Ontruiming bedrijfsruimte vanwege huurachterstanden

16 mei 2024

Ontruiming bedrijfsruimte vanwege huurachterstanden

Door Glenn Kerver

Op grond van artikel 7:212 BW en de huurovereenkomst is een huurder verplicht de huurpenningen volledig en op tijd te betalen. Het niet (tijdig) voldoen van de huurpenningen kwalificeert als een tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst kan rechtvaardigen.

In de praktijk

Als vuistregel wordt een huurachterstand van drie maanden gehanteerd, maar in de praktijk is een en ander sterk afhankelijk van alle omstandigheden, zoals eventuele eerdere betalingsproblemen, onderlinge afspraken, en het toekomstperspectief.

Een betaling van de achterstand maakt de tekortkoming in het verleden niet ongedaan (HR 11 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4925, r.o. 3.4, Schwarz/Gnjatovic). Desondanks zal een rechter bij een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en/of ontruiming van het gehuurde de actuele huurachterstand voorafgaand aan de zitting meewegen. Met andere woorden: indien een huurder vlak voor de zitting betaalt, bestaat er altijd het risico dat de vorderingen van verhuurder worden afgewezen.

Kort geding

Een bodemprocedure zal inclusief hoger beroep jaren in beslag nemen; reden voor veel verhuurders om vooruitlopend op de bodemprocedure in kort geding ontruiming van het gehuurde te vorderen. Een behandeling in kort geding kan immers binnen enkele weken plaatsvinden. Hoewel de huurovereenkomst na een ontruiming niet is ontbonden, ziet de huurder in de praktijk vaak af van verdere procedures.

Om succesvol te zijn in kort geding zal een verhuurder moeten aantonen dat het aannemelijk is dat een ontbindingsvordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen.

Spoedeisend belang

Een zeer belangrijk vereiste daarbij is het zogeheten spoedeisend belang. Een verhuurder lijdt schade zolang hij het gehuurde niet aan een wél correct betalende huurder kan verhuren. Een forse huurachterstand leidt volgens vaste jurisprudentie tot een spoedeisend belang aan de zijde van verhuurder (Hof Den Bosch 1 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3605, r.o. 3.5).

In de praktijk toetst de ene voorzieningenrechter echter strenger aan het vereiste van een spoedeisend belang dan de andere voorzieningenrechter. Zeker wanneer de huurder gedurende de procedure (een deel van) de huurachterstand inloopt, is het spoedeisend belang niet altijd gegeven. Bovendien kan een voorzieningenrechter oordelen dat er wél sprake is van een spoedeisend belang bij de ontruiming, maar niet bij de vordering tot betaling van de huurachterstand. Hierdoor moet een verhuurder alsnog een bodemprocedure starten om betaling van de huurachterstand af te dwingen.

Recente zaak

In een recente zaak van mijn kantoor had de huurder een huurachterstand van 7 maanden doen ontstaan; voldoende voor ontruiming in kort geding. Mijn cliënt had tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij geruime tijd naar een passende oplossing had gezocht, maar dat de huurder en hij er simpelweg niet uit waren gekomen. De voorzieningenrechter wees de gevorderde ontruiming toe, maar oordeelde dat er geen spoedeisend belang ten aanzien van de geldvordering (huurachterstand) bestond, nu cliënt enkele maanden voor de zitting nog bereid was geweest met gesloten beurzen uit elkaar te gaan. Ietwat krom dat zijn bereidwilligheid hem nu werd tegengeworpen, zeker nu de vordering zelf niet werd betwist.

In hoger beroep werd de vordering tot betaling wél toegewezen. Het Hof oordeelde dat de verhuurder vanwege de financiële problemen die de huurder naar eigen zeggen had, er belang bij had om zo snel mogelijk over een executoriale titel te kunnen beschikken. Daarom werden zowel de vordering tot betaling van de huurachterstand als de voldoening van de contractuele boetes en rente in kort geding toegewezen.

Conclusie

Deze uitspraken illustreren dat het vereiste van spoedeisendheid door voorzieningenrechters verschillend kan worden toegepast. Daardoor is het van groot belang om vooraf goed na te gaan welke procedure in uw geval het meest efficiënt kan zijn. Wij adviseren u graag over de juiste strategie.

Meer informatie

Heeft u vragen over ontruiming vanwege huurachterstanden of heeft u een ander probleem met uw huurder? Neem gerust contact met mij op.

Glenn Kerver

Advocaat/partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

26 juni 2026

Overlast door huurders: wat kan een woningcorporatie doen?

Het komt regelmatig voor dat een huurder van een woning overlast veroorzaakt, zoals geluidsoverlast door harde muziek of luid geschreeuw, of geuroverlast door een vervuilde woning of tuin. Het is dan van groot belang dat een verhuurder adequaat reageert op meldingen van de overlast, vooral wanneer het een woningcorporatie betreft die tevens verhuurder is van de getroffen buren.

Lees meer

Lees meer over

19 mei 2026

De diplomatenclausule

Het komt vaak voor dat particulieren die tijdelijk door hun werk worden uitgezonden naar het buitenland, hun woning tijdelijk willen verhuren.

Lees meer

Lees meer over

31 maart 2026

Waarop letten bij de Leegstandwet?

Door de opkomst van thuiswerken, is er minder vraag naar kantoorruimte. Daarnaast zijn er complexen die niet meer voldoen aan de veranderende eisen en de eisen van functieveranderingen.

Lees meer

Lees meer over

10 maart 2026

Wijzigingen in Huisvestingsverordening Den Haag: woningsplitsing en hospita-verhuur

De gemeente Den Haag heeft haar regelgeving aangepast met het oog op het creëren van meer woonruimte zonder nieuwbouw, maar mét behoud van de leefbaarheid.

Lees meer

Lees meer over

9 februari 2026

De rechten van het kind bij ontruiming van een woning

Op 28 november 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de rol van de rechten van het kind bij een vordering tot ontruiming van een huurwoning. Dit artikel behandelt de aanleiding voor deze vragen, de kernoverwegingen van de Hoge Raad en de gevolgen voor de (rechts)praktijk.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen