een gouden handdruk.

Eind 2015 presenteert minister Plasterk een evaluatie van de toepassing en handhaving van de WNT en valt ook het voorstel voor WNT III te verwachten – het limiteren van de bezoldiging en ontslagvergoeding van álle medewerkers van WNT-instellingen.