12 februari 2015

Gemeente moet strenger worden voor horeca-ondernemers

Door GMW lawyers

Eind januari 2015 doken in verschillende media de resultaten op van onderzoek naar het gebruik van illegale gokzuilen in horecazaken.

De Kansspelautoriteit roept nu gemeenten op tot strengere controles, en ook in de Tweede Kamer zijn inmiddels vragen gesteld over de bevoegdheden en mogelijkheden van gemeentes om op te treden tegen horecazaken op grond van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen Openbaar Bestuur (Wet Bibob) en de Drank- en Horecawet. De ingezette aanscherping van het beleid kan echter leiden tot een aanzienlijke belasting voor oprechte horeca-ondernemers.

Wet Bibob

Wat zijn de mogelijkheden voor gemeenten om op te treden? Op grond van de Wet Bibob kunnen bestuursorganen vergunningen weigeren of intrekken wanneer de vergunninghouder of -aanvrager niet helemaal binnen de grenzen van de wet lijkt te (gaan) handelen. Natuurlijk zijn zij hierbij gebonden aan nadere criteria; zo moet er een ‘vermoeden van ernstig gevaar’ bestaan dat de vergunning zal worden aangewend om strafbare feiten te plegen, geld wit te wassen of voordeel te halen uit strafbare feiten. Dit ‘vermoeden van ernstig gevaar’ moet worden getoetst aan de hand van, kort gezegd, alle feiten en omstandigheden.

Drank- en Horecawet

Een andere mogelijkheid om op te treden wordt geboden door de Drank- en Horecawet. De burgemeester is bevoegd de horecavergunning in te trekken en de zaak te sluiten wanneer sprake is van zogeheten ‘slecht levensgedrag’ van de exploitant. Het begrip ‘slecht levensgedrag’ wordt in de jurisprudentie een ruime betekenis gegeven. Bij de beoordeling van het levensgedrag zijn geen beperkingen opgelegd ten aanzien van de feiten en omstandigheden die daarbij mogen worden betrokken. In principe worden hier al twee prima handvatten gegeven waarmee gemeenten op kunnen treden tegen louche horeca-ondernemers, die zich buiten de grenzen van de wet begeven door bijvoorbeeld illegale gokzuilen te plaatsen.

Problemen in de praktijk

De voorbeelden in de praktijk zijn helaas vaak minder duidelijk. Uitoefening van bovengenoemde bevoegdheden kan tot onwenselijke situaties leiden. Zo is in het verleden een horecavergunning wel eens geweigerd omdat de aanvrager ooit een vermeend illegale Poolse schilder wat werkzaamheden had laten verrichten, en bovendien twee(!) snelheidsovertredingen had begaan. Vele gemeenten vragen op grond van de Wet Bibob standaard aan ondernemers hun eerlijk ondernemerschap te bewijzen bij aanvraag van een vergunning. Ook komt het voor dat dit gevraagd wordt bij verlenging van de vergunning of bij vervanging van de bedrijfsleider. Van een ‘vermoeden van ernstig gevaar’ is in dit geval nog geen sprake. Voor (startende) ondernemers betekent een Bibob-toets een forse en ongewenste tijdsinvestering. De oproep van de Kansspelautoriteit en de ontwikkelingen in de Kamer lijken deze niet wenselijke praktijken nog eens in de kaart te spelen. Hoewel de gedachte die aan de betreffende wetgeving ten grondslag ligt zeker geen verkeerde is, kunnen ook eerlijke en oprechte horeca-ondernemers eenvoudig in de problemen komen bij de administratieve voorbereiding en behandeling van hun aanvragen.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

4 februari 2026

Volmacht aan een bank geven: wat houdt dit in?

Inmiddels is het standaard dat de bank aan haar klant bij het aangaan van een financieringsovereenkomst een volmacht vraagt. Maar waarom doet een bank dat en op basis waarvan? In deze blog ga ik in op deze vragen en de implicaties voor klanten van de bank.

Lees meer

Lees meer over

3 februari 2026

Verrekening en faillissement: wat mag wél en wat niet?  

Verrekening is een juridisch middel waarbij twee partijen die elkaar iets verschuldigd zijn, hun vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen wegstrepen. Dit is in een gewone handelsrelatie in beginsel geen probleem. Zodra er sprake is van een faillissement, gelden er echter andere spelregels.

Lees meer

Lees meer over

20 januari 2026

De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag

Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?

Lees meer

Lees meer over

19 januari 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid: veel geroepen, moeilijk bewezen

Bestuurdersaansprakelijkheid klinkt dreigend. In de praktijk blijkt een claim van een curator echter moeilijk te winnen. De lat voor bestuurdersaansprakelijkheid ligt namelijk hoog. Het loont dus om kritisch naar deze aansprakelijkheidsvordering te kijken, en daartegen goed verweer te voeren.

Lees meer

Lees meer over

2 december 2025

Verpanding van vorderingen, heeft de pandhouder het laatste woord?

Banken vragen bij elke zakelijke financiering om verstrekking van zekerheidsrechten op activa van uw onderneming. Deze zekerheidsrechten willen zij van u krijgen zodat, in het geval dat u de financiering niet kan betalen, die in zekerheid gegeven activa te gelde kunnen worden gemaakt en de bank zich als schuldeiser met voorrang op andere schuldeisers, zich kan verhalen op de opbrengst.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen