22 november 2015

Lessen voor ondernemer en ondernemingsraad uit recente rechtspraak

Door GMW advocaten

Naast de vele Wwz-uitspraken, óók interessante rechtspraak voor ondernemingsraad en ondernemer afgelopen maand. Zoals over de procesbevoegdheid van de OR,  adviesrecht bij ontslag van een directeur, instemmingsrecht bij een beloningsregeling en over de geheimhoudingsplicht voor OR-leden.

Een overzicht voor de praktijk.

Beloningssysteem

Hoewel het aantal procedures tussen ondernemingsraad en ondernemer mee (of zo je wilt “tegen”) valt, gaat een behoorlijk deel daarvan over de vraag of de OR instemmingsrecht heeft over wijziging van beloningen, waaronder bonusregelingen. Pas als sprake is van een beloningssysteem in de zin van de WOR, heeft de OR instemmingsrecht. Daar stuitte de OR op in de uitspraak van Gerechtshof Den Haag van 27 oktober 2015. Er is namelijk alleen sprake van een beloningssysteem als het doel daarvan is een beloning te regelen; het gaat niet zo zeer om de vraag of de wijziging van een regeling financiële gevolgen voor de werknemers heeft, maar of de regeling zelf beoogd een beloning te regelen. Dat gold niet voor de hypotax-regeling in deze zaak, die juist als doel had om de belastingdruk voor uitgezonden werknemers gelijk te houden. Bovendien kan er, net als in deze zaak, sprake zijn van een regeling die eigenlijk ziet op een primaire arbeidsvoorwaarde (netto loon) – en ook een regeling ter zake daarvan is niet instemmingsplichtig. Er is overigens een bonte verzameling (oudere) uitspraken waarbij wijziging van een beloningssysteem de ene keer wel en de andere keer niet instemmingsplichtig is.  Zowel ondernemer als OR moeten bij (het opstellen en wijzigen van) dergelijke regelingen dus alert zijn.

Werkzaam in de onderneming

Een ander voor de praktijk relevant aspect kwam in die zaak ook kort aan de orde: de vraag of naar een (buitenlands) project uitgezonden werknemers meetellen voor het aantal in de onderneming werkzame personen. Dat getalcriterium is bijvoorbeeld van belang voor de vraag óf een ondernemer verplicht is een ondernemingsraad op te richten en in stand te houden. En dat is ook van belang voor de vraag of de OR überhaupt instemmingsrecht heeft; want dat is namelijk door de wet beperkt tot de “in de onderneming werkzame personen”. Het hof geeft geen definitief antwoord op de vraag wie/wat hier precies onder moet worden verstaan, maar geeft wel aan dat hierbij moet worden gekeken naar de manier van leidinggeven aan die projectmedewerkers en onder wiens leiding en verantwoordelijkheid de projecten feitelijk plaatsvinden.

Rechtbank Den Bosch 18 november 2015

In de uitspraak van de Rechtbank Den Bosch werd over de volgende interessante aspecten van medezeggenschap beslist:

  • De OR heeft zelfstandige procesbevoegdheid en mag dus ook een kort geding starten. Ook om een op handen zijnd ontslag van de directeur tegen te houden, zoals in deze zaak vergeefs gevorderd. Dat kan zowel bij de kantonrechter als bij de president van de rechtbank.
  • Een (voorgenomen) besluit tot schorsing en ontslag van een directeur is niet een (voorgenomen) besluit tot belangrijke wijziging in de organisatie, of verdeling van de bevoegdheden in die onderneming. Dus geen adviesrecht voor de OR ex artikel 25 WOR. Wel op grond van artikel 30. Dat is een wezenlijk verschil omdat het artikel 25 adviesrecht voor de OR wel en ook de route opent naar de Ondernemingskamer, en een onwelgevallige beslissing van de ondernemer op basis van het artikel 30 adviesrecht niet.
  • De OR kan in kort geding op straffe van een dwangsom vorderen te worden ontheven van de door de ondernemer aan haar opgelegde geheimhoudingsplicht. Die vordering wordt in dit geval afgewezen omdat het juist niet in het belang van de stichting is om publiekelijk meer over de kwestie bekend te maken.

SER en geheimhouding Ondernemingsraad

Ter zake van de geheimhouding heeft de SER overigens precies één jaar geleden een aanbeveling gedaan, inhoudende terughoudend gebruik door de ondernemer van de wettelijke mogelijkheid aan de OR actieve geheimhouding op te leggen. “Angst voor onrust” is volgens de SER een onvoldoende grond voor geheimhouding.  Bij het opleggen van geheimhouding moet de ondernemer meedelen  hoelang de geheimhouding duurt, ten aanzien van welke gegevens en welke personen de geheimhouding geldt. Zowel voor ondernemer als ondernemingsraad zijn deze aanbevelingen van belang.

GMW-advocaten

GMW advocaten

Advocaat

Onze advocaten hebben ieder hun eigen specialistische expertise en ervaring. Wat zij met elkaar delen, is hun gedrevenheid en service gerichte aanpak. Met als doel: de beste oplossing voor onze cliënten bereiken.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

4 februari 2026

Volmacht aan een bank geven: wat houdt dit in?

Inmiddels is het standaard dat de bank aan haar klant bij het aangaan van een financieringsovereenkomst een volmacht vraagt. Maar waarom doet een bank dat en op basis waarvan? In deze blog ga ik in op deze vragen en de implicaties voor klanten van de bank.

Lees meer

Lees meer over

3 februari 2026

Verrekening en faillissement: wat mag wél en wat niet?  

Verrekening is een juridisch middel waarbij twee partijen die elkaar iets verschuldigd zijn, hun vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen wegstrepen. Dit is in een gewone handelsrelatie in beginsel geen probleem. Zodra er sprake is van een faillissement, gelden er echter andere spelregels.

Lees meer

Lees meer over

20 januari 2026

De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag

Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?

Lees meer

Lees meer over

19 januari 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid: veel geroepen, moeilijk bewezen

Bestuurdersaansprakelijkheid klinkt dreigend. In de praktijk blijkt een claim van een curator echter moeilijk te winnen. De lat voor bestuurdersaansprakelijkheid ligt namelijk hoog. Het loont dus om kritisch naar deze aansprakelijkheidsvordering te kijken, en daartegen goed verweer te voeren.

Lees meer

Lees meer over

2 december 2025

Verpanding van vorderingen, heeft de pandhouder het laatste woord?

Banken vragen bij elke zakelijke financiering om verstrekking van zekerheidsrechten op activa van uw onderneming. Deze zekerheidsrechten willen zij van u krijgen zodat, in het geval dat u de financiering niet kan betalen, die in zekerheid gegeven activa te gelde kunnen worden gemaakt en de bank zich als schuldeiser met voorrang op andere schuldeisers, zich kan verhalen op de opbrengst.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen