17 mei 2022

De schrijnende nabestaandenpensioenregeling

Door Prof. Hans van Meerten

Is uw pensioenregeling in orde? Heeft u alles goed geregeld? Ook bij ziekte of overlijden? Heeft u überhaupt een nabestaandenpensioenregeling?

De kans is groot dat u de antwoorden op voorgaande vragen niet direct weet. Toch loont het om dit uit te zoeken zodat in geval van ziekte of in het ergste geval van overlijden u uw zaken op orde heeft. Als advocaat op het gebied van pensioenrecht, financieel recht en EU-recht kom ik geregeld zaken tegen waarbij cliënten er helaas te laat achter komen dat de zaken toch niet zodanig goed zijn geregeld als men in eerste instantie dacht.

Onlangs sprak ik een relatie; laten we hem voor het gemak Jan-Willem noemen. Jan-Willem was onverwachts getroffen door een zeer ernstige ziekte. Hij had een vrouw en kinderen en zijn kans op overleven was minder dan 1%. Hoe moest het verder?

Pensioenregeling bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds

Met een overlevingskans van minder dan 1% en een gezin besloot Jan-Willem zich snel in de pensioenregeling die hij bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) had te verdiepen. Hij was immers ambtenaar en daarmee dus verplicht deelnemer in dat fonds. Ook Jan-Willem dacht daarmee zijn zaakjes goed geregeld te hebben, want de pensioenregelingen bij het ABP voorzien in een nabestaandenpensioen. Hij ging er daarom vanuit dat zijn gezin na zijn overlijden niet in de financiële problemen zou komen.  Een erg normale gedachte, waarvan je zou denken dat dit in de praktijk ook daadwerkelijk zo werkt. Right?

Wrong!

Het nabestaandenpensioen op risicobasis

Oorspronkelijk was het pensioen juist ook hiervoor bedoeld! Maar het nabestaandenpensioen bij ABP bleek op zogenaamde ‘risicobasis’ te zijn waarbij Jan-Willem ook nog eens de keuze had om dit te ruilen voor een iets hoger pensioen voor zichzelf. Jan-Willem schijnt dit te hebben gedaan toen hij 22 jaar was. Nu, heel wat jaren later, wist hij hier niets meer van. Toen hij bekeek waar zijn gezin, na zijn overlijden, recht op zou hebben schrok Jan-Willem zich, wederom, een ongeluk: €6,00- euro per maand. Ja, u leest het goed. Na zijn overlijden zou zijn gezin niet meer dan 6 zes luttele euro’s per maand ontvangen.

De Gezondheidsverklaring

Jan-Willem kon overigens nergens meer een afzonderlijke verzekering afsluiten. Hij werd overal geweigerd wegens een ‘te groot overlijdensrisico’. Schrijnend! Dit is onder omstandigheden overigens nu wel mogelijk. Maar daar was Jan-Willem toendertijd niet mee geholpen, want dit is pas 10 jaar na de laatste ‘gezondheidsverklaring’ mogelijk.

Hoe verder?

Ik heb Jan-Willem toen aangeraden het pensioen bij ABP zo snel mogelijk weg te halen en onder te brengen bij een andere entiteit die wel een fatsoenlijke nabestaandenpensioenregeling kent. Na enig onderzoek bleek dit probleem enorm groot: miljoenen mensen hebben geen nabestaandenpensioen en hebben hier zelf geen weet van.

In het nieuwe pensioenakkoord wordt al het nabestaandenpensioen trouwens op risicobasis. Verlaat u het pensioenfonds, dan vervalt uw opgebouwde pensioen in de grote pot. Uw nabestaanden hebben dan het nakijken.

Mijn advies

Mijn advies is daarom om u goed in uw eigen nabestaandenpensioenregeling te verdiepen. Komt u er niet uit of weet u niet waar te beginnen? Wij kunnen u daarbij helpen. Neem hier contact met ons op. De kans dat u wat overkomt is wellicht klein, maar mocht het toch gebeuren dan kunt u maar beter een goede regeling hebben en uw zaakjes op orde hebben.

Met Jan-Willem gaat het nu gelukkig, ondanks de 1% overlevingskans, uitstekend!

Deze weblog is geschreven in nauwe samenwerking met Tatjana Maul, marketing manager GMW.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

15 januari 2026

Mededelingsplicht bij sollicitaties

Het is essentieel dat zowel werkgevers als werknemers open en eerlijk communiceren over belangrijke zaken die de werkrelatie kunnen beïnvloeden. Uit een recente uitspraak blijkt dat die openheid al bij aanvang van de arbeidsovereenkomst wordt verwacht

Lees meer

Lees meer over

7 januari 2026

Werkt een werknemer niet mee aan re-integratie? Wat kan de werkgever doen?

Wanneer een werknemer (langdurig) ziek is, is re-integratie een gezamenlijke verplichting van zowel werknemer als werkgever. Maar wat als de werknemer weigert mee te werken aan dit proces? Wat mag u doen volgens de wet? Welke stappen zijn vereist?

Lees meer

Lees meer over

21 december 2025

Werkgever, mag ik overstappen naar de concurrent?

Veel werkgevers nemen in hun arbeidsovereenkomst een concurrentie- en/of relatiebeding op. Als een werknemer aan de slag wil bij een klant of een concurrent van de werkgever en de werkgever staat dit niet toe, dan kan een werknemer zich genoodzaakt zien zich tot de rechter te wenden. Zo ook in de zaak van de kantonrechter Zeeland West-Brabant in mei 2025.

Lees meer

Lees meer over

16 december 2025

Ontbinding met een prijskaartje van €350.000

Sinds de invoering van de WWZ wordt er veel geprocedeerd over de toekenning van een billijke vergoeding. Volgens de wet kan de rechter die toekennen als de arbeidsovereenkomst eindigt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever. Hoewel rechters doorgaans terughoudend zijn in de toekenning van (hoge) billijke vergoedingen, hebben we in de zaak van de kantonrechter Amsterdam eind juni 2025 een uitschieter te pakken.

Lees meer

Lees meer over

25 november 2025

Vervanger gevonden, werk verloren

Wanneer een werknemer langdurig ziek is, zal de werkgever wellicht moeten nadenken over een vervanger om de werkzaamheden voort te kunnen zetten. Het probleem dat zich hierbij kan voordoen, is dat de zieke werknemer, zodra hij (al dan niet gedeeltelijk) hersteld is, niet meer wordt toegelaten tot zijn eigen werk. Dit is in strijd met de wet.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen