9 augustus 2015

Het keurslijf van de Wwz en de pro forma ontbinding

Door GMW advocaten

Kantonrechters hebben inmiddels al enkele arbeidsovereenkomsten ontbonden met toepassing van de nieuwe ontslagregels van na 1 juli 2015. Daaronder bevinden zich ook enkele pro forma, formele, ontbindingsprocedures.

Interessant om te zien hoe kantonrechters daar mee om gaan.

Pro forma ontbinding arbeidsovereenkomst

De wetgever heeft aangegeven geen voorstander te zijn van pro forma ontbindingen vanwege de belasting van de rechterlijke macht. De beëindigingsovereenkomst ligt volgens de regering meer voor de hand als partijen het met elkaar eens zijn. Werkgever en werknemer kunnen echter om uiteenlopende redenen de voorkeur geven aan een geregelde beëindiging via een rechterlijke ontbindingsbeschikking. De uitspraak levert de werknemer een executoriale titel op, het geeft de (zieke) werknemer wellicht meer zekerheid richting een uitkering, de bedenktermijn is niet van toepassing.

Beleid Kantonrechter Rotterdam

Het blijkt dat vooral de Rotterdamse kantonrechter geen moeite heeft met het meewerken aan een pro forma ontbinding. Dit Rotterdamse “beleid” zoemde al rond, en wordt nu bevestigd in twee beschikkingen van 30 juli (ECLI:NL:RBROT:2015:5575) en 31 juli (ECLI:NL:RBROT:2015:5563). In de laatste zaak betrof het een zieke werknemer, waarbij de kantonrechter vaststelde dat die arbeidsongeschiktheid geen verband houdt met de ontslaggrond zodat het opzegverbod niet geldt en toch kan worden ontbonden. De daartoe vereiste redelijke grond en de onmogelijkheid tot herplaatsing leidt de kantonrechter vervolgens af uit het formele verzoek- en verweerschrift, waarin een verstoorde arbeidsverhouding wordt aangevoerd. De kantonrechter ziet echter ook grenzen aan de ruimte om mee te werken aan een pro forma ontbinding. De wetgever heeft de kantonrechter namelijk alleen ruimte geboden een transitievergoeding toe te kennen en bij ernstige verwijtbaarheid van de werkgever ook nog een billijke vergoeding.

Praktische oplossing voor wettelijk keurslijf

In de ene Rotterdamse zaak hadden partijen aan de rechter gevraagd ook in de uitspraak op te nemen dat de werknemer recht heeft op outplacementvergoeding en vergoeding advocaatkosten. In de andere Rotterdamse zaak vroegen werkgever en werknemer de kantonrechter een vergoeding van € 40.000,- bruto in de beschikking op te nemen – véél hoger dan de wettelijke transitievergoeding In beide gevallen ging de kantonrechter hier vanwege de wettelijke grenzen niet in mee, máár wees de over en weer afgesproken vergoedingen ook niet af. De kantonrechter kiest namelijk voor een praktische oplossing door in de uitspraken simpelweg die partijafspraken te herhalen. De Rotterdamse kantonrechter hecht dus veel waarde aan het feit dat partijen met elkaar overeenstemming hebben bereikt en om hen moverende redenen een ontbindingsbeschikking willen. Daar werkt men in Rotterdam dus aan mee.

Aanpak door Kantonrechter Almelo

In Almelo gaat de kantonrechter hier anders mee om blijkens een uitspraak van 30 juli (ECLI:NL:RBOVE:2015:3663). Althans op het eerste oog. In de ene Rotterdamse zaak deed de kantonrechter de zaak volledig schriftelijk af, terwijl er in de andere zaak wel een pro forma zitting had plaats gevonden. In de Almelose zaak kondigt de kantonrechter een zitting aan. En wel om de volgende redenen. De kantonrechter stelt op basis van de formele verzoek- en verweerschriften vast dat partijen een ontbinding willen op een veel latere datum (1 januari 2016) dan waarop de kantonrechter zou moeten c.q. mogen ontbinden op grond van de Wwz. En de kantonrechter stelt ook vast dat werkgever en werknemer van haar vragen om een veel hogere dan de wettelijke transitievergoeding op te nemen in de ontbindingsbeschikking. Met vermelding van de parlementaire geschiedenis geeft de Enschedese kantonrechter aan dat de wetgever haar in feite geen ruimte geeft om die partijafspraken op te nemen in een ontbindingsbeschikking. De wetgever heeft de kantonrechter in een keurslijf gedwongen. Het is echter allerminst uit te sluiten dat de mondelinge behandeling in die Almelose zaak alsnog leidt tot een uitkomst zoals partijen die willen, en wel via de Rotterdamse route.

Kantonrechters geven ruimte aan wens praktijk

Zeker bij een zieke werknemer en ter vermijding van de bedenktermijn kunnen werkgever en werknemer goede reden hebben om te komen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst door middel van een pro forma. Het is goed om na ruim één maand Wwz te zien dat er kantonrechters zijn die aan die wens vanuit de praktijk meewerken. In ieder geval in Rotterdam. Voor zover werkgever en werknemer bij andere kantonrechters moeilijkheden zouden tegenkomen, is een forumkeuze voor de Rotterdamse kantonrechter als onderdeel van de partijafspraken te overwegen.

Alternatief: verzoekschrift via artikel 96 Rv

Tot slot biedt artikel 96 Rechtsvordering overigens nog een alternatief voor werkgever en werknemer om via de kantonrechter in plaats van via een beëindigingsovereenkomst tot een snelle rechterlijke uitspraak ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen. Dit is de route van het gezamenlijke verzoek aan de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, waarbij partijen overigens ook nog met elkaar het hoger beroep kunnen uitsluiten. Tevens biedt dit als voordeel dat partijen de rechter kunnen vragen om in een op artikel 96 Rv gebaseerde uitspraak, hun (boven de Wwz uitgaande) afspraken vast te laten leggen. Kortom, de wet en kantonrechters bieden de werkgever en werknemer mogelijkheden om tegemoet te komen aan hun wens tot pro forma ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

GMW-advocaten

GMW advocaten

Advocaat

Onze advocaten hebben ieder hun eigen specialistische expertise en ervaring. Wat zij met elkaar delen, is hun gedrevenheid en service gerichte aanpak. Met als doel: de beste oplossing voor onze cliënten bereiken.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

26 oktober 2026

Schorsing alleen met goede reden

Een werkgever kan een werknemer die zich kritisch of opstandig opstelt niet zonder meer op non-actief stellen. Dat bleek in een recente zaak, waarin een werkgever onvoldoende zwaarwegende redenen had om een werknemer van het werk te houden.

Lees meer

Lees meer over

14 september 2026

Racistische afbeeldingen in de groepsapp: ontslag op staande voet te zwaar

Rechtvaardigen racistische berichten in een privé-appgroep met collega's een ontslag op staande voet? Het Gerechtshof Den Haag vond van niet en uitte kritiek op de werkgever vanwege het gevolgde proces.

Lees meer

Lees meer over

7 september 2026

Ontslag door liegen over thuiswerken

Het onjuist registreren van een werklocatie kan een dringende reden opleveren voor ontslag op staande voet. Dat heeft de rechtbank Rotterdam niet lang geleden in een uitspraak bevestigd. De zaak in kwestie draaide om een werknemer van onlinebank Bunq. Tijdens een periode van drie maanden gaf hij 21 keer aan op kantoor in Rotterdam te werken, terwijl uit andere gegevens bleek dat hij daar niet aanwezig was.

Lees meer

Lees meer over

14 juli 2026

Versterking positie Europese ondernemingsraad

Veel multinationals met meerdere vestigingen in Europese landen hebben een Europese Ondernemingsraad (EOR). Op grond van de Europese richtlijn en de Nederlandse Wet op de Europese Ondernemingsraden hebben werknemers van zo’n multinationale onderneming medezeggenschapsrechten bij grensoverschrijdende besluiten van de onderneming, zoals bij verplaatsing van productie, herstructurering en reorganisaties.  Die Europese richtlijn is onlangs gewijzigd.

Lees meer

Lees meer over

26 mei 2026

Pensioencompensatie: een hot topic

Precies een jaar geleden schreef ik een blog over de gevolgen van ontslag voor het al dan niet krijgen van pensioencompensatie vanuit de pensioenuitvoerder.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen