4 januari 2022

Gevolgen van coronamaatregelen en huurkorting

Door Raymond de Mooij

Wat zijn de gevolgen van de coronamaatregelen en de huurkorting?

De kantonrechter te Roermond heeft de Hoge Raad verzocht antwoord te geven op een vraag die de lagere rechtspraak al geruime tijd bezighoudt: zijn de gevolgen van de van overheidswege opgelegde sluiting van de horeca in verband met de coronacrisis, te beschouwen als een “gebrek” of onvoorziene omstandigheid? En zo ja, hoe moet een huurvermindering dan worden berekend?

Kort voor kerstmis -op 24 december 2021- bracht de Hoge Raad licht in de duisternis. Bij de beantwoording van de vraag heeft de Hoge Raad de zaak overigens breder getrokken dan de huur van horecaruimten en geoordeeld dat haar uitspraak ook toeziet op de huur van andere winkel- en bedrijfsruimten zoals bedoeld in artikel 7:290 BW.

Onvoorziene omstandigheid

Allereerst heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een huurder die voor zijn omzet afhankelijk is van de komst van publiek en door overheidsmaatregelen de door hem gehuurde bedrijfsruimte niet of slechts in geringe mate kan exploiteren, bij een huurovereenkomst gesloten voor 15 maart 2020 een beroep kan doen op een onvoorziene omstandigheid als bedoeld in art. 6:258 BW. De rechter kan de huurovereenkomst vervolgens aanpassen door de huurprijs te verminderen.

Gevolgen van coronamaatregelen en huurkorting

De Hoge Raad oordeelde verder dat uit de wetsgeschiedenis van art. 7:204 BW niet volgt dat algemene overheidsmaatregelen die voor partijen onvoorzienbaar zijn en zijn gericht op beperkingen in de uitoefening van het bedrijf, zijn aan te merken als een gebrek in de zin der wet. De door de overheid opgelegde sluiting van de horeca en andere bedrijfsruimten hebben immers geen betrekking op de verhuurde zaak zelf. Kort en wel: de coronamaatregelen vormen geen gebrek.

Berekening huurkorting

De Hoge Raad heeft verder een handvat gegeven om de huurkorting op grond van onvoorziene omstandigheden te berekenen. Zij sluiten daarbij aan bij de eerder door het Hof Amsterdam genoemde “vastelastenmethode”. De te volgen stappen staan in de uitspraak van 24 december 2021 op een rij. Heel eenvoudig is het allemaal niet, maar de uitkomst lijkt redelijk.

a. De overeengekomen huurprijs eerst uitdrukken in een percentage van het totaalbedrag aan vaste lasten.

b. Het met dat percentage overeenstemmende deel van de TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten, RdM) waarop de huurder aanspraak kan maken, aftrekken van het bedrag van de overeengekomen huurprijs.

c. De procentuele omzetvermindering vaststellen door de omzet in de periode waarover de huurprijsvermindering berekend wordt (hierna: de lagere omzet) te vergelijken met de omzet in een vergelijkbaar tijdvak. Dat is het tijdvak voorafgaand aan de coronapandemie (hierna: de referentieomzet).  Volgens de formule: 100% – (100% x (de lagere omzet : de referentieomzet)).

d. Het met de verstoring van de waardeverhouding samenhangende nadeel gelijk verdelen over de verhuurder en de huurder (ieder 50% van het nadeel), tenzij het redelijk is een andere verdeling te volgen. Het bedrag van de huurkorting kunnen we berekenen volgens de formule: (overeengekomen
huurprijs – gedeelte van de TVL dat aan de huur wordt toegerekend) x percentage omzetvermindering x 50%.

Nabeschouwing

De uitspraak van de Hoge Raad kwam voor velen niet echt als een verrassing. In die zin, dat we de gevolgen van de coronamaatregelen  moeten beschouwen als een onvoorziene omstandigheid. En een huurvermindering moeten rechtvaardigen. Dat de coronapandemie en de daaruit voortvloeiende maatregelen geen gebrek opleveren is voor juristen misschien interessant, maar voor de praktijk
minder. Verhuurders en huurders zullen zich met name interresseren in de (hoogte van de) huurkorting die bedongen kan worden en minder in de juridische grondslag.

Tot slot, in overweging 2.4 van de uitspraak wordt het volgende uitgangspunt van de Hoge Raad beschreven:” In de maatschappij bestaat behoefte om de schade van de coronaoverheidsmaatregelen voor huurders van bedrijfsruimte te verdelen over huurders en verhuurders.”

Er is een behoefte om “de pijn” van corona met verhuurders te delen. Ik denk dat met name de huurders van winkel- en bedrijfsruimte deze ‘pijn’ van corona voelen en de maatschappij niet zozeer. Want diezelfde maatschappij zou zich dan ook vast bekommeren om de verhuurders. Deze moeten namelijk toch gewoon de kredieten bij hun banken aflossen en rente betalen. Ondanks de schade die zij lijden door huurverminderingen. Van dergelijk maatschappelijk medeleven is mij niets bekend. Veeleer lijkt het erop dat brancheorganisaties van de huurders (INretail en KHN) met (meer) succes voor de belangen van hun leden hebben gestreden dan hun collega’s aan verhuurderszijde.

Informatie

Wilt u meer informatie over huurvermindering ten gevolge van de coronamaatregelen? Of heeft u andere vragen over uw huur en/of vastgoed gerelateerde zaken? Neem dan contact met ons op.

Raymond de Mooij

Raymond de Mooij

Advocaat/partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

9 februari 2026

De rechten van het kind bij ontruiming van een woning

Op 28 november 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de rol van de rechten van het kind bij een vordering tot ontruiming van een huurwoning. Dit artikel behandelt de aanleiding voor deze vragen, de kernoverwegingen van de Hoge Raad en de gevolgen voor de (rechts)praktijk.

Lees meer

Lees meer over

27 januari 2026

De werking van een omzettingsverklaring bij aanneming van werk

Stel dat een aannemer is ingehuurd voor een aanneming van werk, maar dat bij de uitvoering daarvan een probleem ontstaat. Dit komt helaas vaak voor. Als het vervolgens samen niet lukt om de kwestie op te lossen, is het aan te raden om juridische stappen te overwegen. Hieronder een praktische uitleg en vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

20 januari 2026

De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag

Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?

Lees meer

Lees meer over

9 december 2025

Overlast door huurders: wat is de rol van de verhuurder?

In dit artikel wordt nader ingegaan op de verantwoordelijkheden van een verhuurder in geval van overlast, de aanpak die hij kan hanteren en de maatregelen die hij kan nemen. Zie ook: vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

26 november 2025

Schadevergoeding na verjaring van eigendom

Na het verstrijken van een verjaringstermijn vervalt een vordering. In het geval van verjaring in eigendomskwesties houdt dit in dat een eigenaar zijn vastgoed niet langer kan opeisen van de bezitter. Het eigendomsrecht gaat in zo’n geval over van de eigenaar op de bezitter. In sommige gevallen is er echter toch nog een mogelijkheid om alsnog aanspraak te maken op het vastgoed. Het schadevergoedingsrecht biedt in die gevallen een oplossing.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen