Wat is conservatoir beslag?
Een conservatoir beslag is een voorlopige maatregel waarbij een schuldeiser, met verlof van de rechter, beslag laat leggen op bijvoorbeeld bankrekeningen, bedrijfsmiddelen of onroerend goed van de schuldenaar. Het doel is te voorkomen dat de schuldenaar vermogensbestanddelen wegsluist in afwachting van de uitkomst van de rechtszaak.
Voordelen en beperkingen van conservatoir beslag
Het belangrijkste voordeel van conservatoir beslag is dat het de verhaalsmogelijkheden van de schuldeiser “bevriest”. Daarmee wordt voorkomen dat de wederpartij vermogen onttrekt aan verhaal. In de praktijk heeft beslag bovendien vaak een grote impact: geblokkeerde rekeningen of niet-verhandelbaar onroerend goed kunnen druk zetten op de wederpartij om tot betaling of een schikking te komen.
Daar staat tegenover dat een beslag niet waterdicht is. Als meerdere schuldeisers beslag leggen op hetzelfde object, moet de opbrengst worden gedeeld (verwatering). En bij faillissement van de schuldenaar vervalt een conservatoir beslag zelfs.
Opheffing van beslag door zekerheidstelling
Voor de beslagene kan opheffing van het beslag noodzakelijk zijn om de bedrijfsvoering voort te zetten. De beslaglegger moet het beslag opheffen als voldoende zekerheid wordt gesteld voor de vordering. Dat kan ook voor de beslaglegger voordelen hebben: een goede zekerheid verwatert niet en blijft buiten een eventueel faillissement van de schuldenaar.
In de praktijk wordt vaak gekozen voor een bankgarantie. De bank verbindt zich dan om aan de beslaglegger uit te betalen zodra aan de voorwaarden van de garantie is voldaan. De schuldenaar zal daarvoor doorgaans bij de bank zekerheid moeten stellen.
Aan welke voorwaarden moet een bankgarantie voldoen?
Een bankgarantie ter vervanging van conservatoir beslag moet in ieder geval:
- zijn afgegeven door een erkende (Nederlandse) bank;
- onvoorwaardelijk en onherroepelijk zijn;
- het volledige beslagbedrag dekken, inclusief rente en (proces)kosten;
- geen onredelijke vervaldatum bevatten.
In de praktijk wordt veelal gebruikgemaakt van het standaardmodel van de Nederlandse Vereniging van Banken (het Rotterdams Garantieformulier). De belangrijkste discussie gaat echter niet over deze formele vereisten, maar over het moment van opeisbaarheid.
Uitbetaling: uitvoerbaar bij voorraad of kracht van gewijsde?
Het standaard NVB-model bepaalt dat de bank pas hoeft uit te betalen wanneer sprake is van een toewijzend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan. Dat betekent dat bij hoger beroep uitbetaling kan worden uitgesteld, soms voor meerdere jaren. In de rechtspraak is lange tijd aangenomen dat zo’n bankgarantie in beginsel voldoende zekerheid vormt voor opheffing van conservatoir beslag.
Voor de beslaglegger is dat echter niet altijd acceptabel. Een conservatoir beslag kan immers al worden geëxecuteerd zodra een vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. In de periode van hoger beroep of cassatie kan het verhaalsrisico toenemen, terwijl betaling uitblijft.
Rechtbank Amsterdam 10 december 2025: duidelijk signaal
In een procedure die GMW advocaten voor haar cliënt heeft gewonnen, heeft de Rechtbank Amsterdam zich expliciet over deze kwestie uitgesproken. De wederpartij had een bankgarantie aangeboden conform het NVB-model, die pas uitkeerbaar was na kracht van gewijsde. De beslaglegger weigerde daarmee akkoord te gaan en eiste een garantie die direct uitkeert bij een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis.
De voorzieningenrechter volgde dat standpunt. Een bankgarantie die pas na kracht van gewijsde kan worden ingeroepen, vormt volgens de rechtbank een verslechtering van de positie van de beslaglegger ten opzichte van het conservatoire beslag dat zij vervangt. Dat beslag kan immers direct na een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis worden geëxecuteerd. Vervangende zekerheid moet de beslaglegger in een vergelijkbare positie brengen. Een andere benadering zou een premie zetten op het traineren van procedures en het aanwenden van rechtsmiddelen om betaling uit te stellen.
De rechtbank achtte bovendien relevant dat betaling in dit geval al langere tijd werd getraineerd. De conclusie was helder: een bankgarantie die niet uitkeert bij een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis vormde hier geen voldoende zekerheid, zodat het beslag niet werd opgeheven.
Conclusie
Conservatoir beslag is een effectief instrument om verhaalszekerheid af te dwingen, maar ook bij opheffing door zekerheidstelling draait het om maatwerk. Niet elke bankgarantie is gelijkwaardig aan beslag. Met name het moment van opeisbaarheid kan beslissend zijn voor de vraag of het beslag moet wijken. De recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam onderstreept dat een standaardbankgarantie niet altijd volstaat.
Contact en advies
GMW advocaten beschikt over ruime ervaring met beslagkwesties en bankgaranties en adviseert zowel beslagleggers als beslagenen over de optimale inrichting van hun verhaalspositie. Heeft u een vraag over dit onderwerp? Neem gerust contact met ons op.