Het schriftelijkheidsvereiste bij aankoop van een woning

31 juli 2024

Het schriftelijkheidsvereiste bij aankoop van een woning

Door Zoë Ris

Wanneer een woning wordt (ver)kocht, dan kan dit mondeling of schriftelijk gebeuren. Als partijen het eens zijn over de zgn. ‘essentialia’ van de koop, zoals de prijs en het object, dan zijn zij in principe aan de koop gebonden. Voor een particuliere koper geldt evenwel een schriftelijkheidsvereiste, dat bepaalt dat de koper pas gebonden is aan de koop als deze schriftelijk is vastgelegd.

In dit artikel ga ik nader in op het schriftelijkheidsvereiste en welke partijen daar (g)een beroep op kunnen doen. Ik sluit af met een interessante recente uitspraak van de rechtbank Den Haag.

Aanbod en aanvaarding

Alvorens in te gaan op het schriftelijkheidsvereiste is het goed om op te merken dat het uitgangspunt is dat een overeenkomst tot stand komt door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW). Wanneer een partij een aanbod doet en de andere partij dit aanvaardt, dan ontstaat er (wils)overeenstemming. Een (mondelinge) overeenkomst is dus ook bindend als deze niet schriftelijk wordt vastgelegd.

Schriftelijkheidsvereiste

Het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW maakt op dit uitgangspunt een uitzondering. Het bepaalt dat wanneer een particuliere koper (iemand die niet handelt vanuit zijn beroep of bedrijf; een consument) zijn woning verkoopt, hij/ zij pas gebonden is aan deze koop als deze ook schriftelijk is vastgelegd. De gedachte hierachter is dat de particuliere koper wordt beschermd tegen ondoordachte aankopen.

Particuliere verkoper

In 2011 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een particuliere verkoper (die dus (ook) niet handelt vanuit zijn bedrijf of beroep), tevens een beroep kan doen op het schriftelijkheidsvereiste wanneer hij zijn woning verkoopt aan een particuliere koper.[1] Bereiken de twee particuliere partijen mondeling overeenstemming over de essentialia van de koop, maar weigert de verkoper om de schriftelijke koopovereenkomst te ondertekenen, dan kan de particuliere koper hem niet (in rechte) dwingen de koop na te komen.

Professionele (ver)koper

De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak expliciet overwogen dat de bescherming van het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW enkel is bedoeld ter bescherming van de consument (particulieren). Een professionele koper of verkoper, die handelt vanuit zijn beroep of bedrijf, kan hier geen beroep op doen. Zij zijn gewoon aan een mondelinge koopovereenkomst gebonden.

Particuliere verkoper – professionele koper

Het Hof Amsterdam heeft voorts in 2020 geoordeeld dat uit de wetsgeschiedenis van artikel 7:2 BW volgt dat de wetgever niet heeft bedoeld om de particuliere verkoper te beschermen als hij zijn woning verkoopt aan een professionele partij.[2] Een particuliere verkoper wordt namelijk geacht voldoende tijd en gelegenheid te hebben om zich te laten voorlichten over de voorgenomen verkoop, zodat hij geen aanvullende bescherming behoeft. Een particuliere verkoper kan dus ook aan een mondelinge koop worden gehouden, wanneer hij handelt met een professional.

Uitspraak Rb. Den Haag 2 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:9125

In een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag dit arrest van het hof genuanceerd. De rechtbank oordeelde namelijk dat een particuliere verkoper pas aan een mondelinge koopovereenkomst gebonden is, als het voor hem of haar duidelijk is dat hij met een professionele koper te maken heeft of de koop schriftelijk is vastgelegd.

Waar ging de zaak om? De zaak betrof een broer en zus die samen een woning hadden geërfd. De broer had mede namens de zus met twee (professionele) partijen (twee VOF’s) onderhandeld over een eventuele verkoop. Met de ene VOF werd geen definitieve overeenstemming bereikt, met de andere VOF wel. Er waren afspraken gemaakt met de tweede VOF die in een schriftelijke koopovereenkomst waren vastgelegd, en de woning zou enkele weken later worden geleverd.

De maten vennoten van de eerste VOF waren het hier niet mee eens. Zij meenden dat de broer eerst met hen een mondelinge koopovereenkomst had gesloten en de verkopers daaraan gebonden waren. Zij legden beslag op de woning en vorderden nakoming van de mondelinge koopovereenkomst. In kort geding vorderde ik namens de verkopers opheffing van dit beslag. De voorzieningenrechter oordeelde in het voordeel van de verkopers, en overwoog:

‘’(…) [De verkoper heeft] immers terecht naar voren gebracht, dat voor [de verkoper] niet voldoende duidelijk was dat hij van doen had met een zakelijke koper. Slechts ingeval dat voor [de verkoper] glashelder was, kan een mondelinge overeenstemming hem als particuliere verkoper worden tegengeworpen. (…) Niet is gesteld of gebleken dat [de maten]  tijdens de bezichtiging of erna, op het kantoor, expliciet aan [de verkoper] hebben gemeld. Ook niet is gebleken dat [de verkoper] onder de gegeven omstandigheden zonder meer had moeten begrijpen dat [de maten] namens een VOF optraden. (…) Het had op de weg van [de maten], als professionele vastgoedhandelaren, gelegen om aan [de verkoper] vooraf expliciet kenbaar te maken dat zij als professionele kopers optraden en dat als [de verkoper] het bod zou aanvaarden, hij daaraan direct gebonden zou zijn.’’

Conclusie

Een (koop)overeenkomst kan mondeling of schriftelijk tot stand komen. Het schriftelijkheidsvereiste bepaalt in afwijking hiervan dat een particuliere koper slechts gebonden is aan een koop, als deze schriftelijk is vastgelegd. Voor een particuliere verkoper geldt vereiste enkel wanneer hij handelt met een particuliere koper. Uit voorgaande uitspraak van de rechtbank Den Haag blijkt echter dat een particuliere verkoper die met een professionele koper handelt pas aan de koop gebonden is als voor hem duidelijk was dat hij handelde met een professional, of als de koop schriftelijk is vastgelegd.

Meer informatie

Bent u of heeft u te maken met een particuliere verkoper en wilt u meer weten over het schriftelijkheidsvereiste? Neem dan contact met ons op.

[1] HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU7412.
[2] Hof Amsterdam 20 oktober 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2757.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

9 februari 2026

De rechten van het kind bij ontruiming van een woning

Op 28 november 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de rol van de rechten van het kind bij een vordering tot ontruiming van een huurwoning. Dit artikel behandelt de aanleiding voor deze vragen, de kernoverwegingen van de Hoge Raad en de gevolgen voor de (rechts)praktijk.

Lees meer

Lees meer over

27 januari 2026

De werking van een omzettingsverklaring bij aanneming van werk

Stel dat een aannemer is ingehuurd voor een aanneming van werk, maar dat bij de uitvoering daarvan een probleem ontstaat. Dit komt helaas vaak voor. Als het vervolgens samen niet lukt om de kwestie op te lossen, is het aan te raden om juridische stappen te overwegen. Hieronder een praktische uitleg en vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

20 januari 2026

De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag

Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?

Lees meer

Lees meer over

9 december 2025

Overlast door huurders: wat is de rol van de verhuurder?

In dit artikel wordt nader ingegaan op de verantwoordelijkheden van een verhuurder in geval van overlast, de aanpak die hij kan hanteren en de maatregelen die hij kan nemen. Zie ook: vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

26 november 2025

Schadevergoeding na verjaring van eigendom

Na het verstrijken van een verjaringstermijn vervalt een vordering. In het geval van verjaring in eigendomskwesties houdt dit in dat een eigenaar zijn vastgoed niet langer kan opeisen van de bezitter. Het eigendomsrecht gaat in zo’n geval over van de eigenaar op de bezitter. In sommige gevallen is er echter toch nog een mogelijkheid om alsnog aanspraak te maken op het vastgoed. Het schadevergoedingsrecht biedt in die gevallen een oplossing.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen