Column Raymond de Mooij
Column Raymond de Mooij

Vrienden

“Kun jij je de zaak met die hennepkweker nog herinneren van een paar jaar geleden? Nou, ik heb er weer eentje.” Vastgoedondernemer Wammes de Ridder was een oude bekende. De zaak waarop hij doelde, kon ik mij nog goed voor de geest halen.

Toen mijn cliënt geconfronteerd werd met een huurder die hennep teelde in zijn woning, had hij de gemeente gewaarschuwd. Dat had hij eerder in vergelijkbare gevallen ook zo gedaan. Politieagenten ontmantelden de kwekerij, maar hadden deze keer een presentje voor Wammes. Hij kreeg een boete van 10.000 euro. Had hij maar beter op zijn huurder moeten letten, vond de gemeente Den Haag. De bestuursrechter dacht daar een jaar later anders over, en het onaangekondigde boetebeleid van de gemeente verdween even snel als het was ingevoerd.

“In augustus ontstond er een enorme lekkage in een appartementencomplex van mij aan de Leyweg,” vertelde Wammes de Ridder. “Een huurder, Willem Kruidenier, bleek hennep te kweken in een woning die hij een paar maanden eerder had betrokken. Daarbij is kennelijk iets gruwelijk misgegaan. Het was een ravage, met name bij de benedenburen.” Die buren hadden de politie gebeld. De huurder was ingerekend en het appartement werd afgesloten. Mijn cliënt viste een brief van de gemeente Den Haag uit zijn dossier. ‘U dient de woning binnen een maand op orde te brengen, anders verbeurt u een dwangsom van 5000 euro’, las ik. Wammes de Ridder keek mij met grote ogen aan. “Wat bedoelen ze met ‘op orde brengen’?”, vroeg hij. “En weten ze niet dat ik überhaupt niet naar binnen mag? Die woning wordt nog gewoon gehuurd door Willem Kruidenier.”

Ik nam telefonisch contact op met de advocaat van Kruidenier. Die ging namens zijn cliënt akkoord met de beëindiging van de huurovereenkomst. Toen gemeenteambtenaren een week later kwamen controleren, was het huis keurig door De Ridder opgeruimd. Hij hoefde geen dwangsom te betalen. Maar daarmee was de kous niet af. Er volgde een brief van de burgemeester. Die had besloten om de huurwoning nog eens drie maanden te sluiten. Een verzoek van mijn cliënt om gedurende die maanden de huurwoning te mogen renoveren, werd door de gemeente met een enkel woord afgewezen. Wammes de Ridder was woedend. “Dat hele geintje kost mij een halfjaar aan huur, terwijl ik er niets aan kan doen,” foeterde hij. “Van je vrienden bij de gemeente moet je het maar hebben.”

Deze column is geschreven voor Den Haag Centraal, waarin Raymond de Mooij maandelijks schrijft over wat hij meemaakt in zijn praktijk.