1 september 2009

Grenzen aan grensoverschrijdende handel

Wie bewaakt de bewaker? Dit is een vraag die op veel toezichtkwesties toegepast kan worden.

Niet alleen vanuit filosofisch perspectief. Juridisch wordt het gecompliceerd als vanuit een ander land bemoeienis ontstaat met “handel en wandel” op een ander grondgebied. Met name de VS heeft zich als bewaker van transparante internationale handels- en financiële betrekkingen opgeworpen. Ook als protectionismemaatregel voor de eigen markt. Ondernemingen en instellingen die iets van een link met de VS hebben, kunnen in het vizier komen van Amerikaanse toezichthouders of Justitie-instellingen, die met steun van de rechter een harde lijn niet schuwen.

Van handtas naar onverwachte megastraf

In een recente uitspraak US District Court for the Southern District of New York van 10 juli 2009 wordt de oprichter van het luxe concern Dooney & Bourke, met bekende handtassenmerken, in privé veroordeeld voor handelingen van een van zijn andere ondernemingen en gelieerde zakenpartners in de voormalige Sovjetrepubliek Azerbaijan. De straf is nog niet bepaald, maar een strafmaximum van 10 jaar dreigt. Met de Foreign Corrupt Practices Act en de Travel Act weet de Amerikaanse overheid grip te krijgen op handelsactiviteiten buiten haar grondgebied. Het sturen van een email of een intercontinentale reis kunnen daarmee duurbetaald zijn. In dit geval was de juridische basis niet meer dan de vaststelling dat het waarschijnlijk was dat met een handelsrelatie in een corrupt land de bestuurder van een onderneming die in dat land activiteiten ontplooit, wist van corrupte handelingen om gedaan te krijgen wat binnen de handelsrelatie nodig was. De Foreign Corrupt Practices Act kan met zulk flinterdun bewijs al uit de voeten: “[w]hen knowledge of the existence of a particular circumstance is required for an offense, such knowledge is established if a person is aware of a high probability of the existence of such circumstance, unless the person actually believes that such circumstance does not exist”. (15 USC § 78dd-2(h)(3)(B).

Gedegen risicomanagement

In mijn weblogs Fraude-in-de-onderneming en Onderneming en strafrecht van boardroom naarcourtroom heb ik aangehaald dat veel ondernemingen die in het vizier zijn gekomen van Justitie of van toezichthouders, niet effectief reageren. Recente fraudegevallen onderstrepen nog steeds dat in veel ondernemingen preventieve anti-fraudeprogramma’s en gedegen risicomanagement niet echt stevig zijn verankerd, terwijl soms domweg ongelukkige maatregelen worden opgevoerd om mogelijke sancties en dreigend reputatieverlies tegen te gaan. Het Amerikaanse voorbeeld leert dat toezichthouders en Justitie ook uit onverwachte hoek kunnen ingrijpen, zelfs vanuit het buitenland of vanuit een ander continent. Het voor geen enkele onderneming mogelijk met onbekende variabelen rekening te houden, maar gedegen risicomanagement is in een globaliserende wereld niet meer weg te denken. Zo’n primaat van complianceprogramma’s heeft als belangrijke keerzijde dat een juridische werkelijkheid ontstaat waarin ondernemerszin en lef op de achtergrond komen. Bestuurders laten hun ondernemersgedrag immers vaak beïnvloeden door verscherpte regelgeving en door de grote aandacht die er is voor het functioneren van bestuurders. Dit kan een nadelige invloed hebben op ondernemingen omdat angst voor aansprakelijkheid op haar beurt weer kan leiden tot te voorzichtig ondernemersgedrag. Vaak onnodig.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

4 februari 2026

Volmacht aan een bank geven: wat houdt dit in?

Inmiddels is het standaard dat de bank aan haar klant bij het aangaan van een financieringsovereenkomst een volmacht vraagt. Maar waarom doet een bank dat en op basis waarvan? In deze blog ga ik in op deze vragen en de implicaties voor klanten van de bank.

Lees meer

Lees meer over

3 februari 2026

Verrekening en faillissement: wat mag wél en wat niet?  

Verrekening is een juridisch middel waarbij twee partijen die elkaar iets verschuldigd zijn, hun vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen wegstrepen. Dit is in een gewone handelsrelatie in beginsel geen probleem. Zodra er sprake is van een faillissement, gelden er echter andere spelregels.

Lees meer

Lees meer over

20 januari 2026

De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag

Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?

Lees meer

Lees meer over

19 januari 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid: veel geroepen, moeilijk bewezen

Bestuurdersaansprakelijkheid klinkt dreigend. In de praktijk blijkt een claim van een curator echter moeilijk te winnen. De lat voor bestuurdersaansprakelijkheid ligt namelijk hoog. Het loont dus om kritisch naar deze aansprakelijkheidsvordering te kijken, en daartegen goed verweer te voeren.

Lees meer

Lees meer over

2 december 2025

Verpanding van vorderingen, heeft de pandhouder het laatste woord?

Banken vragen bij elke zakelijke financiering om verstrekking van zekerheidsrechten op activa van uw onderneming. Deze zekerheidsrechten willen zij van u krijgen zodat, in het geval dat u de financiering niet kan betalen, die in zekerheid gegeven activa te gelde kunnen worden gemaakt en de bank zich als schuldeiser met voorrang op andere schuldeisers, zich kan verhalen op de opbrengst.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen