Te laat is te laat. Of toch niet?

De overheid is niet alleen streng en gedoogt weinig, maar ook de termijn om te laten weten het niet eens te zijn met overheidsbeslissingen is keihard. Te laat is te laat. Uitzonderingen zijn beperkt. Het niet lezen van een plaatselijk suffertje met gemeenteberichten? Pech gehad. Een besluit dat valt in een vakantieperiode? Jammer, maar helaas. Termijnoverschrijding als gevolg van ziekte of een taalprobleem. So sorry.

Te laat is te laat

Tegen de meeste overheidsbesluiten kan slechts gedurende een beperkte termijn worden opgekomen. Wanneer daartegen niet, of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, en/of beroep wordt ingesteld, of wanneer deze rechtsmiddelen niet tot vernietiging of herroeping van de beschikking hebben geleid, krijgen deze beschikkingen formele rechtskracht. Zij zijn dan niet meer in rechte aantastbaar en die uitkomst brengt mee dat je het fictief eens bent met het besluit..

Missers

De meest voorkomende misser in op tijd opkomen tegen een overheidsbeslissing is het missen van een zienswijzetermijn van twee weken. Ook bij bezwaartermijnen komt het veel voor. Tegen een besluit  kan op grond van artikel 6:7 van de Awb binnen zes weken bezwaar worden gemaakt. Ingevolge artikel 6:8 van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Niet-ontvankelijkverklaring blijft ingevolge artikel 6:11 van de Awb achterwege ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is geweest. Indien een belanghebbende twijfelt omtrent het rechtskarakter van een hem toegezonden stuk (besluit of niet?), dient hij inlichtingen in te winnen; verwarring daaromtrent levert bij stilzitten geen verschoningsgrond op. Veel speelruimte is er niet, maar er zijn successen te boeken, zeker als de overheid fouten lijkt te hebben gemaakt.

Voorlopig bezwaar

Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen (art. 6:9 lid 1 Awb).
In de praktijk worden veelvuldig voorlopige, of pro forma bezwaarschriften ingediend. Deze voorlopige bezwaarschriften strekken ertoe te voldoen aan het vereiste dat een bezwaarschrift binnen de in art. 6:7 gestelde termijn van 6 weken wordt ingediend, bijvoorbeeld met een héél kort briefje. Deze bezwaarschriften voldoen echter niet aan het vereiste dat art. 6:5, lid 1, aanhef en onder de Awb stelt. Op basis van dat artikellid dient het bezwaarschrift immers de gronden van het bezwaar te bevatten. Indien het bezwaarschrift de gronden van het bezwaar niet bevat, is dat — anders dan termijnoverschrijding — een herstelbaar verzuim. Het bestuursorgaan zal de indiener van het voorlopige bezwaarschrift op grond van art. 6:6 Awb in de gelegenheid moeten stellen dit verzuim binnen een daartoe door het bestuursorgaan gestelde termijn te herstellen. Het herstel van dit verzuim geschiedt vervolgens door het alsnog indienen van de gronden van bezwaar. De termijn die voor het herstel van verzuim wordt geboden, moet redelijk zijn.

De overheid werkt niet mee met informeren

Op 21 september 2011 heeft de hoogste bestuursrechter, de Raad van State, een belangrijke uitspraak gedaan (201010355/1/H2, LJN: BT2131). De Raad geeft aan dat het gelet op het belang van de rechtseenheid in het bestuursrecht, in aansluiting op de rechtspraak van de Hoge Raad (zie onder meer HR 19 maart 2010, LJN BL7954, BNB 2010/240), de Centrale Raad van Beroep (CRvB 23 juni 2011, LJN BR0151) en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb 13 januari 2004, AB 2004/111), van oordeel is dat het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing bij een besluit of uitspraak in beginsel leidt tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, mits de belanghebbende daarop een beroep doet, stellende dat de termijnoverschrijding daarvan het gevolg is.

Uitwijken met een klein ventiel

Ook dit iets herijkte beginsel lijdt uitzondering indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende tijdig wist dat hij binnen een bepaalde termijn bezwaar moest maken dan wel beroep of hoger beroep moest instellen. Van bekendheid met de termijn kan in ieder geval worden uitgegaan indien de belanghebbende volgens de Raad voor afloop van de termijn reeds werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener. Bij een professionele rechtsbijstandverlener mag kennis omtrent het in te stellen rechtsmiddel en de daarvoor geldende termijn immers worden verondersteld en diens kennis kan in dit verband aan de belanghebbende worden toegerekend. Ook bij ideële en andere organisaties die regelmatig plegen te procederen, mag die kennis worden verondersteld alsook bij burgers die regelmatig procederen. Voor het aannemen van verschoonbaarheid kan echter, ook indien de belanghebbende bijstand heeft van een professionele rechtsbijstandverlener, aanleiding bestaan indien gerede twijfel mogelijk is omtrent het besluitkarakter van het door het bestuursorgaan aan die belanghebbende toegezonden stuk.