toestemming van uw ex-partner
toestemming van uw ex-partner

Afgifte nalatenschap na postume gerechtelijke vaststelling vaderschap

Ontvangt iemand een erfenis, maar komt hij er vele jaren later achter dat de overleden man (nog) een kind blijkt te hebben? Dan kan dat vervelende gevolgen hebben, zeker als de erfenis al is opgemaakt! Indien er gerechtelijke vaststelling van het vaderschap plaatsvindt na het overlijden van een man, dan kan dit belangrijke vermogensrechtelijke gevolgen hebben. Er ontstaan tussen de vader en het biologische kind door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap met terugwerkende kracht tot de geboorte van het kind familierechtelijke betrekkingen. Onlangs las ik een uitspraak van 11 februari 2015 waarin de rechtbank Rotterdam uitspraak heeft gedaan ter zake van een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap na overlijden met de erfrechtelijke consequenties van dien. Graag zou ik de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam onder uw aandacht brengen.

Vader is overleden zonder testament

De vader, hierna te noemen de erflater, overlijdt in 2004 zonder het maken van een testament. Als gevolg hiervan is het wettelijk erfrecht van toepassing. Erflater had geen kinderen die bekend waren op het moment van overlijden zodat door zijn overlijden de gedaagden in de procedure als erfgenamen in bezit van de goederen van de nalatenschap zijn gekomen. In 2012 is op grond van artikel 1:207 BW het vaderschap gerechtelijk vastgesteld van het minderjarige kind van de erflater. Het kind is drie maanden na overlijden van de erflater geboren. Het minderjarige kind is het enige kind van de erflater, zodat op grond van het wettelijk erfrecht het kind enig erfgenaam van de erflater is. De moeder van het kind vordert in de procedure afgifte van de nalatenschap, inclusief het door de jaren heen opgebouwde rendement over de waarde van de nalatenschap op grond van artikel 4:183 BW. Gedaagden stellen zich op het standpunt dat de aanspraak tot het vorderen van de afgifte van de nalatenschap is verjaard. Ten aanzien van de verjaring wijst de rechtbank de vordering van de gedaagden af. Op grond van de wet bedraagt de verjaringstermijn voor het instellen van een vordering tot afgifte van de goederen van de nalatenschap twintig jaar en begint die termijn te lopen vanaf de aanvang van de dag van overlijden van de erflater. De vordering ingesteld door de moeder van het minderjarig kind is derhalve nog niet verjaard.

Enige kind als enige erfgenaam

Nu het kind de enige erfgenaam is, heeft het kind recht op informatie over de omvang van de nalatenschap en rekening en verantwoording door gedaagden over het gevoerde beheer. Gedaagden stellen dat de nalatenschap van erflater voor het grootste deel is afgewikkeld en daarbij is de informatie inzake de afwikkeling van de nalatenschap merendeels verloren gegaan. De rechtbank oordeelt dat het kind hier recht heeft op en belang bij heeft en wijst de vordering van de moeder van het kind op straffe van een dwangsom toe. Ook de stelling van gedaagden dat de erfenis al is opgemaakt maakt dit niet anders. Uit de rechtsverhouding van het kind en gedaagden volgt dat de gedaagden informatie dienen te verstrekken en rekening en verantwoording over het beheer over de nalatenschap dienen af te leggen. De vordering tot afgifte van de nalatenschap met rendement wordt door de rechtbank toegewezen. Gedaagden hebben zich ten slotte in de procedure op het standpunt gesteld dat zij op het moment van overlijden van de erflater ervan mochten uitgaan dat zij erfgenamen waren en dat zij dus bezitter te goeder trouw van de nalatenschap waren. Volgens de rechtbank waren gedaagden op het moment dat de erflater overleed niet te goeder trouw en hadden zij twijfels moeten hebben over de vraag of zij rechthebbenden in de nalatenschap waren. Gedaagden waren voor het overlijden van erflater op de hoogte van zowel de relatie tussen de erflater en de moeder van gedaagden als de zwangerschap. Bovendien heeft de moeder van het minderjarig kind zich verschillende keren tot gedaagden gewend met het verzoek de minderjarige te erkennen als de biologische en juridische dochter van erflater. Ook heeft de advocaat van de moeder van het minderjarig kind al in 2005 een aangetekende brief gestuurd waarin werd vermeld dat het minderjarig kind enig erfgenaam zou worden bij een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Dat gedaagden vervolgens twijfelden of de erflater de biologische vader van het minderjarig kind was, betekent niet dat zij te goeder trouw konden overgaan tot verdeling van de nalatenschap en tot het verbruiken en verteren daarvan.

Gerechtelijke vaststelling

De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap na overlijden heeft zoals eerder geschreven tot gevolg dat het kind na overlijden erfgenaam wordt. Het is dus belangrijk dat de deze procedure zorgvuldig wordt gevoerd. Na de gerechtelijke vaststelling wordt het kind met terugwerkende kracht erfgenaam in de nalatenschap. Dit kan verstrekkende consequenties hebben. Wij adviseren u hier graag over.