Verkouden
Verkouden

Verkouden

“Er zit een gevaarlijk man in de wachtkamer,” zei de telefoniste op fluistertoon. “Hij zegt dat hij een afspraak met jou heeft.” Delano Tak was inderdaad een indrukwekkende verschijning. Twee meter lang, een kaalgeschoren hoofd en een pokdalig gezicht. Hij vertelde dat hij samen met zijn broer eigenaar was van een autosloperij. Met het geld dat zij verdienden, werd vastgoed gekocht. “Ik heb een flatje aan de Escamplaan verhuurd aan een Roemeen. Boris Popa, heet hij,” zei Delano. “Buren klagen dat die man er niet alleen woont, maar met een stuk of vijf andere Roemenen. Ik wil die mensen er allemaal uit hebben.” Het bewijs van onderverhuur is altijd lastig te leveren. Ik adviseerde mijn cliënt om de woning te inspecteren en foto’s te maken. Misschien zou dat wat opleveren.

Een grote puinhoop

Een week later sprak ik Delano weer. Hij had aangebeld bij de woning aan de Escamplaan. Een onbekende man had opengedaan en had mijn cliënt binnengelaten. “Het was er een grote puinhoop. Overal lagen matrassen en kleren. Verder waren er zes afgesloten kastjes, waarschijnlijk met spullen van de bewoners. Ik heb alles gefotografeerd.” In een kort briefje confronteerde ik huurder Boris Popa met de bevindingen en sommeerde ik hem de woning te ontruimen. Door de flat zonder toestemming onder te verhuren had hij namelijk wanprestatie gepleegd.

Niet lang daarna ontving ik een e-mail van de man. In keurig Nederlands schreef hij dat een paar familieleden tijdens hun vakantie bij hem hadden gelogeerd. Iedereen was inmiddels terug naar Roemenië, dus wat was het probleem nu eigenlijk? Delano Tak reageerde nors. “Die Roemenen wonen er nog en werken in het Westland. Maar ik ga binnenkort wel even met mijn broertje bij die Popa langs.”

Verkouden

Twee weken later kreeg ik een volgend bericht van de huurder. Er was sprake van een groot misverstand. Hij zou de flat binnen een week verlaten. Met excuses voor het ongemak. Toen ik mijn cliënt telefonisch om opheldering vroeg, zei hij alleen: “Wat klink je schor, ben je verkouden?” Ik bevestigde dat en hing op met gemengde gevoelens.

Later die middag belde onze telefoniste. “Die gevaarlijke man kwam weer langs en heeft een tasje voor je achtergelaten. Hij zei dat ik het meteen aan je moest geven.” Ik liep naar de receptie van ons kantoor en keek in het tasje. Er zaten twee doosjes Antigrippine in.

 

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem bij juridische vragen direct contact met ons op.

De column “Verkouden” is geschreven voor Den Haag Centraal. Raymond de Mooij schrijft hier maandelijks over wat hij meemaakt in zijn praktijk.