Ontbinding van huurovereenkomsten

9 januari 2025

Ontbinding van huurovereenkomsten

Door Glenn Kerver

De ontbinding van een overeenkomst is een belangrijk juridisch instrument om van een overeenkomst af te komen. In dit artikel zoomen wij in op de ontbinding van huurovereenkomsten. Voor huurovereenkomsten geldt namelijk een aanvullende wettelijke regeling.

Hoofdregel

Eerst nog even kort de hoofdregel. De hoofdregel in het verbintenissenrecht is dat iedere partij het recht heeft om een overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden indien de andere partij tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding niet rechtvaardigt (artikel 6:265 BW). Een overeenkomst kan zowel buitengerechtelijk als in een procedure bij de rechtbank worden ontbonden.

Ontbinding van huurovereenkomsten

Deze hoofdregel is ook op huurovereenkomsten van toepassing. Echter, indien de huurovereenkomst betrekking heeft op een gebouwde onroerende zaak, een woonwagen, standplaats of ligplaats, kan de huurovereenkomst alleen door de rechtbank worden ontbonden (artikel 7:231 lid 1 BW). Bij een gebouwde onroerende zaak moet u bijvoorbeeld denken aan een woning, winkelpand of kantoorpand. Een gang naar de rechtbank is dus noodzakelijk om dergelijke huurovereenkomsten te ontbinden als bijvoorbeeld sprake is van een forse huurachterstand of overlast. Bij een huurovereenkomst van een stuk onbebouwde grond, een auto of een printer geldt dit vereiste niet en is buitengerechtelijke ontbinding wel mogelijk.

Uitzonderingen op artikel 7:231 lid 1 BW

Hoewel het uitgangspunt bij gebouwde onroerende zaken, woonwagens, standplaatsen en ligplaatsen een ontbinding door de rechtbank is, kent de wet ook hier weer uitzonderingen. In twee gevallen is buitengerechtelijke ontbinding van dergelijke huurovereenkomsten wel toegestaan;

1.     Als de openbare orde ernstig is verstoord, de vrees daarvoor bestaat, dan wel indien het gehuurde door de gemeente is gesloten wegens handelen in strijd met de Opiumwet;

2.     Als sprake is van een gebrek dat het door de huurder te verwachten huurgenot onmogelijk maakt en de verhuurder dit gebrek niet hoeft te herstellen omdat dit ofwel niet mogelijk is ofwel onredelijk hoge kosten met zich meebrengt (artikel 7:210 BW);

Bij de eerste uitzondering moet u bijvoorbeeld denken aan de situatie waarin explosieven voor het pand zijn neergelegd, als sprake is van illegale prostitutie of wanneer een hennepplantage in het pand wordt aangetroffen. De burgemeester kan in dergelijke gevallen overgaan tot sluiting van het pand. Gedurende de periode dat het pand is gesloten kan de verhuurder een huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbinden. Dat kan ook als sprake is van de tweede uitzondering. Van een dergelijke situatie is bijvoorbeeld sprake wanneer het pand verloren is gegaan vanwege een brand. Zowel de verhuurder als de huurder kan in dat geval (vaak, maar niet altijd) overgaan tot buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst.

Meer informatie

Heeft u vragen over de (buitengerechtelijke) ontbinding van een huurovereenkomst? Neem dan gerust contact met mij en of een van de andere specialisten van GMW advocaten op om te bespreken wat uw mogelijkheden zijn.

Glenn Kerver

Advocaat/partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

29 september 2026

Contractuele medehuur: wat houdt het in en welke gevolgen heeft het?

Wanneer twee of meer personen gezamenlijk een huurovereenkomst aangaan, is sprake van contractuele medehuur. Beide medehuurders staan dan op het contract en zijn ieder partij bij de huurovereenkomst. In dit artikel ga ik nader in op contractuele medehuur en wat dit betekent voor de huurders en verhuurder.

Lees meer

Lees meer over

26 september 2026

Contractuele medehuur en de scheidingsregel: een vervolg

In een eerder artikel schreef ik reeds over de uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021, waarin werd geoordeeld dat contractuele medehuurders een beroep kunnen doen op de scheidingsregel van artikel 7:267 lid 7 BW.

Lees meer

Lees meer over

1 september 2026

Wet Modernisering Servicekosten per 1 januari 2027: wat betekent dit voor u?

Per 1 januari 2027 treedt de Wet Modernisering Servicekosten in werking. Deze wet is relevant voor iedereen die te maken heeft met servicekosten in huurrelaties, zoals verhuurders, huurders, beheerders en adviseurs.

Lees meer

Lees meer over

18 augustus 2026

Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik

Voor een succesvol beroep op de opzeggingsgrond dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1 sub b BW) moet de verhuurder voldoende aannemelijk maken dat hij de wil heeft tot het dringend persoonlijk en duurzaam in gebruik nemen van het gehuurde.

Lees meer

Lees meer over

20 juli 2026

Een mondelinge huurovereenkomst; mag dat?

Als een verhuurder en huurder overeenstemming bereiken over de huur van een pand, dan wordt daarna doorgaans een schriftelijke huurovereenkomst opgesteld. Daarmee is voor de verhuurder en voor de huurder in de toekomst duidelijk welke afspraken tussen hen gelden.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen