29 november 2022

De redding van een onzorgvuldig voorbereide omgevingsvergunning

Door Marie-Christine Veltkamp-van Paassen

De ontwikkeling van leefgebieden kent vele facetten, en aan al deze facetten moet in de voorbereiding grondig aandacht besteed worden.

Wat is een zorgvuldige voorbereiding?

Artikel 3:2 Awb vereist dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen vergaart. Alleen zo kan de gemeente komen tot een zorgvuldig genomen besluit. De gemeente dient niet alleen haar eigen belangen of die van de projectontwikkelaar mee te wegen, maar ook die van andere belanghebbenden, zoals omwonenden. Dat deze eis niet te lichtvaardig moet worden opgevat bleek uit een zeer recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bestaat er nog een redmiddel voor de gemeente en projectontwikkelaar bij een gebrekkig besluit? In deze blog gaan we het hebben over de redding van een onzorgvuldig voorbereide omgevingsvergunning.

 

Casus bestemmingsplan voor HBG-locatie te Rijswijk (ZH)

Op 21 april 2021 deed de Afdeling uitspraak[1] in een zaak die was aangespannen door een belanghebbende die zich verzette tegen de vaststelling van het bestemmingsplan “herontwikkeling HBG-locatie” van de gemeente Rijswijk (ZH). Het plan maakt o.a. de bouw van 550 woningen mogelijk, verdeeld over vijf woontorens plus enkele stadswoningen. De belanghebbende woont op een perceel dat grenst aan het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan vanwege de gevolgen voor zijn woon- en leefklimaat.

 

De belanghebbende had alles uit de kast gehaald om het besluit tot vaststelling van het plan alsnog te laten vernietigen. Deze voerde wel 11 verschillende gronden op: Zijn perceel was ten onrechte niet bij het plan betrokken; ten onrechte was geoordeeld dat een milieu effect rapportage niet hoefde te worden opgemaakt; er was strijd met de Omgevingsverordening  Zuid Holland; er was geen rekening gehouden met zijn privacy en uitzicht; de vaststelling van het plan was in strijd met een eerder door het College verstuurde brief; het verlies aan groen was onaanvaardbaar; er zouden beschermde vogels leven in het plangebied; er was sprake van voorziene verkeersoverlast; ook was er sprake van onvoldoende parkeergelegenheid; er was sprake van een voorziene toename van geluidsoverlast door toename van het aantal verkeersbewegingen; en de luchtvervuiling zou toenemen.

 

Vernietiging van het vaststellingsbesluit

De Afdeling concludeerde na ampele motivering bij bijna alle gronden dat het betoog van de belanghebbende faalde. Echter, bij de laatste twee gronden ging de Afdeling met de belanghebbende mee op grond van artikel 3:2 Awb. Uit de stukken was inderdaad niet gebleken dat de gemeente bij de vaststelling van het bestemmingsplan rekening had gehouden met de geluidsbelasting ter plaatse van de woning van de belanghebbende. Er was weliswaar een geluidsrapport, maar dit rapport was van ná de datum van het vaststellingsbesluit. Verder was niet gebleken dat de gemeente bij het vaststellingsbesluit voldoende rekening had gehouden met de gevolgen voor de luchtkwaliteit ter plaatse van de woning van belanghebbende. Ook in deze was er weliswaar een luchtkwaliteitsrapport, maar dit rapport was gebrekkig, omdat er ten onrechte 920 autobewegingen waren afgetrokken voor een kantoorpand dat al geruime tijd leegstond.

 

Artikel 8:72 lid 1 Awb bepaalt dat een besluit (geheel of gedeeltelijk) vernietigd moet worden als geoordeeld wordt dat het tot stand gekomen is na  een onvoldoende zorgvuldige voorbereiding. Dat deed de Afdeling dan ook; zij vernietigde het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Het behoeft geen betoog dat dit in beginsel verstrekkende gevolgen heeft voor zowel de gemeente als de betrokken projectontwikkelaar.

 

De redding van een gebrekkig besluit

Echter, in dit specifieke geval bleek ter zake van de geluidsbelasting dat uit de –weliswaar te late- geluidsrapportage volgde dat er ter plaatse van de woning van belanghebbende de invloed van het plan op de geluidsbelasting verwaarloosbaar is. Ter zake van de luchtkwaliteit had de gemeente hangende de procedure een herstelrapportage laten opstellen. Daaruit volgde dat ook met inachtneming van de 920 verkeersbewegingen die eerder ten onrechte in mindering waren gebracht, niet geconcludeerd kon worden dat de luchtkwaliteit door het plan in het gedrang kwam. De Afdeling bepaalde om deze redenen dat de rechtsgevolgen van het vaststellingsbesluit in stand zouden blijven. De Afdeling was hiertoe bevoegd op grond van artikel 8:72 lid 3a Awb. En zo werden de plannen van de gemeente en de projectontwikkelaar toch nog gered.

 

Conclusie?

De ontwikkeling van leefgebieden kent vele facetten, en aan al deze facetten moet in de voorbereiding grondig aandacht besteed worden. Gezien bovengenoemde uitspraak kan de gemeente zich in beginsel niet permitteren om hierin steken te laten vallen. Dit is van belang voor de gemeente die graag vooruitgang wil boeken in de ontwikkeling van leefgebieden, maar ook in het belang van de projectontwikkelaar die haar plannen wil realiseren. Mocht er toch blijken van een omissie in de besluitvorming, is het van belang om alsdan zo adequaat mogelijk te handelen, en in een procedure te sturen op het stand blijven van de rechtsgevolgen van het besluit.

Meer informatie?

Wilt u advies of heeft u een andere juridische vraag? Neem dan gerust contact met mij op.

[1] ECLI:NL:RVS:2021:855

 

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

9 februari 2026

De rechten van het kind bij ontruiming van een woning

Op 28 november 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de rol van de rechten van het kind bij een vordering tot ontruiming van een huurwoning. Dit artikel behandelt de aanleiding voor deze vragen, de kernoverwegingen van de Hoge Raad en de gevolgen voor de (rechts)praktijk.

Lees meer

Lees meer over

27 januari 2026

De werking van een omzettingsverklaring bij aanneming van werk

Stel dat een aannemer is ingehuurd voor een aanneming van werk, maar dat bij de uitvoering daarvan een probleem ontstaat. Dit komt helaas vaak voor. Als het vervolgens samen niet lukt om de kwestie op te lossen, is het aan te raden om juridische stappen te overwegen. Hieronder een praktische uitleg en vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

20 januari 2026

De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag

Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?

Lees meer

Lees meer over

9 december 2025

Overlast door huurders: wat is de rol van de verhuurder?

In dit artikel wordt nader ingegaan op de verantwoordelijkheden van een verhuurder in geval van overlast, de aanpak die hij kan hanteren en de maatregelen die hij kan nemen. Zie ook: vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

26 november 2025

Schadevergoeding na verjaring van eigendom

Na het verstrijken van een verjaringstermijn vervalt een vordering. In het geval van verjaring in eigendomskwesties houdt dit in dat een eigenaar zijn vastgoed niet langer kan opeisen van de bezitter. Het eigendomsrecht gaat in zo’n geval over van de eigenaar op de bezitter. In sommige gevallen is er echter toch nog een mogelijkheid om alsnog aanspraak te maken op het vastgoed. Het schadevergoedingsrecht biedt in die gevallen een oplossing.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen