6 juli 2017

Column Raymond de Mooij: Brand in een flatgebouw

Door Raymond de Mooij

“Hier heb je het hele verhaal, je moet de laatste passage even lezen”. Mark Kwibus van woningcorporatie Domus schoof een stapel papieren naar mij toe. Het was een proces-verbaal van de regionale recherche en had betrekking op een forensisch sporenonderzoek dat had plaatsgevonden in een appartement in het centrum van Rijswijk.

De conclusie luidde:” Op de plaats delict zijn vluchtige organische componenten aangetroffen, welke deel uit kunnen maken van ontbrandbare vloeistoffen. Een aannemelijke oorzaak van het ontstaan van de brand is het bijbrengen van vuur in enigerlei vorm”.

Mark Kwibus zuchtte. “Vrij vertaald heeft onze huurster Roos Beverwijk haar eigen flat in de fik gestoken en is zij vervolgens doodleuk weggelopen. Met alle gevolgen van dien”. Die gevolgen waren inderdaad aanzienlijk geweest. Niet alleen was de woning van de huurster volledig uitgebrand, maar ook de aangrenzende appartementen hadden brand- en rookschade opgelopen. De brandweer was met groot materieel uitgerukt en alle bewoners van de flat hadden uit voorzorg hun woningen moeten verlaten.

“Roos Beverwijk is een verhaal apart”, vertelde Mark Kwibus.” Zij is psychisch niet in orde en staat onder behandeling. Verder gebruikt ze drank en drugs. Vier weken geleden heeft ze midden in een winkelcentrum zichzelf overgoten met benzine. Ze wilde zichzelf in brand steken, maar omstanders hebben dat voorkomen”. Het incident was voor de behandelaar van mevrouw Beverwijk geen aanleiding geweest om actie te ondernemen. Ook na de brand in de woning had de psycholoog van de huurster een intensievere behandeling niet nodig gevonden. Kwibus: ”De gemeente heeft onderzoek gedaan. Men vindt dat er een begeleidingsplan moet komen om de situatie onder controle te brengen. Maar Roos Beverwijk wil nergens aan meewerken.”

Ondertussen had mijn cliënt te maken met de buren van de huurster en andere omwonenden. Zij eisten het vertrek van de vrouw omdat zij een gevaar voor haar omgeving was. “Met name de naaste buren, de heer en mevrouw Fens, zijn nogal fel”, vertelde Mark Kwibus. “De woning van mevrouw Beverwijk is inmiddels gerenoveerd en de familie Fens wil perse niet dat zij terugkeert.”

Op verzoek van de woningcorporatie Domus betrok ik Roos Beverwijk in een gerechtelijke procedure en vorderde ontbinding van de huurovereenkomst. De vrouw had zich immers niet als een goed huurder gedragen door haar woning in brand te steken. Nu zij ook nog weigerde om mee te werken aan intensievere begeleiding, was haar vertrek onafwendbaar.

De zitting vond in maart van dit jaar plaats. Roos Beverwijk liet zich vertegenwoordigen door advocaat Mr Malkovich. Aanwezig was ook de psycholoog van de huurster, drs. E. Klaproos. Op de publieke tribune zat de familie Fens. De kantonrechter opende de zitting en Mr Malkovich kreeg het woord. “Edelachtbare, mijn cliënte wordt ten onrechte beticht van brandstichting. Hiervan is geen sprake geweest. Op de bewuste avond bezocht zij een klassiek concert. Wellicht is zij toen ze wegging vergeten een kaarsje uit te blazen en is er door een speling van het lot brand ontstaan. Maar dat is haar niet aan te rekenen”.

Dat verweer was tegen het zere been van mevrouw Fens. “Wat lul je nou man”, riep ze vanachter uit de zaal tegen de advocaat. “Het is een vuile pyromaan. Ze heb zelfs d’r eige in de brand gestoken, die gek”. Toen mevrouw Fens tot kalmte was gemaand vertelde psycholoog Klaproos dat hij inmiddels toch een intensiever behandeltraject was ingeslagen met zijn patiënte. “Er is sprake van een manisch depressieve stoornis bij mevrouw Beverwijk. Zij slikt thans medicijnen die goed aanslaan. Ik spreek haar tweemaal per week”.

Tot slot kreeg Roos Beverwijk zelf het woord. De indruk die ik uit de stukken van haar had gekregen spoorde niet met de werkelijkheid. De vrouw zag er verzorgd uit en had een vriendelijke uitstraling. Rustig legde zij haar situatie uit. “Ik begrijp wel dat de buren bang zijn en mij liever niet zien terugkomen. Maar wellicht heeft Domus ergens een andere woning voor mij? Het hoeft niet groot te zijn hoor, als ik maar een dak boven mijn hoofd heb”.

De kantonrechter keek vragend naar Mark Kwibus. De zaak werd geschorst en in de gangen voor de zittingszaal werd verder gesproken. Partijen bereikten een schikking. Roos Beverwijk kreeg een andere woning toegewezen en iedereen was blij. Zelfs mevrouw Fens.

Deze column is geschreven voor Den Haag Centraal, waarin Raymond de Mooij maandelijks schrijft over wat hij meemaakt in zijn praktijk.

Raymond de Mooij

Raymond de Mooij

Advocaat/partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

6 juni 2023

Column Raymond de Mooij: Robotadvocaat

In Amerika is een ‘robot lawyer’ op de markt gebracht. Een app met juridische informatie die het inschakelen van een advocaat overbodig zou maken. ‘Fight corporations’, ‘find hidden money’, ‘beat bureaucracy’. Dat is wat de robot kan en wil. ‘Sue everybody,’ is het dringende advies.

Lees meer

Lees meer over

8 mei 2023

Column Raymond de Mooij: Miskleun

Op 1 oktober 2019 werd er door justitie een inval gedaan in de woning en het kantoor van wethouder en locoburgemeester Richard de Mos.

Lees meer

Lees meer over

13 april 2023

Column Raymond de Mooij: Borsato

Zou het typisch Nederlands zijn? Dat mensen zich verkneukelen als succesvolle landgenoten in de media worden afgemaakt? Wij zijn immers een afgunstig volkje.

Lees meer

Lees meer over

28 februari 2023

Column Raymond de Mooij: Heethoofd

Ingrid Kastanje exploiteerde samen met haar man een grote vastgoedportefeuille in Den Haag. Twee volbloed Hagenezen, met het hart op de tong.

Lees meer

Lees meer over

31 januari 2023

Column Raymond de Mooij: Juryrechtspraak

In civiele zaken duurt een rechtszaak makkelijk een jaar, maar twee of drie jaar komt ook voor. Kantoorgenoten van mij hebben procedures lopen die inclusief hoger beroep al meer dan tien jaar in beslag nemen.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen