27 november 2010

Opschorting huurbetalingen gerechtvaardigd bij gebrek bedrijfsruimte?

Door Glenn Kerver

Het Hof van Leeuwarden het op 29 juni 2010 uitgemaakt dat het volledig opschorten van de betaling van de huurpenningen hoogst zelden gerechtvaardigd is, omdat er dan sprake moet zijn van geen of vrijwel geen huurgenot (LJN BN0797).

De huurder heeft een winkel gehuurd van de verhuurder. In die winkel was sprake van een gebrek die bestond uit een lekkage. De verhuurder heeft in juni 2008 getracht de lekkage te verhelpen. Later bleek dat de lekkage niet goed verholpen was. Daarop heeft de huurder de betaling van de huurpenningen volledig opgeschort. Het hof oordeelt daarover dat de lekkage de huurder niet ontheft van zijn verplichting om de huur te betalen. De algemene bepalingen die deel uitmaken van de huurovereenkomst tussen partijen sluiten opschorting uit. Dat is ook mogelijk, omdat de artikelen in het BW waarin de opschortingsrechten geregeld zijn (artikel 6:52 en 6:262 BW), van regelend recht zijn. De verhuurder beroept zich er in de procedure op dat de huurder heeft nagelaten om de verhuurder er schriftelijk van op de hoogte te stellen dat er niet deugdelijk hersteld was. Het Hof geeft de verhuurder hierin gelijk, maar stelt tegelijkertijd vast dat de verhuurder via een krantenartikel waaruit blijkt van nieuwe grote wateroverlast er wel van op de hoogte had kunnen zijn dat het gebrek niet was verholpen. Het Hof ziet daarin aanleiding om de huurprijs vast te stellen op 50% van de oorspronkelijk overeengekomen prijs. Daarnaast had verhuurder bij het aangaan van de huurovereenkomst aan huurder toegezegd een rot kozijn te vervangen. Aangezien de verhuurder dat tijdens de behandeling van de zaak nog steeds niet had gedaan, verlaagt het Hof de huurprijs met nog eens 10%, tot het moment dat het kozijn vervangen is. Het Hof overweegt voorts dat dat huurder als gevolg van het volledig opschorten van de huurpenningen een contractuele boete verbeurt. Deze boete wordt door het Hof evenwel gematigd tot het niveau van de wettelijke handelsrente. De uitkomst in deze zaak is derhalve dat de huurder alsnog de verlaagde huurprijs dient te betalen alsmede de boete. Het komt in de praktijk regelmatig voor dat huurders die met gebreken geconfronteerd worden de betaling van de huurpenningen volledig opschorten. Dat mag eigenlijk nooit, behalve als er sprake is van geen of vrijwel geen huurgenot. Het deel van de huurpenningen dat wordt ingehouden door een huurder dient in redelijke verhouding te staan tot de omvang en de gevolgen van het gebrek. Als een huurder daar geen rekening mee houdt, kan hij geconfronteerd worden met een contractuele boete. Deze boete wordt door de rechter niet in alle gevallen gematigd.

Glenn Kerver

Advocaat/partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

9 februari 2026

De rechten van het kind bij ontruiming van een woning

Op 28 november 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de rol van de rechten van het kind bij een vordering tot ontruiming van een huurwoning. Dit artikel behandelt de aanleiding voor deze vragen, de kernoverwegingen van de Hoge Raad en de gevolgen voor de (rechts)praktijk.

Lees meer

Lees meer over

27 januari 2026

De werking van een omzettingsverklaring bij aanneming van werk

Stel dat een aannemer is ingehuurd voor een aanneming van werk, maar dat bij de uitvoering daarvan een probleem ontstaat. Dit komt helaas vaak voor. Als het vervolgens samen niet lukt om de kwestie op te lossen, is het aan te raden om juridische stappen te overwegen. Hieronder een praktische uitleg en vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

9 december 2025

Overlast door huurders: wat is de rol van de verhuurder?

In dit artikel wordt nader ingegaan op de verantwoordelijkheden van een verhuurder in geval van overlast, de aanpak die hij kan hanteren en de maatregelen die hij kan nemen. Zie ook: vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

26 november 2025

Schadevergoeding na verjaring van eigendom

Na het verstrijken van een verjaringstermijn vervalt een vordering. In het geval van verjaring in eigendomskwesties houdt dit in dat een eigenaar zijn vastgoed niet langer kan opeisen van de bezitter. Het eigendomsrecht gaat in zo’n geval over van de eigenaar op de bezitter. In sommige gevallen is er echter toch nog een mogelijkheid om alsnog aanspraak te maken op het vastgoed. Het schadevergoedingsrecht biedt in die gevallen een oplossing.

Lees meer

Lees meer over

11 november 2025

Kun je in het vastgoed- en huurrecht aanspraak maken op een immateriële schadevergoeding?

De laatste jaren krijgen wij steeds meer vragen over de vergoeding van immateriële schade. Met name expats zijn gewend dat er naast een materiële schadevergoeding ziend op de daadwerkelijk gemaakte kosten, ruimte bestaat voor een vergoeding van minder concrete schade.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen