2 december 2020

Proeftijd start soms al eerder

Door Seliz Demirci

Een proeftijd biedt beide partijen de mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst te beëindigen zonder enige reden te geven.

Omdat dit veel onzekerheid oplevert, is de regelgeving omtrent de proeftijd strikt. In de hierna besproken zaak riep de werkgever de proeftijd binnen de overeengekomen termijn in. De rechter oordeelde echter dat de werkgever alsnog te laat was.

Op 20 september 2019 kwamen partijen overeen dat de medewerker per 1 november 2019 zou starten. Er was een proeftijd van twee maanden afgesproken. Op 4 oktober vroeg de manager van de medewerker of hij mee wilde gaan naar een meeting in Leuven. De manager zou daar een presentatie houden. De medewerker stemde daarmee in, en kreeg vervolgens het verzoek om samen de presentatie te verzorgen. Daarna ontving hij juridische stukken met de vraag of hij deze wilde doornemen voor zijn indiensttreding per 1 november. Op 21 oktober bespraken beide partijen tijdens een lunch de presentatie, waarna de medewerker nog een meeting bijwoonde. Op 25 oktober vond de presentatie plaats.

Vervolgens riep de werkgever op 20 december de proeftijd in en beëindigde hij per direct het dienstverband. In de betreffende e-mail stond vermeld dat het (vooruitbetaalde) salaris tussen 20 december en 31 december niet werd teruggevorderd, omdat de medewerker vóór aanvang van het dienstverband ook twee dagen had gewerkt. De medewerker liet het hier niet bij zitten en stelde dat de proeftijd al was aangevangen vóór de ingangsdatum van het dienstverband. Daarom was er te laat een beroep gedaan op het proeftijdbeding. Hij verzocht een verklaring voor recht dat de opzegging niet rechtsgeldig was, eiste een billijke vergoeding van € 350.000 en een schadevergoeding gelijk aan één maandsalaris.

Opdracht

De werkgever betoogde dat hij slechts had verzocht om eerder te starten, in plaats van een opdracht daartoe te hebben gegeven. Daarnaast vond hij dat de medewerker het kon weigeren en dat de werkzaamheden geen onderdeel van de functie waren. De rechter oordeelde echter dat het logisch was dat er formeel geen opdracht gegeven kon worden, omdat de medewerker nog niet in dienst was. Het was begrijpelijk dat de medewerker gelet op het toekomstige dienstverband en de wens om een goede indruk te maken zich niet vrij voelde om het verzoek af te wijzen. Al helemaal omdat de medewerker stelde dat het belang van het slagen van de presentatie groot was en deze inhoudelijke voorbereiding vergde.

Volgens de rechter had de medewerker het verzoek dan ook als een opdracht mogen opvatten. Daarnaast wist de werkgever van de werkzaamheden af en pasten deze binnen de functie. Volgens de rechter had
de medewerker voldoende aangetoond dat hij al was gestart met werken voor de oorspronkelijke startdatum. De werkgever had de proeftijd dus te laat ingeroepen, en was een billijke vergoeding verschuldigd
van € 5.000.

Medewerker start eerder dan contractdatum? Let op de proeftijd!

Uit bovenstaande uitspraak blijkt dat het verregaande gevolgen kan hebben om een medewerker al werk te laten verrichten voordat hij officieel in dienst is. Een kennismaking is uiteraard mogelijk.

Schadeplichtig

Mocht u al meer vragen van een medewerker, dan kan de proeftijd mogelijk eerder aanvangen dan dat is overeengekomen. In bovenstaande situatie startten de werkzaamheden eerder, waardoor de
looptijd van de proeftijd ook eerder aanving. Het is echter ook mogelijk om een beroep te doen op de proeftijd, terwijl de werkzaamheden juist nog niet zijn gestart. Beide partijen mogen de proeftijd inroepen,
ook al is de arbeidsovereenkomst nog niet gestart. In sommige gevallen kunt u door het inroepen van de proeftijd wel schadeplichtig worden. Verder is van belang dat u ervoor zorgt dat het proeftijdbeding geldig is. Bij een contract voor onbepaalde tijd mag de proeftijd bijvoorbeeld twee maanden zijn.

Hetzelfde geldt voor een tijdelijk contract van twee jaar of langer. Voor contracten die langer duren dan zes maanden, maar korter dan twee jaar, mag de proeftijd maximaal één maand zijn. In een contract van korter dan zes maanden mag geen proeftijd worden opgenomen. Een cao kan afwijkende regels bevatten.

Dit artikel verscheen eerder in Rendement. Heeft u een vraag, neem dan gerust contact met mij op.

Rechtbank Rotterdam, 22 september 2020, ECLI (verkort): 9039

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

11 februari 2026

Liefde op de werkvloer: grenzeloos?

Valentijnsdag is weer in aantocht, dus dat roept de vraag op: wat te doen als er door een liefdesrelatie tussen collega’s spanningen en problemen op de werkvloer ontstaan? Als het nadelige effecten heeft op de inhoud van het werk of de sfeer, mag de werkgever een liefdesrelatie tussen medewerkers dan verbieden, of daar grenzen aan stellen? Deze vragen komen regelmatig aan de orde in rechtszaken.

Lees meer

Lees meer over

15 januari 2026

Mededelingsplicht bij sollicitaties

Het is essentieel dat zowel werkgevers als werknemers open en eerlijk communiceren over belangrijke zaken die de werkrelatie kunnen beïnvloeden. Uit een recente uitspraak blijkt dat die openheid al bij aanvang van de arbeidsovereenkomst wordt verwacht

Lees meer

Lees meer over

7 januari 2026

Werkt een werknemer niet mee aan re-integratie? Wat kan de werkgever doen?

Wanneer een werknemer (langdurig) ziek is, is re-integratie een gezamenlijke verplichting van zowel werknemer als werkgever. Maar wat als de werknemer weigert mee te werken aan dit proces? Wat mag u doen volgens de wet? Welke stappen zijn vereist?

Lees meer

Lees meer over

21 december 2025

Werkgever, mag ik overstappen naar de concurrent?

Veel werkgevers nemen in hun arbeidsovereenkomst een concurrentie- en/of relatiebeding op. Als een werknemer aan de slag wil bij een klant of een concurrent van de werkgever en de werkgever staat dit niet toe, dan kan een werknemer zich genoodzaakt zien zich tot de rechter te wenden. Zo ook in de zaak van de kantonrechter Zeeland West-Brabant in mei 2025.

Lees meer

Lees meer over

16 december 2025

Ontbinding met een prijskaartje van €350.000

Sinds de invoering van de WWZ wordt er veel geprocedeerd over de toekenning van een billijke vergoeding. Volgens de wet kan de rechter die toekennen als de arbeidsovereenkomst eindigt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever. Hoewel rechters doorgaans terughoudend zijn in de toekenning van (hoge) billijke vergoedingen, hebben we in de zaak van de kantonrechter Amsterdam eind juni 2025 een uitschieter te pakken.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen