15 augustus 2017

Matiging transitievergoeding gerechtvaardigd?

Door Koen Vermeulen

Iedere werknemer, die ten minste 2 jaar in dienst is, heeft bij ontslag recht op een transitievergoeding.

De wet kent enkele uitzonderingen op dit recht, zoals in het geval de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Belangrijk is dat er bij de berekening van de transitievergoeding geen rekening gehouden wordt met specifieke omstandigheden van het geval. Zoals de gevolgen van het ontslag voor de werknemer of de mate waarin het ontslag aan de werknemer of werkgever kan worden toegerekend. Een kantonrechter in Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, vond echter eind vorig jaar tóch aanleiding de transitievergoeding van een werknemer drastisch te matigen. In deze blog vertel ik hier meer over.

Wat was er precies aan de hand?

De werknemer in kwestie was al lange tijd in dienst van de werkgever. De laatste jaren was hij arbeidsongeschikt en sinds enige tijd ontving hij daarom een IVA-uitkering. Een IVA-uitkering wordt toegekend als het niet reëel is dat de werknemer ooit nog werkzaamheden zal verrichten. De werkgever had uiteindelijk een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Op basis van die vergunning was de arbeidsovereenkomst opgezegd.

De kantonrechter overwoog dat de transitievergoeding enerzijds bedoeld is als compensatie voor het ontslag, maar anderzijds ook om de overgang naar een andere baan te vergemakkelijken. Volgens de kantonrechter was dat laatste doel in de betreffende zaak niet aan de orde. Vanwege de IVA-uitkering en het feit dat de werknemer binnen 2 jaar de AOW-gerechtigde leeftijd zou bereiken, oordeelde de kantonrechter dat volledige toekenning van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. In plaats van de volledige transitievergoeding van ruim € 73.000,-, wees de kantonrechter “slechts” € 25.000,- toe.

Wat oordeelde het gerechtshof?

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch haalde echter een streep door deze redenering en overwoog dat voornoemde omstandigheden onvoldoende zijn om matiging van de transitievergoeding te rechtvaardigen. Volgens het hof heeft de wetgever de transitievergoeding immers juist niet gekoppeld aan schade of inkomensverlies. Het feit dat bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd ook geen transitievergoeding hoeft te worden betaald, vond het hof in dit geval ook niet doorslaggevend; de werknemer zou die leeftijd immers pas na 20 maanden bereiken. Het vonnis van de kantonrechter werd dan ook vernietigd en aan de werknemer werd alsnog de volledige vergoeding van ruim € 73.000,- toegekend.

En in andere omstandigheden?

Wél heeft het hof in zijn arrest de mogelijkheid tot matiging van de transitievergoeding opengehouden. En dat is op zichzelf op zijn minst interessant. Volgens het hof heeft de wetgever met de regels over de transitievergoeding niet bedoeld om “de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid”, die uit het algemeen verbintenissenrecht voortvloeit, uit te sluiten. Het hof laat daarmee uitdrukkelijk de mogelijkheid open dat het in ándere omstandigheden wél redelijk en billijk kan zijn om de transitievergoeding te matigen. Welke omstandigheden dat dan mogelijk zijn, zal verdere rechtspraak moeten uitwijzen.

Uiteraard houd ik u op de hoogte over mogelijke ontwikkelingen. Heeft u specifieke vragen over dit onderwerp? Dan kunt u altijd contact met mij opnemen. U kunt mij bereiken via de gegevens aan de rechterzijde van deze pagina.

 

Voor de uitspraak, klik hier.

Koen Vermeulen

Advocaat/associate partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

15 januari 2026

Mededelingsplicht bij sollicitaties

Het is essentieel dat zowel werkgevers als werknemers open en eerlijk communiceren over belangrijke zaken die de werkrelatie kunnen beïnvloeden. Uit een recente uitspraak blijkt dat die openheid al bij aanvang van de arbeidsovereenkomst wordt verwacht

Lees meer

Lees meer over

7 januari 2026

Werkt een werknemer niet mee aan re-integratie? Wat kan de werkgever doen?

Wanneer een werknemer (langdurig) ziek is, is re-integratie een gezamenlijke verplichting van zowel werknemer als werkgever. Maar wat als de werknemer weigert mee te werken aan dit proces? Wat mag u doen volgens de wet? Welke stappen zijn vereist?

Lees meer

Lees meer over

21 december 2025

Werkgever, mag ik overstappen naar de concurrent?

Veel werkgevers nemen in hun arbeidsovereenkomst een concurrentie- en/of relatiebeding op. Als een werknemer aan de slag wil bij een klant of een concurrent van de werkgever en de werkgever staat dit niet toe, dan kan een werknemer zich genoodzaakt zien zich tot de rechter te wenden. Zo ook in de zaak van de kantonrechter Zeeland West-Brabant in mei 2025.

Lees meer

Lees meer over

16 december 2025

Ontbinding met een prijskaartje van €350.000

Sinds de invoering van de WWZ wordt er veel geprocedeerd over de toekenning van een billijke vergoeding. Volgens de wet kan de rechter die toekennen als de arbeidsovereenkomst eindigt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever. Hoewel rechters doorgaans terughoudend zijn in de toekenning van (hoge) billijke vergoedingen, hebben we in de zaak van de kantonrechter Amsterdam eind juni 2025 een uitschieter te pakken.

Lees meer

Lees meer over

25 november 2025

Vervanger gevonden, werk verloren

Wanneer een werknemer langdurig ziek is, zal de werkgever wellicht moeten nadenken over een vervanger om de werkzaamheden voort te kunnen zetten. Het probleem dat zich hierbij kan voordoen, is dat de zieke werknemer, zodra hij (al dan niet gedeeltelijk) hersteld is, niet meer wordt toegelaten tot zijn eigen werk. Dit is in strijd met de wet.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen