11 maart 2026
De vof, de vennoten en aansprakelijkheid voor vorderingen
Naast de bekende besloten vennootschappen en eenmanszaken wordt er vaak ook ondernomen in een vennootschap onder firma (vof), waarbij er twee of meer vennoten zijn.
Lees meer
24 juli 2024
Onlangs heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Opheffing Verpandingsverboden aangenomen. Deze wet regelt met een kleine aanpassing van art. 3:83 BW dat het niet langer mogelijk is om voor financieringsdoeleinden verpanding van debiteurenvorderingen uit te sluiten.
Het grote voordeel van deze wet is dat vorderingen van bedrijven in veel ruimere mate kunnen worden gebruikt om als onderpand te geven voor financiering. En daarmee zijn financieringsmogelijkheden van bedrijven ook toegenomen.
Met name afnemers/opdrachtgevers die grote hoeveelheden producten van vele leveranciers afnemen, spreken met hun leveranciers graag af dat het de leverancier verboden is diens vordering op de afnemer te verpanden. Denk hierbij aan leveranciers van supermarktketens, maar ook leveranciers aan zorgbedrijven, grote aannemers, overheden, etc. Het voordeel hiervan voor de afnemer, is dat zij niet tegen haar zin met een pandhouder (zoals een bank of factoring-maatschappij) geconfronteerd kunnen worden, wat administratieve lasten scheel, en er voor zorgt dat zij niet – per ongeluk – aan de verkeerde partij kunnen betalen.
Voor financiers is dit echter beperkend. Een financier wenst immers zekerheid dat haar lening wordt terugbetaald. In veel gevallen zijn debiteurenvorderingen het belangrijkste bezit van een onderneming. Als die niet verpand kan worden, is het verkrijgen van financiering nagenoeg onmogelijk. Dit beperkt de ondernemer in zijn mogelijkheden voor investeringen en het runnen van de onderneming.
Het werkt in het algemeen ook zo dat hoe meer waarde een onderneming in zekerheid kan geven aan een financier, hoe ruimer het krediet is. Vaak komt een hogere zekerheidswaarde ook tot uitdrukking in een lagere rente voor het krediet.
Het is duidelijk dat als vorderingen niet kunnen worden verpand of overgedragen omdat een afnemer dat niet wenst, dit de mogelijkheden beperkt voor een leverancier om meer kredietruimte te krijgen van financiers. De afgelopen jaren werden verpandingsverboden steeds vaker in Algemene Voorwaarden opgenomen of in overeenkomsten zelf. Financiers zagen het risico op het waardeloos worden van een verpanding op vorderingen toenemen. Ook de administratieve lasten namen daardoor toe, omdat de ondernemer en de financier bij aanvraag van financiering alle contracten met afnemers en hun algemene voorwaarden moesten nalopen op mogelijke verpandingsverboden.
Met deze nieuwe wet worden alle verpandingsverboden ongeldig. Dit geldt voor alle vorderingen die ontstaan vanaf de inwerkingtreding van de Wet Opheffing Verpandingsverboden, ook als die voortkomen uit bestaande leveringscontracten die nog een verpandingsverbod bevatten. Ondernemersorganisaties MKB-Nederland en VNO-NCW zijn blij met deze wetswijziging, en al hebben aangegeven dat de nieuwe wet zal zorgen voor nodige extra kredietruimte. Met name geeft het leveranciers de mogelijkheid om bij hun bestaande bank de mogelijkheden te verkennen en niet in voorkomende gevallen verplicht te zijn dure financieringsproducten van alternatieve financiers dan banken (denk aan factorbedrijven, crowdfundingsplatforms etc.) aan te gaan.
Een verbod op verpanding of overdracht van vorderingen blijft mogelijk, als deze niet plaatsvindt in het kader van een bedrijfsfinanciering.
Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of bent u benieuwd waar mogelijkheden voor u liggen? Neem contact met ons op!
Dit artikel is geschreven in samenwerking met Christiaan Mensink.