Verkrijgende verjaring, erfgrens en bezit te goeder trouw

2 mei 2024

Verkrijgende verjaring, erfgrens en bezit te goeder trouw

Door Glenn Kerver

Met regelmaat behandelen wij geschillen omtrent verkrijging van grond door verjaring.

De meeste cliënten zijn bekend met de bevrijdende of zogeheten extinctieve verjaring door tijdsverloop van meer dan twintig jaar. De verkrijgende of acquisitieve verjaring na verloop van tien jaar wordt hierbij nog wel eens onnodig gepasseerd, nu de hiertoe vereiste goede trouw niet eenvoudig wordt aangenomen. In dit artikel leg ik uit waarom bezitters onder omstandigheden toch een geslaagd beroep op de verkrijgende verjaring kunnen doen.

Verkrijgende verjaring

Wanneer iemand gedurende 10 jaar onafgebroken bezitsdaden verricht én te goeder trouw is, kan men een beroep op verkrijgende verjaring (artikel 3:99 BW) doen. Per specifiek geval zal beoordeeld moeten worden of naar algemene verkeersopvattingen sprake is van bezit. In ieder geval zal het voor de buitenwereld duidelijk moeten zijn dat er bezitsdaden worden verricht. Het dient te gaan om ‘openbaar en niet-dubbelzinnig’ bezit.

Het omheinen van een perceel kan kwalificeren als een bezitsdaad, terwijl het planten van een enkele struik of boom in de regel geen bezitsdaad hoeft te zijn. Vaak zullen verscheidene handelingen nabij een erfgrens in samenhang wel als bezitsdaad beschouwd kunnen worden.

Een bezitter is niet te goeder trouw wanneer hij wetenschap had of behoorde te hebben van de werkelijke (juridische) situatie (3:11 BW). Artikel 3:23 BW bepaalt in aanvulling hierop dat er ten aanzien van onroerende zaken geen sprake kan zijn van goede trouw, indien de bezitter door raadpleging van de openbare registers (het Kadaster) wel op de hoogte had kunnen zijn van de juridische werkelijkheid.

Ten onrechte

Ten onrechte wordt hieruit soms afgeleid dat een beroep op artikel 3:99 BW niet kan slagen indien uit kadastrale metingen of tekeningen een andere erfgrens volgt. De kadastrale kaart vormt immers géén onderdeel van de openbare registers als bedoeld in artikel 3:23 en 3:16 BW.[1] De eigendoms- en leveringsakten vallen hier wel onder. Ook wanneer de afmetingen als benoemd in de leveringsakte blijken af te wijken van de werkelijke oppervlakte, betekent dit echter niet zonder meer dat de bezitter niet te goeder trouw is. Van belang is of de inhoud van de leveringsakte reden had moeten zijn voor twijfel of nader onderzoek. Wanneer ook de werkelijke eigenaren de feitelijke erfgrens zonder morren accepteren, zal aanwezigheid van goeder trouw eerder worden aangenomen.[2]

Samengevat zal per geval bepaald moeten worden of gedurende 10 jaar sprake is van openbare bezitsdaden, en of de bezitter onder de gegeven omstandigheden te goeder trouw is. Indien deze vragen bevestigen worden beantwoord, kan er een beroep op verkrijgende verjaring worden gedaan. Voor de goede orde: op grond van het interversieverbod van artikel 3:111 BW kan een houder (zoals een huurder of bruiklener) in beginsel géén bezitter worden, en dus ook geen geslaagd beroep op eigendomsverkrijging door verjaring doen.

Bevrijdende verjaring

Wanneer goede trouw niet aanwezig is, kan een bezitter op grond van artikel 3:105 lid 1 jo. 3:314 lid 2 BW toch eigendom verkrijgen. Er zal dan wederom sprake moeten zijn van openbare en ondubbelzinnige bezitsdaden, gedurende een onafgebroken periode van ten minste 20 jaar. In dat geval kan een geslaagd beroep op bevrijdende verjaring worden gaan.

Tot enkele jaren geleden leek de kous daarmee af. De Hoge Raad heeft in het arrest van 24 februari 2017 echter overwogen dat indien een stuk grond door verjaring is overgegaan in eigendom, de werkelijke eigenaar mogelijk een vordering uit onrechtmatige daad kan instellen tegen de nieuwe eigenaar. Hierdoor zou de grond mogelijk weer overgedragen moeten worden aan de oorspronkelijk eigenaar. Hierbij dient niet zozeer rekening te worden gehouden met de goederenrechtelijke kwalificatie van goede trouw, als wel de vraag of sprake is van een (toerekenbare) onrechtmatige daad door de bezitter.

Conclusie

De beoordeling van een beroep op verkrijgende of bevrijdende verjaring is sterk casuïstisch van aard, waardoor er voor zowel de eisende als verwerende partij verschillende argumenten opgevoerd kunnen worden. Het voornoemde arrest van de Hoge Raad kan onder omstandigheden soelaas bieden.

Meer informatie

Indien u vragen heeft naar aanleiding van dit artikel, dan kunt u via onderstaande gegevens contact met mij opnemen.

[1] A-G E.B. Rank-Berenschot 19 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:617, par. 2.15.
[2] Hof Arnhem-Leeuwarden 10 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10630, r.o. 4.3 t/m 4.15.

Glenn Kerver

Advocaat/partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

9 februari 2026

De rechten van het kind bij ontruiming van een woning

Op 28 november 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de rol van de rechten van het kind bij een vordering tot ontruiming van een huurwoning. Dit artikel behandelt de aanleiding voor deze vragen, de kernoverwegingen van de Hoge Raad en de gevolgen voor de (rechts)praktijk.

Lees meer

Lees meer over

27 januari 2026

De werking van een omzettingsverklaring bij aanneming van werk

Stel dat een aannemer is ingehuurd voor een aanneming van werk, maar dat bij de uitvoering daarvan een probleem ontstaat. Dit komt helaas vaak voor. Als het vervolgens samen niet lukt om de kwestie op te lossen, is het aan te raden om juridische stappen te overwegen. Hieronder een praktische uitleg en vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

20 januari 2026

De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag

Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?

Lees meer

Lees meer over

9 december 2025

Overlast door huurders: wat is de rol van de verhuurder?

In dit artikel wordt nader ingegaan op de verantwoordelijkheden van een verhuurder in geval van overlast, de aanpak die hij kan hanteren en de maatregelen die hij kan nemen. Zie ook: vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

26 november 2025

Schadevergoeding na verjaring van eigendom

Na het verstrijken van een verjaringstermijn vervalt een vordering. In het geval van verjaring in eigendomskwesties houdt dit in dat een eigenaar zijn vastgoed niet langer kan opeisen van de bezitter. Het eigendomsrecht gaat in zo’n geval over van de eigenaar op de bezitter. In sommige gevallen is er echter toch nog een mogelijkheid om alsnog aanspraak te maken op het vastgoed. Het schadevergoedingsrecht biedt in die gevallen een oplossing.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen