Scheiden in het buitenland
Scheiden in het buitenland

Partneralimentatie niet (direct) bestemd voor kinderen

Man en vrouw zijn tweemaal in het huwelijksbootje gestapt. Hun eerste huwelijk duurde van 1983 tot 1990 en hun tweede huwelijk van 1998 tot 2006. Bij de tweede echtscheiding in 2006 spraken zij in het echtscheidingsconvenant af geen partneralimentatie aan elkaar verschuldigd te zullen zijn. In plaats daarvan ontving de vrouw van de man een afkoopsom van ruim € 90.000,–. Omdat de vrouw dat er in relatief korte tijd door heen joeg, verzocht zij de rechtbank in 2014 deze afspraak te wijzigen en verzocht zij alsnog om een partneralimentatie van € 1.000,– per maand. Zij kreeg nul op rekest, omdat de rechtbank – kort gezegd – had vastgesteld dat de vrouw geen behoefte had aan een bijdrage van de man in de kosten van haar levensonderhoud.

Hof ‘s-Hertogenbosch

De vrouw ging in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank en stelde dat de rechtbank ten onrechte had overwogen dat zij over een aanzienlijk vermogen beschikte waarop zij diende in te teren. Zij stelde namelijk dat zij dit geld aan de vier kinderen van partijen had besteed. Drie kinderen hadden reeds elk € 20.000,– van haar gekregen en voor hun vierde kind had zij tevens een bedrag van € 20.000,– in petto. Volgens de vrouw had zij de rest van haar vermogen moeten aanspreken in verband met noodzakelijke uitgaven. Tijdens de zitting liet zij bovendien weten het onrechtvaardig te vinden dat de staat voorzag in haar behoefte, omdat zij een Ziektewetuitkering ontving. Deze uitkering gaf haar overigens voldoende middelen van bestaan, aldus de vrouw. Ten slotte liet zij weten de partneralimentatie te willen gebruiken om leuke dingen te doen met haar kinderen. Het hof overwoog dat tussen partijen vaststond dat aan de vrouw een vermogen van tenminste € 90.000,– was uitgekeerd. Ook bleek volgens het hof dat zij inderdaad haar drie kinderen een bedrag van € 20.000,– had overgemaakt. Het hof was evenwel van oordeel dat niet bleek dat het hier daadwerkelijk om schenkingen ging en daarnaast bleek niet dat de vrouw geen vermogen meer had. Voorts oordeelde het hof dat van de vrouw verwacht mocht worden dat zij verantwoordelijk met haar kapitaal diende om te gaan. Het hof overwoog dat de vrouw nog steeds beschikte over een aanzienlijk vermogen en dat in redelijkheid van de vrouw gevergd kon worden dat zij inteerde op haar vermogen teneinde in haar (eventueel) resterende behoefte te voorzien. Ten slotte overwoog het hof dat de partneralimentatie bedoeld is om in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Indien zij leuke dingen met de kinderen wil doen, behoort zij dit te bekostigen vanuit haar eigen vermogen dan wel uit de kinderalimentatie. Deze lasten dienen niet ten laste van de man, in de vorm van partneralimentatie, te komen.

Conclusie

De vrouw in kwestie zal waarschijnlijk goede bedoelingen hebben gehad. Zij gaf vrijwel haar hele vermogen aan haar kinderen, alhoewel een schenking door het hof niet werd vastgesteld. Daarnaast verzocht de vrouw onder meer om partneralimentatie om leuke dingen te kunnen doen met kinderen. Door de Nederlandse wetgever is evenwel een onderscheid gemaakt tussen de kinderalimentatie en de partneralimentatie. De kinderalimentatie is bestemd voor de kinderen en de partneralimentatie is bedoeld voor het levensonderhoud van de ex-partner. Bovendien mag van de ex-partner die een groot bedrag ineen ontvangt worden verwacht zorgvuldig met dit geld om te gaan en het niet over de balk te smijten. Het recht op partneralimentatie ontstaat derhalve pas nadat is ingeteerd op het vermogen.