Het doel van verzet
Verzet is een rechtsmiddel dat openstaat voor de gedaagde die bij verstek is veroordeeld.[1] Het belangrijkste doel van verzet is om de veroordeelde partij in de gelegenheid te stellen alsnog verweer tegen de vorderingen te voeren, waardoor het recht op hoor en wederhoor wordt gewaarborgd. Het is immers mogelijk dat een gedaagde buiten zijn schuld om niet in rechte is verschenen, bijvoorbeeld door verblijf in het buitenland of een gewijzigde woonsituatie.
Alleen de gedaagde die niet in de procedure is verschenen en bij verstek is veroordeeld, kan in verzet gaan tegen het verstekvonnis.
Termijn voor verzet
De gedaagde die bij verstek is veroordeeld, kan krachtens 143 lid 2 Rv binnen vier weken in verzet komen als hij in Nederland woont of verblijft, en binnen acht weken als hij in het buitenland woonachtig is. De verzettermijn begint in ieder geval te lopen daags na betekening van het verstekvonnis aan de veroordeelde in persoon. Wanneer er succesvol in persoon is betekend biedt dit de meeste rechtszekerheid. De verzettermijn vangt daarnaast aan nadat de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis is voltooid (bijvoorbeeld na een executoriaal beslag).
Ten slotte begint de termijn eveneens nadat er sprake is van een zogeheten daad van bekendheid. Deze daad van bekendheid vereist dat de veroordeelde zelf een handeling verricht waaruit ondubbelzinnig blijkt dat hij voldoende op de hoogte is van de hoofdinhoud van het vonnis om zich daartegen te kunnen verzetten. Uit de rechtspraak volgt dat uit de handeling moet blijken dat de veroordeelde over voldoende gegevens beschikt met betrekking tot (de inhoud van) zijn veroordeling om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten. Het is niet vereist dat de volledige tekst van het vonnis aan de veroordeelde is meegedeeld, maar wel dat hij voldoende op de hoogte is van de strekking en de gevolgen van het vonnis. Wanneer u te laat verzet instelt, kan de rechter het verzet in beginsel niet-ontvankelijk verklaren. Er zijn uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld als het toepassen van de verzettermijn in strijd zou komen met uw recht op toegang tot de rechter (artikel 6 EVRM), maar dit komt slechts in uitzonderlijke situaties voor. Zodra de termijn is verstreken, wordt het verstekvonnis onherroepelijk.
Hoe gaat u in verzet?
Of het noodzakelijk is om een advocaat in te schakelen voor het opstellen van verzetdagvaarding, hangt af van welke rechter het verstekvonnis heeft gewezen (kanton of civiele kamer). Bij het kantongerecht is procesvertegenwoordiging niet verplicht, maar het is altijd sterk aan te raden om een advocaat in te schakelen zodra u bekend raakt met een verstekvonnis. Vanwege de korte termijnen is daarbij enige haast geboden.
Een advocaat kan u helpen bij het opstellen van de verzetdagvaarding (artikel 143 lid Rv), die aan de wettelijke eisen voldoet. Wanneer de dagvaarding niet aan deze eisen voldoet, loopt u het risico dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard. Door verzet in te stellen, wordt de procedure heropend en voortgezet bij dezelfde instantie. In de meeste gevallen wordt er na het indienen van de verzetdagvaarding bij de rechtbank een mondelinge behandeling ingepland, waarbij de rechter de zaak inhoudelijk opnieuw zal behandelen.
Conclusie
Wanneer u bekend raakt met een verstekvonnis, is het van belang om zo snel mogelijk actie te ondernemen. Het is raadzaam om u juridisch bij te laten staan. Neem gerust contact op met mij of een van de andere vastgoedrecht specialisten van GMW advocaten indien u vragen heeft.
[1] Zie artikel 143 tot en met 148 Rv.