Tijdelijke verhuur van woonruimte

5 november 2024

Tijdelijke verhuur van woonruimte

Door Glenn Kerver

Sinds 1 juli 2024 is de Wet vaste huurcontracten van kracht. Waar het voorheen mogelijk was om met iedere huurder een tijdelijke huurovereenkomst aan te gaan, is het uitgangspunt per 1 juli 2024 dat een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangegaan, met alle gevolgen van dien. Er bestaat echter nog een aantal uitzonderingen. In dit artikel worden de belangrijkste uitzonderingen aangestipt.

Huurovereenkomst naar zijn aard van korte duur

Bij een huurovereenkomst die naar zijn aard van korte duur is, heeft de huurder geen huurbescherming. Een dergelijk contract is slechts bij uitzondering toegestaan. Het gaat bijvoorbeeld om wisselwoningen die slechts kort worden gehuurd als de eigen woning gesloopt of gerenoveerd wordt, of recreatiewoningen die aan vakantiegangers worden verhuurd. Voor zowel de verhuurder als de huurder moet duidelijk zijn dat de huur van korte duur is.

Leegstandswet

Een woning kan op basis van de Leegstandwet worden verhuurd als aan specifieke vereisten wordt voldaan. Bij dergelijke huurovereenkomsten heeft de huurder geen huurbescherming bij het beëindigen van de huurovereenkomst. Wel moet de verhuurder een opzegtermijn van ten minste drie maanden in acht nemen. Daarnaast moet de verhuurder een vergunning bij de gemeente aanvragen om de woonruimte te mogen verhuren op basis van de Leegstandwet. De vergunning geldt doorgaans voor maximaal twee jaar en kan in principe worden verlengd met termijnen van één jaar, tot maximaal vijf jaar.

Specifieke groepen

In het Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomsten[1] zijn acht categorieën huurders opgesomd waarmee tijdelijke huurovereenkomsten kunnen worden gesloten. Het betreft de volgende groepen:

  1. Buitenlandse studenten of studenten die tijdelijk in een andere gemeente binnen Nederland willen wonen;
  2. Huurders die vanwege een renovatie tijdelijk hun woning moeten verlaten;
  3. Huurders uit een maatschappelijke opvang of personen in een sociale noodsituatie met een aantoonbaar urgente huisvestingsbehoefte;
  4. Huurders met wie de verhuurder een tweede-kans-huurovereenkomst aangaat;
  5. Nabestaanden van een overleden huurder;
  6. Huurders met minderjarige kinderen die na het eindigen van de relatie in de nabijheid van hun kinderen willen blijven wonen;
  7. Huurders die voor hun werk tijdelijk op de Waddeneilanden willen wonen;
  8. Huurders met een verblijfsvergunning die voorafgaand aan de huurovereenkomst in een opvangcentrum van het COA verbleven, in afwachting van definitieve huisvesting.

Met deze specifieke groepen kan een tijdelijke huurovereenkomst voor maximaal twee jaar worden gesloten. Het sluiten van een tijdelijke huurovereenkomst met een huurder buiten de genoemde categorieën is niet mogelijk. In dat geval is sprake van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, wat het beëindigen van de huurovereenkomst voor de verhuurder erg lastig maakt

[1] https://wetten.overheid.nl/BWBR0049798/2024-07-01

Doelgroepencontract

Strikt genomen is in deze gevallen sprake van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Echter, de wet biedt aan verhuurders de mogelijkheid om de huurovereenkomst onder bepaalde voorwaarden eenvoudig(er) op te zeggen, zodat de woning opnieuw kan worden verhuurd aan dezelfde specifieke doelgroep (gehandicapten, ouderen, jongeren, studenten, promovendi en grote gezinnen).

Conclusie

Hoewel het uitgangspunt per 1 juli 2024 is dat huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd worden aangegaan, bestaan er nog diverse mogelijkheden om tijdelijke huurovereenkomsten aan te gaan. Iedere uitzondering heeft zijn eigen wettelijke vereisten. Het is daarom belangrijk om voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst advies in te winnen en de juiste bepalingen in de huurovereenkomst op te nemen. Ook doen verhuurders er goed aan om alle relevante documentatie en bewijsmiddelen zorgvuldig te verzamelen als een tijdelijke huurovereenkomst wordt aangegaan.

Meer informatie

Heeft u nog vragen over dit artikel? Of heeft u advies nodig in een soortgelijke kwestie? Neem dan gerust contact met ons op.

Glenn Kerver

Advocaat/partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

29 september 2026

Contractuele medehuur: wat houdt het in en welke gevolgen heeft het?

Wanneer twee of meer personen gezamenlijk een huurovereenkomst aangaan, is sprake van contractuele medehuur. Beide medehuurders staan dan op het contract en zijn ieder partij bij de huurovereenkomst. In dit artikel ga ik nader in op contractuele medehuur en wat dit betekent voor de huurders en verhuurder.

Lees meer

Lees meer over

26 september 2026

Contractuele medehuur en de scheidingsregel: een vervolg

In een eerder artikel schreef ik reeds over de uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021, waarin werd geoordeeld dat contractuele medehuurders een beroep kunnen doen op de scheidingsregel van artikel 7:267 lid 7 BW.

Lees meer

Lees meer over

1 september 2026

Wet Modernisering Servicekosten per 1 januari 2027: wat betekent dit voor u?

Per 1 januari 2027 treedt de Wet Modernisering Servicekosten in werking. Deze wet is relevant voor iedereen die te maken heeft met servicekosten in huurrelaties, zoals verhuurders, huurders, beheerders en adviseurs.

Lees meer

Lees meer over

18 augustus 2026

Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik

Voor een succesvol beroep op de opzeggingsgrond dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1 sub b BW) moet de verhuurder voldoende aannemelijk maken dat hij de wil heeft tot het dringend persoonlijk en duurzaam in gebruik nemen van het gehuurde.

Lees meer

Lees meer over

20 juli 2026

Een mondelinge huurovereenkomst; mag dat?

Als een verhuurder en huurder overeenstemming bereiken over de huur van een pand, dan wordt daarna doorgaans een schriftelijke huurovereenkomst opgesteld. Daarmee is voor de verhuurder en voor de huurder in de toekomst duidelijk welke afspraken tussen hen gelden.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen