12 juli 2022

Vastgoedbeheer uit handen geven: een zorg minder of meer?

Door Glenn Kerver

Vastgoedeigenaren met een grotere vastgoedportefeuille kiezen er vaak voor om een beheerder aan te stellen.

Door het vastgoedbeheer uit handen te geven hopen zij minder omkijken naar de verhuurde woning of bedrijfsruimte hebben. Het takenpakket van een beheerder kan sterk verschillen. Zo kan een beheerder bijvoorbeeld verantwoordelijk zijn voor het vinden van nieuwe huurders. Maar ook voor het incasseren van huurpenningen tot het afhandelen van onderhoud en gebreken. Het afbakenen van de taak van een beheerder zijn in de praktijk vaak voer voor discussie. Net zoals het deugdelijk vastleggen van de afspraken. Want wie is waarvoor verantwoordelijk? Ik bespreek hieronder enkele aspecten.

Huur- of beheerovereenkomst?

Dat een huurder en een beheerder twee compleet verschillende (rechts)personen zijn, lijkt voor de hand te liggen. Onduidelijke overeenkomsten zorgen echter voor onduidelijke scheidslijnen en discussie.

Vaste regel is dat de titel van de overeenkomst niet doorslaggevend is voor de kwalificatie van de overeenkomst. In een zaak uit 2019 stond vast dat partijen de tussen hen overeengekomen overeenkomst een “huurovereenkomst woonruimte” hadden genoemd. Ook stond erin dat het de huurder/beheerder Casa Haarlem was toegestaan om de kamers in deze woning onder te verhuren. Casa Haarlem is een makelaardij in onroerende zaken en het beheer daarvan. Op het moment dat de eigenaar de overeenkomst wilde opzeggen, deed Casa Haarlem een beroep op huurbescherming.

De kantonrechter oordeelde dat er een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan, en dat er geen grond voor ontbinding bestond. In hoger beroep kwam het Hof Amsterdam tot een ander oordeel. Van belang was dat partijen hadden vastgelegd dat de overeenkomst eenvoudig moest kunnen worden opgezegd. Hetgeen bij een huurovereenkomst vanwege de huurbescherming geen sinecure is. Verder was duidelijk dat Casa Haarlem in de overeenkomst zowel “huurder” als “beheerder” werd genoemd, beheertaken heeft uitgevoerd en in de overeenkomsten met de onderhuurders zichzelf als “beheerder” bestempelde. Daar stond tegenover dat de eigenaar en Casa Haarlem de tussen hen geldende overeenkomst “huurovereenkomst woonruimte” hadden genoemd, de Algemene bepalingen voor de huur van woonruimte van toepassing hadden verklaard en er expliciet toestemming was gegeven voor onderhuur.

Het belang van duidelijke overeenkomsten

Desalniettemin oordeelde het Hof dat de feitelijke uitvoering van de overeenkomst en de bedoeling van partijen -ondanks de bewoordingen- wezen op een beheerovereenkomst, en niet op een huurovereenkomst.[1] Let wel: als het Hof had geoordeeld dat er wél sprake was geweest van een huurovereenkomst, had de eigenaar deze overeenkomst met Casa Haarlem enkel kunnen beëindigen door een geslaagd beroep op de wettelijke opzeggingsgronden. Vanwege de verregaande huurbescherming had de eigenaar in dat geval een veel minder sterke rechtspositie gehad.

[1] Hof Amsterdam 3 september 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3230, r.o. 3.6 t/m 3.12.

In een vergelijkbare zaak hadden de eigenaar en beheerder/huurder een overeenkomst gesloten met de naam “overeenkomst voor verhuur en huur van geliberaliseerde gemeubileerde en/of gestoffeerde woonruimte”. Ook in deze zaak stond vast dat de beheerder/huurder de woning niet zelf gebruikte, maar kamergewijs verhuurde aan derden. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat sprake was van een beheerovereenkomst, en liet daarbij nadrukkelijk meewegen dat een besloten vennootschap een woning niet eens kán bewonen als huurder.[2] Dergelijke zaken zijn echter geen gelopen race, en het is van groot belang dat de eigenaar de overeenkomst met de beheerder zorgvuldig laat opstellen om een onverwacht beroep op huurbescherming te voorkomen.

Bevoegdheden beheerder

Discussie kan ook ontstaan over mededelingen en/of toestemming vanuit de beheerder. Terwijl de verhuurder hier niet van op de hoogte is. In hoeverre mogen huurders vertrouwen op een dergelijke uitlating, en kan een verhuurder hier vervolgens nog op terugkomen?

In een zaak uit 2012 stond niet ter discussie dat de beheerder bevoegd was om namens de eigenaar huurovereenkomsten te sluiten. Op enig moment had de beheerder vijf woningen verhuurd aan één huurder, die de woningen grootschalig had verbouwd en voor veel meer geld had onderverhuurd aan derden. De beheerder en eigenaar vorderden ontbinding van de huurovereenkomst: de verbouwing en onderverhuur vormden volgens hen toerekenbare tekortkomingen waar geen toestemming voor was verleend. De huurder stelde echter dat de beheerder de indruk had gewekt dat zij toestemming gaf. Dit werd door de beheerder betwist, waarbij zij tevens stelde de huurder er überhaupt niet van uit mocht gaan dat de beheerder bevoegd was om toestemming voor een grootschalige verbouwing te geven.

Volmacht voor het geven van toestemming

Het Hof Amsterdam oordeelde dat in een bepaalde functie ligt besloten dat toereikende volmacht is verleend om overeenkomsten te sluiten, die naar verkeersopvattingen uit die functie voortvloeien. Volgens het Hof past het geven van toestemming voor een ingrijpende woningverbouwing wel degelijk bij een beheerdersfunctie. Dit leidde er voorts toe dat indien de huurder er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat de beheerder bevoegd was om toestemming te verlenen, de beheerder en eigenaar dit niet aan de huurder kunnen tegenwerpen indien hier géén volmacht voor was gegeven (artikel 3:61 lid 2 BW).[3] Nu vast kwam te staan dat de beheerder al dan niet stilzwijgend toestemming had gegeven voor de verbouwing, kon de huurovereenkomst met de huurder niet vanwege de verbouwing opgezegd worden, ook niet nu vaststond dat de eigenaar de beheerder geen volmacht voor het geven van toestemming had verleend.

Dit gold overigens niet voor de onbevoegde onderverhuur. Met toestemming voor onderverhuur wordt de huurder/onderverhuurder feitelijk het recht verleend de woningen te exploiteren. Het Hof oordeelde: “Een dergelijke gang van zaken is zo afwijkend van een normaal beheer van woningen dat een beheerder in beginsel niet kan worden geacht daartoe bevoegd te zijn”.[4] Zelfs al had de beheerder de indruk gewekt dat zij toestemming gaf voor onderverhuur, dan had de huurder er in beginsel niet op mogen vertrouwen dat de eigenaar de beheerder dergelijke bevoegdheden had toevertrouwd.

[2] Rb. Amsterdam 22 november 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:9077, r.o. 4.2 en 4.3.
[3] Hof Amsterdam 30 oktober 2012, 
ECLI:NL:GHAMS:2012:BY6340, r.o. 3.15 t/m 3.19.
[4] Hof Amsterdam 30 oktober 2012, 
ECLI:NL:GHAMS:2012:BY6340, r.o. 3.20.

Conclusie

Beheerconstructies zijn erg gebruikelijk en veel voorkomend. Het is daarom in het belang van alle partijen om de afspraken tussen eigenaar en beheerder goed vast te leggen. Met name voor eigenaren. Dit voorkomt dat het uit handen geven van een bepaalde taak als een boemerang terugkomt. Wilt u uw vastgoedbeheer uit handen geven en heeft u hulp nodig? Heeft u andere vragen over vastgoedbeheer? Neem dan direct contact met ons op.

Glenn Kerver

Advocaat/partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

31 maart 2026

Waarop letten bij de Leegstandwet?

Door de opkomst van thuiswerken, is er minder vraag naar kantoorruimte. Daarnaast zijn er complexen die niet meer voldoen aan de veranderende eisen en de eisen van functieveranderingen.

Lees meer

Lees meer over

26 maart 2026

In verzet tegen een verstekvonnis; waar moet u rekening mee houden?        

Wanneer een gedaagde partij in een gerechtelijke procedure niet bij de rechtbank verschijnt of geen verweer voert, wordt hij door de rechter bij verstek veroordeeld. Een rechter wijst de vordering in dat geval toe indien de juiste termijnen en formaliteiten zijn gevolgd en de vordering niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (art. 139 Rv). Maar wat kunt u als gedaagde nog doen tegen deze uitspraak, en waar moet u rekening mee houden? U leest er meer over in deze blog.

Lees meer

Lees meer over

10 maart 2026

Wijzigingen in Huisvestingsverordening Den Haag: woningsplitsing en hospita-verhuur

De gemeente Den Haag heeft haar regelgeving aangepast met het oog op het creëren van meer woonruimte zonder nieuwbouw, maar mét behoud van de leefbaarheid. Per 1 april 2026 gelden o.a. de volgende wijzigingen in de Huisvestingsverordening Den Haag.

Lees meer

Lees meer over

25 februari 2026

Verjaring erfgrens

Heeft u al langer dan 20 jaar, zonder protest, een stuk grond van de buurman in uw bezit? Mogelijk is de grond door verjaring uw eigendom geworden. Het bezitsvereiste is hierbij doorslaggevend. Maar wat verstaat men precies onder het juridische begrip ‘bezit’? En als u de eigendom van uw stuk grond heeft verloren op grond van verjaring, wat kunt u dan doen?

Lees meer

Lees meer over

9 februari 2026

De rechten van het kind bij ontruiming van een woning

Op 28 november 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de rol van de rechten van het kind bij een vordering tot ontruiming van een huurwoning. Dit artikel behandelt de aanleiding voor deze vragen, de kernoverwegingen van de Hoge Raad en de gevolgen voor de (rechts)praktijk.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen