Horeca: huurovereenkomsten met afnamebeding

Horeca: huurovereenkomsten met afnamebeding

De verplichting om voor een zekere periode bij één bepaalde leverancier voorraad in te kopen is binnen de horecabranche eerder regel dan uitzondering. Dergelijke afnamebedingen komen voor in exploitatieovereenkomsten, contracten met bijvoorbeeld de brouwer die bedrijfsinventaris of een bierinstallatie in bruikleen geeft, maar ook direct in de huurovereenkomst met de eigenaar (of onderverhuurder) van het bedrijfspand. Voor leveranciers leveren exclusieve afnamebedingen als vanzelfsprekend voordeel op; de exploitant is contractueel gebonden bij de aangewezen partij zijn inkopen te doen. Voor een eventuele verhuurder kan het verplichten van een huurder in te kopen bij een door hem aangewezen partij een vooraf afgesproken bonus opleveren. Voor de horecaondernemer is een dergelijke afspraak echter niet per definitie gunstig. Deze laatste wordt immers beperkt in zijn keuze voor leveranciers, en kan daarbij een goedkoper aanbod of kortingen bij andere leveranciers mislopen.

Mededinging

Aan de voornoemde exclusieve afnamebedingen zitten enkele juridische haken en ogen. Concurrentiebeperkende afspraken zijn in beginsel niet toegestaan (zie art. 6 lid 1 Mededingingswet). Zo wordt voorkomen dat bedrijven onderling afspraken maken die tot gevolg hebben dat de mededinging op de markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst, wat zou kunnen leiden tot kartelvorming of een monopolie. Binnen de horecabranche zal niet snel sprake zijn van beïnvloeding van de mededinging. Daarvoor zijn de omzetten over het algemeen te laag en de marktaandelen te klein.

Huurrecht

Wel dient rekening gehouden te worden met doorwerking in het huurrecht. In beginsel mag een afnamebeding bijvoorbeeld niet langer duren dan vijf jaar, tenzij de leverancier tevens eigenaar of verhuurder van het bedrijfspand is In dat geval mag de duur van het afnamebeding langer zijn, namelijk zo lang als de huurperiode duurt (zie ook het ‘BP-arrest’, HR 8 juli 2011, LJN BQ2809). Wanneer een horecapand eigendom is van een brouwerij, mag de brouwerij dus als verhuurder de exploitant/huurder verplichten bij hem bier af te nemen totdat de huurovereenkomst eindigt.

Overtreding van het beding

Overtreding van het afnamebeding in de huurovereenkomst wordt in de praktijk veelal gekoppeld aan het betalen van een boete en eventuele dwangsom, een schadevergoeding, maar ook wordt het meer dan eens opgevoerd als aanvullende grond voor opzegging van de huurovereenkomst. Dit kan echter leiden tot strijd met de dwingendrechtelijke huurbescherming. Heeft de huurovereenkomst betrekking op een termijn van twee jaar of korter, dan kan overtreding van het afnamebeding inderdaad dienen als grond voor opzegging wanneer partijen dit overeen zijn gekomen. Betreft het een huurovereenkomst voor langer dan twee jaar, dan geldt het huurbeschermingsregime uit titel 4 boek 7 BW, en kan alleen opgezegd worden op grond van de in de wet genoemde opzeggingsgronden. Overtreding van een afnamebeding hoort daar niet bij.

Bedrijfsvoering zoals het een goed huurder betaamt

Wel zou de vraag kunnen worden gesteld of het overtreden van een afnamebeding valt onder ‘bedrijfsvoering niet zoals het een goed huurder betaamt’, hetgeen wel een grond voor beëindiging van de huurovereenkomst oplevert. Dit zou aan de hand van alle omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld. Ook kan de verhuurder door ontbinding via de rechter proberen de huurovereenkomst te beëindigen op grond van een tekortkoming van de huurder. Bij een eventuele belangenafweging van de rechter verdient het aandacht dat ook de verhuurder gebaat is bij een financieel gezonde situatie van de huurder/exploitant. Wanneer die laatste gehouden is aan een exclusief afnamebeding en daardoor financieel nadeel lijdt, kan dit ook voor de verhuurder nadelig uitpakken met het oog op te incasseren huurpenningen. Het kan dus ook in het belang zijn van de verhuurder dat de huurder niet gehouden is af te nemen bij één specifieke leverancier.

Afwijkend beding

Een andere manier om overtreding van een afnamebeding als opzeggingsgrond te doen gelden is door dit bij aangaan van de overeenkomst door de kantonrechter als zogeheten ‘afwijkend beding’ goed te laten keuren. Ook hier zal de rechter oordelen aan de hand van de specifieke omstandigheden, waarbij hij de maatschappelijke positie van partijen en de ernst van inbreuk op het recht van de huurder in overweging dient te nemen. In ieder geval kan worden gesteld dat de kantonrechter niet licht tot goedkeuring van een dergelijke clausule zal overgaan.

Redelijkheid

Wanneer een horecaondernemer van mening is dat de gemaakte afspraken met betrekking tot de afname bij een specifieke leverancier niet houdbaar zijn, zal hij zich doorgaans beroepen op de onredelijkheid van het beding. Nu een dergelijke afnameverplichting door partijen in de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt overeengekomen, wordt die onredelijkheid minder snel aangenomen dan wanneer het om een afspraak zou gaan tussen een bedrijf en een consument. In de jurisprudentie is dan ook bepaald dat hogere inkoopkosten en het mislopen van een korting of bonus op zich niet voldoende zijn om van een onredelijk bezwarend beding te kunnen spreken . Als ondernemer, verhuurder en leverancier dient u alvorens een overeenkomst aan te gaan met betrekking tot het exploiteren van een horecaonderneming goed na te gaan voor welke bedingen u tekent en aan welke bepalingen (en voor hoe lang) u in rechte gehouden kunt worden.


Publicatiedatum:9 april 2015