Het nieuwe ROZ-model huurovereenkomst woonruimte

30 september 2024

Het nieuwe ROZ-model huurovereenkomst woonruimte

Door Zoë Ris

De Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) heeft onlangs een nieuw model voor de huurovereenkomst van woonruimte gepubliceerd.

Dit nieuwe model bevat diverse aanpassingen ten opzichte van de versie uit 2017 en is in lijn gebracht met recente wetgeving, zoals de Wet vaste huurcontracten, de Wet betaalbare huur en de Wet goed verhuurderschap. Daarnaast is een aantal artikelen gewijzigd in verband met de huidige discussie omtrent huurprijsverhogingsbedingen en andere oneerlijke bedingen. De belangrijkste wijzigingen vindt u in dit artikel.

Looptijd

Vanwege de Wet vaste huurcontracten is het niet langer toegestaan om een huurovereenkomst voor bepaalde tijd (bij zelfstandige woonruimte maximaal 2 jaar en bij onzelfstandige woonruimte maximaal 5 jaar) aan te gaan. In het nieuwe model resteren slechts twee mogelijkheden: een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd met een minimumduur, of een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder minimumduur. Als gevolg hiervan komt de huurder vanaf het begin van de huurovereenkomst huurbescherming toe en kan de huurovereenkomst door de verhuurder enkel nog worden opgezegd met inachtneming van een wettelijke opzeggingsgrond.

Huurprijssegmenten en huurprijswijziging

Onder de Wet Betaalbare Huur zijn er nu drie huurprijssegmenten: (i) sociale huurwoningen / lager segment, (ii) huurwoningen in het middensegment / middensegment, en (iii) geliberaliseerde huurwoningen / vrije sector. Artikel 5.1 regelt de jaarlijkse huuraanpassing voor sociale huurwoningen en huurwoningen in het middensegment, terwijl artikel 5.2 betrekking heeft op de jaarlijkse huuraanpassing voor woningen in de vrije sector. In de jurisprudentie is veel gediscussieerd over de rechtsgeldigheid van dit artikel en daarom heeft de rechtbank Amsterdam prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad.

In antwoord op deze vragen heeft de Hoge Raad op 29 november 2024 geoordeeld dat een huurprijswijzigingsbeding dat bepaalt dat de huur jaarlijks wordt verhoogd op basis van de indexering (CPI) en aanvullend met een opslag van (maximaal) 3% in beginsel niet als oneerlijk wordt beschouwd. De ROZ heeft in haar model nog niet verwerkt dat een dergelijk huurprijsaanpassingsbeding inderdaad niet oneerlijk is. Voor meer informatie verwijs ik naar dit artikel.

Nutsvoorzieningen

De levering van nutsvoorzieningen is voortaan gesplitst in een variant waarbij wel een individuele meter aanwezig is en een variant waarbij geen individuele meter aanwezig is in het gehuurde. In het laatste geval zorgt de verhuurder voor de levering en wordt de afrekening meegenomen in de servicekosten.

Algemene bepalingen

  • De winstafdracht is uit artikel 1.1 verwijderd omdat mogelijk sprake was van een oneerlijk beding. De verhuurder kan nog wel terugvallen op de wet om aanspraak te maken op winstafdracht.
  • Er is een bepaling opgenomen waardoor de verhuurder het gehuurde periodiek mag inspecteren. Het is niet zeker dat dit artikel standhoudt omdat de verhuurder alleen in specifieke gevallen het gehuurde mag betreden, terwijl de huurder recht heeft op ongestoord huurgenot.
  • Aangezien meerdere rechters hebben geoordeeld dat de bepaling over de buitengerechtelijke incassokosten oneerlijk is, is dit artikel verwijderd.

Meer informatie

Conclusie: de wijzigingen in de huurovereenkomst en algemene bepalingen zijn beperkt. Indien u vragen heeft over de nieuwe modelovereenkomst kunt u uiteraard contact opnemen met een van onze huurrechtspecialisten.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

29 september 2026

Contractuele medehuur: wat houdt het in en welke gevolgen heeft het?

Wanneer twee of meer personen gezamenlijk een huurovereenkomst aangaan, is sprake van contractuele medehuur. Beide medehuurders staan dan op het contract en zijn ieder partij bij de huurovereenkomst. In dit artikel ga ik nader in op contractuele medehuur en wat dit betekent voor de huurders en verhuurder.

Lees meer

Lees meer over

26 september 2026

Contractuele medehuur en de scheidingsregel: een vervolg

In een eerder artikel schreef ik reeds over de uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021, waarin werd geoordeeld dat contractuele medehuurders een beroep kunnen doen op de scheidingsregel van artikel 7:267 lid 7 BW.

Lees meer

Lees meer over

1 september 2026

Wet Modernisering Servicekosten per 1 januari 2027: wat betekent dit voor u?

Per 1 januari 2027 treedt de Wet Modernisering Servicekosten in werking. Deze wet is relevant voor iedereen die te maken heeft met servicekosten in huurrelaties, zoals verhuurders, huurders, beheerders en adviseurs.

Lees meer

Lees meer over

18 augustus 2026

Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik

Voor een succesvol beroep op de opzeggingsgrond dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1 sub b BW) moet de verhuurder voldoende aannemelijk maken dat hij de wil heeft tot het dringend persoonlijk en duurzaam in gebruik nemen van het gehuurde.

Lees meer

Lees meer over

20 juli 2026

Een mondelinge huurovereenkomst; mag dat?

Als een verhuurder en huurder overeenstemming bereiken over de huur van een pand, dan wordt daarna doorgaans een schriftelijke huurovereenkomst opgesteld. Daarmee is voor de verhuurder en voor de huurder in de toekomst duidelijk welke afspraken tussen hen gelden.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen