4 september 2019

Gebruik bedrijfsruimte door curator

Door Stephanie de Wit

Dit is het eerste deel van de reeks Verhuurder vs. Faillissementscurator.

Na uitspraak van het faillissement kan de huur op grond van artikel 39 Faillissementwet zowel door de curator als de verhuurder worden opgezegd. De opzegtermijn bedraagt dan maximaal drie maanden. Gedurende de opzegtermijn is de faillissementsboedel nog steeds huurder en is de curator gebonden aan de bepalingen in de huurovereenkomst. Als het gaat om bijvoorbeeld een gefailleerde winkel, plegen curatoren met regelmaat de winkelvoorraad te verkopen aan een opkoper, waarbij de opkoper de mogelijkheid verkrijgt om de voorraad vanuit de winkel te verkopen.

Onderverhuur

Indien echter sprake is van een verbod van onderhuur in de huurovereenkomst, zal een curator daar in beginsel alleen toe mogen overgaan, indien hij of zij daarvoor toestemming heeft van de verhuurder. In een uitspraak van de Hoge Raad van 9 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2067 is bepaald dat een curator jegens een verhuurder aansprakelijk is doordat zij in strijd met de huurovereenkomst een winkelruimte heeft onderverhuurd, waardoor de koper van de winkelvoorraad vanuit die winkel een faillissementsuitverkoop kon houden. De curator ontving hiervoor huurpenningen van de onderhuurder. In plaats van deze huurpenningen af te dragen aan de (hoofd)verhuurder, noteerde zij de huurvordering van de (hoofd)verhuurder over de periode vanaf de faillietverklaring ‘slechts’ als boedelschuld. De verhuurder dient dan af te wachten of er voldoende boedelsaldo wordt gerealiseerd om een uitkering te krijgen op de boedelvordering. In het onderhavige geval bleek dit niet het geval te zijn en stond volgens de Hoge Raad vast, dat er causaal verband bestond tussen de schade van de verhuurder en de door de curator geschonden gedragsnorm (het actief schenden van een bepaling in de huurovereenkomst).

Aansprakelijk

Het wordt in deze uitspraak helaas niet duidelijk of de curator ook aansprakelijk zou zijn geweest, indien zij de door haar ontvangen huurpenningen direct had afgedragen aan de verhuurder. In dat geval had de verhuurder de huurpenningen wel direct ontvangen en was hij (mogelijk) zelfs beter uit geweest, dan wanneer hij moeten wachten en hopen dat er een uitbetaling op zijn boedelvordering uit hoofde van de huurprijs zal plaatsvinden. In dat geval zou er in beginsel geen schade zijn. Deze uitspraak heeft dus enige verwarring geschept en biedt geen eenduidig antwoord op de vraag of een curator aansprakelijk zal zijn indien hij of zij in weerwil met de huurovereenkomst onderverhuurt, maar de huurpenningen wel rechtstreeks afdraagt aan de verhuurder.

Dan toch het volgende. Het belang van de verhuurder zal niet altijd zitten in de huurbetalingen. Door bijvoorbeeld een faillissementsuitverkoop in zijn pand kan een verhuurder ook schade lijden; het doet afbreuk aan de goodwill. Als eigenaar van het pand zit je er niet op te wachten dat er borden met de tekst “faillissementsverkoop” op de ramen worden geplakt. Indien een verhuurder wordt geconfronteerd met een curator die het gehuurde in strijd met de huurovereenkomst wil onderverhuren zal het (zoals nu ook in literatuur wordt bepleit) zinvol zijn om de stelling in te nemen dat de curator inbreuk maakt op het eigendomsrecht door het pand aan een derde te onderverhuren, ongeacht of deze de (onder)huurpenningen afdraagt. Indien de curator hiervan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt, zal niet alleen de faillissementsboedel, maar ook de curator in privé voor de schade aansprakelijk kunnen worden gehouden.

Wilt u meer weten over dit onderwerp, neemt u dan gerust contact met mij op.

Stephanie de Wit

Advocaat/partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

9 februari 2026

De rechten van het kind bij ontruiming van een woning

Op 28 november 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de rol van de rechten van het kind bij een vordering tot ontruiming van een huurwoning. Dit artikel behandelt de aanleiding voor deze vragen, de kernoverwegingen van de Hoge Raad en de gevolgen voor de (rechts)praktijk.

Lees meer

Lees meer over

27 januari 2026

De werking van een omzettingsverklaring bij aanneming van werk

Stel dat een aannemer is ingehuurd voor een aanneming van werk, maar dat bij de uitvoering daarvan een probleem ontstaat. Dit komt helaas vaak voor. Als het vervolgens samen niet lukt om de kwestie op te lossen, is het aan te raden om juridische stappen te overwegen. Hieronder een praktische uitleg en vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

9 december 2025

Overlast door huurders: wat is de rol van de verhuurder?

In dit artikel wordt nader ingegaan op de verantwoordelijkheden van een verhuurder in geval van overlast, de aanpak die hij kan hanteren en de maatregelen die hij kan nemen. Zie ook: vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

26 november 2025

Schadevergoeding na verjaring van eigendom

Na het verstrijken van een verjaringstermijn vervalt een vordering. In het geval van verjaring in eigendomskwesties houdt dit in dat een eigenaar zijn vastgoed niet langer kan opeisen van de bezitter. Het eigendomsrecht gaat in zo’n geval over van de eigenaar op de bezitter. In sommige gevallen is er echter toch nog een mogelijkheid om alsnog aanspraak te maken op het vastgoed. Het schadevergoedingsrecht biedt in die gevallen een oplossing.

Lees meer

Lees meer over

11 november 2025

Kun je in het vastgoed- en huurrecht aanspraak maken op een immateriële schadevergoeding?

De laatste jaren krijgen wij steeds meer vragen over de vergoeding van immateriële schade. Met name expats zijn gewend dat er naast een materiële schadevergoeding ziend op de daadwerkelijk gemaakte kosten, ruimte bestaat voor een vergoeding van minder concrete schade.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen